Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-45

13 MEI 1997

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 117 van mevrouw de Bethune d.d. 14 april 1997 (N.) :
Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen.

De tekst van deze vraag is dezelfde als van vraag nr. 148 aan de vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 2215).


Antwoord : 1 en 2. Op 7 januari van dit jaar heb ik op voorstel van de directieraad, een nieuwe verantwoordelijke voor de Positieve acties in mijn departement aangeduid.

Conform het koninklijk besluit van 27 februari 1990 met betrekking tot de maatregelen ter bevordering van gelijke kansen tussen mannen en vrouwen in de openbare diensten, werd tevens een interne begeleidingscommissie op poten gezet. Zij werd, benevens de verantwoordelijke voor Positieve acties, als volgt samengesteld :

­ de Nederlandstalige vormingsdirecteur;

­ een ambtenaar van het secretariaat-generaal;

­ twee vrouwen die werden aangeduid door hun vakbond;

­ een contractueel agent;

­ een diplomate;

­ een vertegenwoordigster van de kanselarij-carrière;

­ een ambtenaar van de dienst van het personeel.

Deze commissie zal niet nalaten in de toekomst nauw contact te houden met de Raad van de Gelijke Kansen voor mannen en vrouwen.

In antwoord op een brief van mevrouw Miet Smet, minister van Arbeid en Tewerkstelling en Gelijke Kansenbeleid, heb ik op 3 maart 1997 in het kader van toepassing van de wet van 20 juli 1990 omtrent het aanmoedigen van een gelijkmatige aanwezigheid van mannen en vrouwen in de adviesorganen, aan mijn collega de samenstelling van de adviesorganen die afhangen van het ministerie van Buitenlandse Zaken overgemaakt. Daaruit blijkt dat de vertegenwoordiging van de vrouwen hierin in stijgende lijn gaat.

3. In het kader van bevorderingen en dienstaanwijzigingen kan ik het geachte lid verzekeren dat ik steeds de grootste aandacht heb besteed aan het respecteren van de gelijke kansen van mannen en vrouwen.

Ik neem hier als voorbeeld de benoeming van een diplomate, gevolgmachtigd minister, tot personeelschef voor de diplomatieke carrière. Ik heb tevens negen vrouwen als posthoofd in het buitenland benoemd.

Daarenboven is de juristconsult van het departement een vrouw en werden het voorbije jaar twee vrouwen als adviseur-generaal bevorderd : de ene als adjunct-directeur-generaal van de politiek, de tweede als verantwoordelijke voor de bestuursdirectie van het buitenlands financieel beleid.

Ik heb ook een vrouw aangeduid als verantwoordelijke van de auditcel van het departement.

Tenslotte meld ik aan het geachte lid dat het statuut van de echtgenotes van diplomaten momenteel meer en meer aan bod komt.

Ik ben bereid aan het geachte lid, indien gewenst, alle bijkomende inlichtingen te verschaffen.