Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-5

28 NOVEMBER 1995

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ≠ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Eerste minister

Vraag nr. 9 van mevrouw de Bethune d.d. 30 oktober 1995 (N.) :
Vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in het kabinet van de geachte Eerste minister en in de andere ministeriŽle kabinetten.

De paritaire democratie, die een gelijke deelname van vrouwen en mannen aan de besluitvorming in het algemeen en de politiek in het bijzonder vooropstelt als een voorwaarde van democratie, is een belangrijk streefdoel waar dringend en concreet werk moet van gemaakt worden. Deze evenwichtige vertegenwoordiging is nodig op alle domeinen en dit zowel stroomopwaarts ≠ waar de beleidsbeslissingen worden uitgedacht ≠ als stroomafwaarts ≠ waar de beleidsbeslissingen worden uitgevoerd.

In haar programma heeft de regering er zich uitdrukkelijk toe verbonden om resoluut verder te werken om een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de verschillende maatschappelijke domeinen en in het politiek leven in het bijzonder te bevorderen. Daarbij zal een initiatief genomen worden om de aanwezigheid van vrouwen in publieke advies- en beheersorganen te stimuleren.

Tijdens de vierde UNO-Wereldconferentie over vrouwen (Beijng ≠ september 1995) werd uitdrukkelijk bevestigd dat de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in het besluitvormingsproces tegelijk een voorwaarde ťn een garantie is voor een goede werking van de democratie. De platformtekst voor actie van de vierde UNO-Wereldconferentie over vrouwen somt een aantal maatregelen op die door de nationale regeringen dienen te worden genomen teneinde de gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in het besluitvormingsproces te realiseren. Hierop aansluitend wil de regering een globaal actieprogramma opstellen uitgaande van de strategieŽn van de vierde UNO-Wereldconferentie over vrouwen te Beijng.

Het kan aanzien worden als een beginsel van goed bestuur dat de beleidsverantwoordelijken de prioriteiten van het regeringsbeleid uitdragen door ze eerst zelf toe te passen en het voorbeeld te tonen.

In het licht hiervan had ik graag van de Eerste minister vernomen :

1. Wat de verhouding is van de vrouwelijke en mannelijke kabinetsmedewerkers, in globo en per niveau, binnen zijn eigen kabinet;

2. Of er richtlijnen werden gegeven aan de verschillende leden van de regering om een evenwichtige aanwezigheid van vrouwelijke en mannelijke medewerkers na te streven bij de samenstelling van hun respectievelijke ministeriŽle kabinetten;

3. Wat zijn beleidsvisie is over een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de ministeriŽle kabinetten.


Antwoord : 1. Voor mijn twee kabinetten samen is de verhouding mannelijk/vrouwelijk personeel gelijk aan 33/33.

Per niveau, zijn de verhoudingen als volgt :

≠ Leden : 9/4:

≠ Uitvoerend personeel : 12/25:

≠ Hulppersoneel : 12/4.

2. Op dit deel van de vraag is het antwoord negatief.

3. Ik ben voorstander van een gelijke deelname van mannen en vrouwen aan de besluitvorming. In principe moet worden gestreefd naar een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen van de functies op een kabinet, rekening houdend met het vereiste profiel.