1-198

1-198

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 18 JUIN 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 18 JUNI 1998

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN MEVROUW DE BETHUNE AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN OVER « HET TWEEDE BELGISCH RAPPORT OVER DE RECHTEN VAN HET KIND »

QUESTION ORALE DE MME DE BETHUNE AU MINISTRE DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES SUR « LE DEUXIÈME RAPPORT BELGE SUR LES DROITS DE L'ENFANT »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van mevrouw de Bethune.

Het woord is aan mevrouw de Bethune.

Mevrouw de Bethune (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, ingevolge artikel 44, paragraaf 1, van het UNO-verdrag inzake de Rechten van het Kind moet België geregeld een rapport indienen bij het UNO-Comité voor de Rechten van het Kind. Het eerste rapport dateert van 12 juni 1994. Ik heb zopas vernomen dat het ontwerp van het tweede rapport zou zijn afgewerkt. Is dit rapport inderdaad afgewerkt ? Zo niet had ik graag van de minister vernomen wat de planning en de timing zijn van de voorbereiding van dit tweede rapport. Welke instanties of personen staan in voor de redactie ervan ?

Worden de NGO's geraadpleegd bij de opmaak ervan ? Indien dit het geval is, welke NGO's worden er geraadpleegd en op basis van welke criteria worden zij geselecteerd ? Indien zij niet worden geraadpleegd, op welke manier kunnen zij alsnog hun inbreng leveren ?

Is het niet wenselijk dit rapport aan het Parlement voor te leggen of eventueel in de commissie te bespreken vooraleer het wordt ingediend bij het UNO-Comité ? Het is wellicht nuttig in de toekomst een verslag over een belangrijk onderwerp eerst in de commissie te bespreken vooraleer het aan een internationale instelling wordt voorgelegd.

In uitvoering van een aanbeveling van het Comité voor de Rechten van het Kind besliste de Ministerraad van september 1996 om een Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind op te richten. Sindsdien heb ik niets meer vernomen over de werking en de activiteiten van deze commissie. Op welke manier heeft deze commissie meegewerkt aan het opstellen van het tweede Belgisch rapport ? Hoe zal zij hierbij eventueel worden betrokken ? Wanneer is deze commissie bijeengekomen ? Welke belangrijke beslissingen heeft zij genomen ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Derycke.

De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, de vraag van mevrouw De Bethune bevat vier elementen.

Ten eerste, de bijdragen van de betrokken federale en gefedereerde departementen, die samen het voorontwerp van tweede rapport vormen, werden door het bureau van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind, waarin het ministerie van Justitie, het ministerie van Buitenlandse Zaken, het ministerie van Binnenlandse Zaken en de drie gemeenschappen zetelen, op 8 mei jongstleden besproken. Het bureau zal voor het einde van deze maand nogmaals samenkomen met het oog op de afwerking van het ontwerprapport.

Dit ontwerp zal vervolgens, conform de beslissing van de Ministerraad van 13 september 1996, worden voorgelegd aan experts uit de academische wereld, aan parastatale instellingen zoals Kind en Gezin, aan de bevoegde diensten van de Franse en de Duitstalige Gemeenschap, en aan de NGO's die betrokken zijn bij de bescherming van de rechten van het kind.

De consultatie van deze NGO's zal gebeuren via de koepelorganisaties. Het is enorm moeilijk keuzes te maken tussen de NGO's. Er komen dan steeds moeilijkheden van met één of andere NGO. Deze koepels zijn de « Coordination des ONG pour les droits de l'Enfant » en de « Kinderrechtencoalitie ».

Zoals mevrouw de Bethune zei, moet het rapport niet aan het Parlement worden voorgelegd. Ik heb er echter geen probleem mee dit gezamenlijk te bespreken vóór de voorstelling van het rapport aan het VN-Comité voor de Rechten van het Kind in het begin van volgend jaar. De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken mogen in dat geval natuurlijk niet dwars liggen, maar ik denk niet dat ze dat zullen doen.

De Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind, opgericht bij het in Ministerraad overlegd koninklijk besluit van 13 september 1996, heeft het volgende mandaat : de opvolging en evaluatie van de toepassing van het VN-kinderrechtenverdrag, de coördinatie op nationaal vlak, en de opstelling van de nationale rapporten voor het VN-Comité voor de Rechten van het Kind.

De commissie is samengesteld uit permanente leden, namelijk het bureau, omschreven onder punt 1, en waarnemers, omschreven onder punt 2. Het bureau kan leden en waarnemers betrekken bij zijn werkzaamheden als dat nodig of nuttig zou zijn. Het heeft een zeer flexibele structuur, die naargelang van de moeilijkheidsgraad of de vereiste bekwaamheid, mensen kan aantrekken en uitnodigen.

De commissie komt minstens tweemaal per jaar samen. In de praktijk zal de frequentie toenemen naarmate de publicatie van het rapport dichterbij komt.

Ik moet hier nog aan toevoegen dat de Interministeriële Conferentie voor de Rechten van het Kind, opgericht in maart van vorig jaar, krachtens de statuten bijkomende studie- en onderzoeksopdrachten kan toekennen aan de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind. De voorbereiding en opstelling van de nationale rapporten voor het VN-Comité voor de Rechten van het Kind blijft evenwel haar hoofdopdracht.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de mevrouw de Bethune voor een repliek.

Mevrouw de Bethune (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, het verheugt me dat de overlegronde met de NGO's, met de experts en met andere diensten nog moet beginnen.

De heer Swaelen treedt opnieuw als voorzitter op

Deze is zeer belangrijk. Ze komt ook tegemoet aan de aanbevelingen van het VN-Comité dienaangaande bij het eerste rapport. Het zou boeiend zijn het rapport ook in de commissie in het Parlement te bespreken. Dit kan misschien na de zomer, nog voor het rapport wordt ingediend.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.