Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-16

30 APRIL 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen

Vraag nr. 18 van mevrouw de Bethune d.d. 25 januari 1996 (N.) :
Positieve acties in de federale diensten.

Bij koninklijk besluit van 27 februari 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in overheidsdiensten (Belgisch Staatsblad van 8 maart 1990) werd aan alle overheidsdiensten een verplichting opgelegd om een beleid van positieve acties te voeren.

Overeenkomstig dit koninklijk besluit moeten deze acties gevoerd worden door middel van gelijke-kansenplannen die maatregelen bevatten tot verbetering van de nadelige gevolgen die voor de vrouwen voortvloeien uit traditionele maatschappelijke toestanden en gedragingen, en maatregelen tot bevordering van hun aanwezigheid in en hun deelneming aan het beroepsleven op alle hiërarchische niveaus.

Het koninklijk besluit bepaalt tevens volgens welke methodiek, tijdschema, fasering en door welke actoren dit gelijke-kansenplan uitgewerkt en geïmplementeerd moet worden.

Bij koninklijk besluit van 24 augustus 1994 werd in het voornoemde koninklijk besluit een artikel ingevoegd waarbij in de geviseerde besturen en andere diensten van de Staat een ambtenaar van niveau 1 (gedeeltelijk) van een voltijds ambt wordt vrijgesteld voor de uitvoering van het gelijke-kansenplan.

Graag had ik dan ook van de geachte minister een antwoord vernomen op volgende vragen :

1. Wat is de personeelstoestand naar verhouding tussen mannen en vrouwen, ingedeeld per niveau (niveau 1, niveau 2, niveau 3, niveau 4) in absolute getallen en in percentages van het ministerie en de diensten die ressorteren onder de bevoegdheden van de geachte minister ?

2. Welke zijn de doelstellingen die het gelijke-kansenplan nastreeft ?

Welke is de duur van het plan en de termijnen vastgesteld voor de verwezenlijking van de tussenstadia ?

Welke zijn de conclusies van de periodieke beoordeling voor de positieve acties voor de jaren 1994 en 1995 (art. 5, 7º, van het vermelde koninklijk besluit) ?

Welke is de concrete planning voor het jaar 1996 ?

3. Welke is thans de samenstelling van de interne begeleidingscommissie ?

En hoe heeft deze commissie in 1995 haar taken vervuld ?

4. Welke ambtenaar van niveau 1 werd binnen de diensten die ressorteren onder de bevoegdheid van de geachte minister vrijgesteld voor de begeleiding van het gelijke-kansenplan ?

Welk is het activiteitenverslag van de betrokken ambtenaar van het voorbije jaar 1995 en welke is de voorziene planning voor 1996 ?


Antwoord : Hierbij heb ik de eer het geachte lid volgende gegevens te verstrekken als antwoord op haar parlementaire vraag betreffende de positieve acties in de federale diensten.

1. De tabellen hieronder geven de toestand weer van het personeelsbestand op 1 januari 1996 (schoonmaaksters inbegrepen) van, enerzijds, het departement, en anderzijds, de wetenschappelijke inrichtingen.

2. De voor het uitwerken van het gelijke-kansenplan uitgetrokken periode bedraagt vijf jaar. In een eerste fase van het plan werd een analytisch rapport opgesteld, dat, zoals de benaming aangeeft, de statistische gegevens analyseert per geslacht : hoeveel vrouwen in de verschillende niveaus, vrouwen die deeltijds werken, met loopbaanonderbreking zijn, enz.

Zodra hieruit de conclusies getrokken zijn, moeten de eigenlijke positieve acties worden vastgesteld die, op een niet discriminerende wijze, de vrouwen « een handje moeten helpen » door de mogelijke oorzaken van ongelijkheid aan te pakken : opleidingen, kinderopvang, toegang tot bevorderingen, assertiviteit, invoering van vrouwelijke benamingen voor de graden, ...

Concreet was de uitwerking van het gelijke-kansenplan in het departement van Middenstand en Landbouw in 1994 en 1995 stilgevallen als gevolg van de grondige herstructurering die daar werd doorgevoerd : fusie van de departementen van Middenstand en Landbouw, maar ook van een aantal parastatalen.

Zowel het ministerie van Middenstand als dat van Landbouw en de parastatalen daarvan zijn destijds overgegaan tot de opstelling van een analystisch rapport.

In 1995 moest de beweging in het departement op basis van wat reeds bestond, weer worden aangezwengeld. Daartoe werd een uit drie personen bestaande werkgroep opgericht.

Het departement neemt ook deel aan de vergaderingen van het interdepartementele netwerk die om de twee maand worden gehouden onder toezicht van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.

In 1996 komt voor het eerst de interne begeleidingscommissie « van na de fusie » bijeen die zal steunen op de vroeger opgedane ervaringen.

3. De interne begeleidingscommissie telt twaalf leden, namelijk zes vertegenwoordigers van de overheid en zes vertegenwoordigers van de vakorganisaties. De taalpariteit wordt in acht genomen en ten minste 2/3 van de personen die aan de vergaderingen deelnemen, behoren tot hetzelfde geslacht. Er is tevens een evenwicht wat de herkomst uit de vroegere departementen betreft. Voor elk werkend lid werd een plaatsvervangend lid aangewezen. In 1995 is de commissie niet bijeengekomen.

4. Voor het opmaken van het gelijke-kansenplan werd een vrouw aangezocht die de graad heeft van ambtenaar-generaal. Zij zou een werkgroep kunnen samenstellen met twee adjunct-adviseurs, een man en een vrouw, die elk voor 1/5 van hun werktijd gedetacheerd worden. De drie aangezochte ambtenaren hangen af van het secretariaat-generaal. Als ambtenaren die belast zijn met het opmaken van het gelijke-kansenplan moeten zij nog worden aanvaard door de interne begeleidingscommissie die dit punt op de agenda van haar eerste vergadering zal inschrijven.

Ministerie van Middenstand en Landbouw

Indeling van het personeel naar niveau en geslacht (schoonmaaksters inbegrepen)

Toestand op 1 januari 1996

1. Eigenlijk departement

Fysieke personen (in pct.)

Niveau 1
­
Niveau 1
Niveau 2+
­
Niveau 2+
Niveau 2
­
Niveau 2
Niveau 3
­
Niveau 3
Niveau 4
­
Niveau 4
Totaal
­
Total
Algemeen totaal
­
Total général
M/H V/F M/H V/F M/H V/F M/H V/F M/H V/F M/H V/F
310 72 37 19 431 254 79 262 40 173 897 780 1 677
(81) (19) (66) (34) (63) (37) (23) (77) (19) (81) (53) (47) (100)

2. Wetenschappelijke instellingen

Fysieke personen (in pct.)

Niveau 1
­
Niveau 1
Niveau 2+
­
Niveau 2+
Niveau 2
­
Niveau 2
Niveau 3
­
Niveau 3
Niveau 4
­
Niveau 4
Totaal
­
Total
Algemeen totaal
­
Total général
M/H V/F M/H V/F M/H V/F M/H V/F M/H V/F M/H V/F
178 28 0 0 272 101 62 37 45 118 557 284 841
(86) (14) (0) (0) (73) (27) (63) (37) (28) (72) (66) (34) (100)