Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-45

13 MEI 1997

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Tewerkstelling en Arbeid, belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen

Vraag nr. 19 van mevrouw de Bethune d.d. 27 november 1995 (N.) :
Wet van 20 juli 1990. ­ Evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in adviesorganen.

De wet van 20 juli 1990 beoogt de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in adviesorganen te bevorderen.

Deze wet vaardigde een eerste concrete algemene maatregel uit die slaat op alle organen die in hoofdzaak tot doel hebben advies te verlenen op het federale beleidsniveau.

Het regelt de voordrachtprocedure van kandidaten tot een adviesorgaan op die wijze dat door elke voordragende instantie de kandidatuur van minstens één man en één vrouw dient te worden voorgedragen voor elk te begeven mandaat (artikel 2, § 1).

Hiervan kan slechts worden afgeweken indien er onmogelijk aan kan worden voldaan en mits uitdrukkelijke motivering, opgenomen in de benoemingsakte (artikel 2, § 2).

In 1991 bracht de regering een schriftelijk verslag aan de Wetgevende Kamers over de uitvoering van deze wet.

Thans is deze problematiek weer bijzonder actueel.

De platformtekst voor actie van de vierde UNO-Wereldconferentie voor vrouwen (Peking, september 1995), die door België werd aanvaard, stelt immers dat de verschillende landen een evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen dienen na te streven in alle beleidsorganen.

Meer in het bijzonder heeft de regering zich in haar programma ertoe verbonden een initiatief te nemen om de aanwezigheid van vrouwen in publieke advies- en beheersorganen te stimuleren.

Graag had ik dan ook van de geachte minister een antwoord op volgende vragen gekregen :

1. Welke is de lijst van de adviesorganen, ressorterend onder zijn bevoegdheid, die onder de toepassing vallen van bovenvermelde wet van 20 juli 1990 ?

2. Welke is de respectieve verhouding (anno 1995) tussen mannen en vrouwen in de door de eerste vraag geviseerde adviesorganen in de functie van voorzit(s)ter, effectief lid en plaatsvervangend lid ?

3. Voor welke adviesorganen waren er, sinds het aantreden van deze regering, overeenkomstig artikel 2, § 1, van deze wet, één of meerdere mandaten te begeven ?

4. Werd door elke voordragende instantie de verplichting nageleefd per mandaat de kandidaturen van minstens één man en één vrouw voor te dragen ?

5. In hoeveel gevallen werd hierbij beroep gedaan op artikel 2, § 2, van de wet ?


Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op de gestelde vraag te vinden.

Om de lezing van het antwoord te vergemakkelijken, wordt per adviesorgaan op de verschillende deelvragen geantwoord.

1. Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen :

­ voorzitterschap : 1 vrouw;

­ effectieve leden : 1 man, 48 vrouwen;

­ plaatsvervangende leden : 27 mannen, 22 vrouwen.

Het laatste benoemingsbesluit van de Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen dateert van 23 juni 1995 en respecteert artikel 2, § 1 van de wet van 20 juli 1990.

2. Nationale Arbeidsraad :

­ voorzitterschap : 1 vrouw;

­ effectieve leden : 23 mannen, 3 vrouwen;

­ plaatsvervangende leden : 25 mannen, 1 vrouw.

Het laatste benoemingsbesluit van de Nationale Arbeidsraad dateert van 19 oktober 1995, de samenstelling van de raad werd gewijzigd bij koninklijk besluit (Belgisch Staatsblad van 17 mei 1995). Uit het onderzoek van de lijsten die door de organisaties die lid zijn werden voorgelegd, blijkt dat niet alle organisaties het beginsel van de dubbele voordracht hebben gerespecteerd. Dit is waarschijnlijk te wijten aan een te snelle vervanging van de leden door het feit dat de raad zo snel mogelijk in staat moest zijn om belangrijke dossiers te onderzoeken.

3. Speciale Commissie inzake ioniserende stralingen :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 22 mannen, 1 vrouw;

­ plaatsvervangende leden : 9 mannen.

De leden van deze commissie worden aangeduid omwille van hun functie of hun onderlegdheid en moeten bijgevolg niet beantwoorden aan de vereisten van de wet van 20 juli 1990.

4. Overlegcommissie van de Arbeidsgeneeskundige Diensten :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 9 mannen, 1 vrouw;

­ plaatsvervangende leden : 5 mannen, 5 vrouwen.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sedert het aantreden van de laatste regering, maar ingeval van nieuwe benoemingen zal deze commissie artikel 2, § 1, van de wet van 20 juli 1990 naleven.

5. Erkenningscommissie tot Vaststelling van de Aanvullende Vorming opgelegd aan de diensthoofden voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen en aan hun adjuncten.

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 5 mannen, 1 vrouw;

­ plaatsvervangende leden : 6 mannen.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sedert het aantreden van de laatste regering, maar ingeval van nieuwe benoemingen zal deze commissie artikel 2, § 1, van de wet van 20 juli 1990 naleven.

6. Hoge Raad voor de Hygiëne in de Mijnen :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 11 mannen, 1 vrouw;

­ plaatsvervangende leden : 11 mannen, 1 vrouw.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sinds het aantreden van de laatste regering.

7. Adviesraad voor Buitenlandse Arbeidskrachten :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 23 mannen, 5 vrouwen;

­ plaatsvervangende leden : 14 mannen, 9 vrouwen.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sinds het aantreden van de laatste regering.

8. Commissie van Advies voor de Stoomtuigen :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 19 mannen, 0 vrouwen.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sinds het aantreden van de laatste regering. Deze commissie wordt zeer binnenkort hernieuwd.

9. Nationale Advieserende Raad voor de Bevordering van de Arbeid :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 6 mannen, 3 vrouwen;

­ plaatsvervangende leden : 8 mannen, 1 vrouw.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sinds het aantreden van de laatste regering, maar ingeval van nieuwe benoemingen, zal deze commissie artikel 2, § 1, van de wet van 20 juli 1990 naleven.

10. Hoge Raad voor Veiligheid, Gezondheid en Verfraaiing van de Werkplaatsen :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 20 mannen, 1 vrouw;

­ plaatsvervangende leden : 19 mannen.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sinds het aantreden van de laatste regering.

11. Overlegcomité voor het Kaderpersoneel :

­ voorzitterschap : 1 man;

­ effectieve leden : 13 mannen, 3 vrouwen;

­ plaatsvervangende leden : 11 mannen, 5 vrouwen.

Er is geen nieuwe benoeming van leden geweest sinds het aantreden van de laatste regering, maar ingeval van nieuwe benoemingen, zal deze commissie artikel 2, § 1, van de wet van 20 juli 1990 naleven. Deze commissie wordt zeer binnenkort hernieuwd.

12. Hoge Raad voor de Werkgelegenheid :

­ voorzitterschap : 1 vrouw;

­ effectieve leden : 9 mannen, 5 vrouwen.

Deze raad werd recentelijk opgericht. In het oprichtingsbesluit wordt bepaald dat de raad maximaal voor 2/3 uit leden van hetzelfde geslacht mag bestaan. Hij wordt voorgezeten door de minister van Tewerkstelling en Arbeid.