Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-31

5 NOVEMBER 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Begroting

Vraag nr. 16 van mevrouw de Bethune d.d. 4 oktober 1996 (N.) :
De gezinsdimensie van het beleid van de minister.

Het federaal regeerakkoord bevat het uitdrukkelijk engagement dat de regering de diverse maatregelen die zij neemt steeds zal toetsen aan hun solidariteitsversterkend en gezinsvriendelijk karakter . Precies vanuit deze optiek , zo vervolgt het regeerakkoord, hecht de regering onder meer groot belang aan de gezinsdimensie van het beleid.

Deze bijzondere aandacht van de regering voor het gezin is volkomen terecht aangezien iedere maatregel, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, steeds gevolgen heeft voor de gezinsverbanden in hun diverse leefvormen. In het UNO-Verdrag inzake de rechten van het kind wordt het gezin niet alleen erkend als de kern van de samenleving, maar ook als de natuurlijke omgeving voor de ontplooiing en het welzijn van al haar leden en van kinderen in het bijzonder.

Het behoort dan ook tot de taak van alle beleidsverantwoordelijken om een gezinsvriendelijk beleid te voeren, niet alleen door het nemen van specifieke, gezinsgerichte maatregelen, maar ook door steeds na te gaan wat de gevolgen zijn van een beleidsmaatregel voor het gezin en hoe het gezinsbelang het best wordt gewaarborgd door het gevoerde beleid.

Graag had ik dan ook van u vernomen :

1. Wat is de gezinsdimensie van uw beleid ? Wat zijn de raakvlakken tussen uw bevoegdheden en het gezin ?

2. Welke maatregelen hebt u reeds ondernomen ter bevordering en ter ondersteuning van het gezin in haar diverse leefvormen ?

3. Op welke wijze worden het solidariteitsversterkend en gezinsvriendelijk karakter van de door u genomen maatregelen getoetst ?

4. Hebt u reeds een gezinseffectenrapport gemaakt van de door u genomen maatregelen ? Zo ja, volgens welke methodiek en voor welke facetten van uw beleid ?

5. Worden gezinnen op een actieve manier (door overleg of door het geven van advies) betrokken bij het beleidsvoorbereidend werk binnen uw departement ?


Antwoord : De minister van Begroting heeft geen eigen bevoegdheid naar inhoudelijke materies toe. Hij heeft bij definitie een horizontale roeping. De toetsing van Begroting is bovendien voornamelijk specifiek budgettair. In het algemeen tracht ik die taak waar te nemen als een goede huisvader .

Als Vice-premier gaat mij de gezinsdimensie van het beleid wel ter harte, maar het is niet in die hoedanigheid dat het geachte lid mij ondervroeg.