Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-32

19 NOVEMBER 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ≠ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie

Vraag nr. 96 van mevrouw de Bethune d.d. 18 oktober 1996 (N.) :
De rechten van het kind.

Op 25 november 1991 heeft BelgiŽ het UNO-Verdrag inzake de rechten van het kind goedgekeurd.

BelgiŽ heeft ondertussen zijn eerste rapport voorgelegd aan het UNO-Comitť voor de rechten van het kind, dit overeenkomstig artikel 44 van het Verdrag. Op 9 juni 1995 deed dit comitť een aantal suggesties en algemene aanbevelingen, op basis van de in het Belgisch rapport verstrekte gegevens.

Graag had ik van u vernomen :

1. Hoe u bijdraagt tot het in BelgiŽ bekend maken van de beginselen van het Verdrag inzake de rechten van het kind en tot het kindvriendelijk maken van onze samenleving ?

2. Welke artikelen van dit verdrag raakvlakken hebben met uw bevoegdheidsdomein ?

3. Welke maatregelen sedert het uitbrengen van het eerste Belgisch rapport door u genomen werden in uitvoering van het Verdrag inzake de rechten van het kind en, zo mogelijk, rekening houdend met de door het Comitť voor de rechten van het kind geformuleerde suggesties en aanbevelingen ?

4. Of er binnen uw diensten een persoon of mechanisme belast is met het opvolgen van de kindvriendelijke dimensie van uw beleid ?

Zo ja, wordt er op dit vlak overleg gepleegd met andere personen en diensten ?


Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat deze vraag niet onder mijn bevoegdheid van minister van Economische Zaken valt.

In mijn hoedanigheid van minister van Telecommunicatie, heb ik deelgenomen aan de toepassing van artikel 34 van de Conventie van de Verenigde Naties voor de rechten van het kind.

Een ethische code is toepasselijk op gegevensbank 077 die de enige is die diensten kan ontvangen van erotische of pornografische aard. In geen enkel geval mogen de diensten 077 zich richten tot minderjarigen, minderjarigen gebruiken noch melding maken van minderjarigen in publiciteit of diensten.

Anderzijds heb ik op 27 september 1996 een reeks voorstellen gedaan aan de Europese Ministerraad met het oog op de bestrijding van pedofilie op Internet.

Een werkgroep ad hoc zal de conclusies meedelen aan de Europese Ministerraad van 28 november 1996.

Daarenboven beveel ik voor BelgiŽ een systeem aan ter bevordering van de verantwoordelijkheidszin van alle toegangsleveranciers.

De toegangsleveranciers zouden toezicht moeten uitoefenen op alle informatie waar zij toegang tot verlenen volgens nog te bepalen modaliteiten en in functie van de technische mogelijkheden. In dit opzicht is het BIPT belast met het bepalen, in samenspraak met de toegangsleveranciers, van een code van goed gedrag; het systeem moet gebaseerd worden op het principe van ę selfregulation Ľ.

Praktisch gezien wil BelgiŽ aan alle leveranciers van telecommunicatie-infrastructuur specifieke voorwaarden opleggen tot het bekomen van een vergunning. De leveranciers zullen slechts hun infrastructuur, rechtstreeks of onrechtstreeks, ter beschikking mogen stellen van personen die toetredingsdiensten tot Internet aanbieden, indien deze personen de praktische maatregelen eerbiedigen die de bestrijding van vormen van misbruik of sexueel geweld ten opzichte van kinderen tot doel hebben.