1-169

1-169

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 5 MARS 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 5 MAART 1998

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE EERSTE MINISTER OVER « DE ONTWIKKELING VAN GENEESMIDDELEN VOOR ZIEKTEN ZONDER BEHANDELING »

QUESTION ORALE DE M. DEVOLDER AU PREMIER MINISTRE SUR « LA MISE AU POINT DE MÉDICAMENTS POUR DES MALADIES SANS TRAITEMENT »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder aan de eerste minister.

Staatssecretaris Peeters zal antwoorden namens de regering.

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, alhoewel het in ons maatschappelijk bestel vanzelfsprekend lijkt dat er voor alle ziekten een behandeling met geneesmiddelen bestaat, zijn er op het ogenblik toch nog ongeveer 5 000 ziekten waarvoor geen farmaceutische behandeling bestaat. Dit heeft uiteraard te maken met de hoog oplopende prijs voor het onderzoek en de ontwikkeling van geneesmiddelen. De industrie raamt deze kosten op ongeveer 12 miljard frank per geneesmiddel.

De Europese overheid werkt momenteel een reglement uit om de farmaceutische ondernemingen aan te moedigen geneesmiddelen tegen de zeldzame ziekten, de zogenaamde « Orphan Drugs », te ontwikkelen. De regelgeving die wordt voorbereid zou deze « Orphan Drugs » erkenen op grond van welbepaalde criteria waaronder criteria van epidemiologische en van economische aard, wat in dit geval niet noodzakelijk hetzelfde betekent als rendabiliteit.

De aanmoedigingsmaatregelen zouden bestaan uit subsidies voor onderzoek en ontwikkeling, een versnelling van de registratieprocedure ­ wat in het licht van de bestaande toestand in België een hele omwenteling zou betekenen ­ en een verlenging van de octrooiperiode. Artsen zonder Grenzen heeft voor de zogenaamde « weesgeneesmiddelen » reeds een positieve campagne gevoerd.

Is de Belgische regering bereid om actief aan deze campagne mee te werken door bijvoorbeeld via het departement Ontwikkelingssamenwerking en via het departement Volksgezondheid te voorzien in subsidies voor research and development en in een versnelling van de registratieprocedure ?

Wat de ontwikkelingssamenwerking betreft is staatssecretaris Moreels wellicht de aangewezen persoon om hierop te antwoorden omdat het leeuwendeel van deze uitgaven van zijn begroting zal moeten komen.

De voorzitter. ­ Het woord is aan staatssecretaris Peeters.

De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. ­ Mijnheer de voorzitter, de Wereldgezondheidsorganisatie heeft over de hele wereld bijna 5 000 zeldzame ziekten geregistreerd. Het gaat om ziekten die nauwelijks 650 tot 1 000 mensen per miljoen treffen. 80 % van deze ziekten zijn van genetische oorsprong. De pathologie is weinig bekend. Het therapeutisch onderzoek is bijgevolg kostelijk en riskant en schrikt de farmaceutische industrie af.

Een beleid dat het onderzoek en de ontwikkeling van « weesgeneesmiddelen » stimuleert, komt dus tegemoet aan een reële behoefte van de volksgezondheid. Dit beleid is gericht op het invoeren van nieuwe curatieve en preventieve behandelingen, op de ontwikkeling en de exploitatie van de kenmerken of secundaire indicaties van reeds gekende geneesmiddelen en op het op de markt brengen of het terug op de markt brengen van bestaande of in onbruik geraakte geneesmiddelen.

België onderschrijft dit principe ten volle.

Het probleem moet echter dringend op Europees niveau worden aangepakt; een gemeenschappelijke benadering biedt immers voordelen op epidemiologisch vlak, op het vlak van de volksgezondheid en op financieel vlak. De erkenningscriteria en het statuut van de « weesgeneesmiddelen » worden door de Europese Commissie voorbereid. De bestaande reglementering en de Europese richtlijnen inzake klinische proeven en de autorisatieprocedure voor het commercialiseren van geneesmiddelen moeten worden aangepast en er moet worden voorzien in een procedure voor gecentraliseerde registratie bij het Europees Kantoor voor de Evaluatie van Geneesmiddelen gevestigd te Londen, in een vermindering van de bijdrage en in een aanpassing van de beheersregels voor de gegevens die een aanvraag tot toelating voor het commercialiseren van geneesmiddelen steunen.

Samenwerkingsacties voor de ontwikkeling of voor de aanmoediging via subsidies voor onderzoek en ontwikkeling, behoren niet enkel tot de bevoegdheid van de minister van Volksgezondheid.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, de regering heeft niet geantwoord op het gedeelte van mijn vraag dat betrekking had op de ontwikkelingssamenwerking. Op 19 december 1997 heeft de Ministerraad nochtans zijn goedkeuring gegeven aan het beleidsplan voor internationale samenwerking. Men heeft de staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking dan ook de opdracht gegeven vóór eind januari een voorontwerp van wet op te stellen in verband met het beleidsplan voor internationale samenwerking. Dit voorontwerp zou een artikel 10 bevatten dat privé-ondernemingen, vennootschappen naar Belgisch recht, maar ook VZW's, de mogelijkheid biedt mee te werken aan het beleid van de Belgische internationale samenwerking, meer bepaald via het ontwikkelingsprogramma van de privé-sector.

De staatssecretaris heeft verwezen naar de Europese registratie, maar mijn vraag was ook of de Belgische regering eraan denkt actief aan deze campagne mee te werken. Met het voorontwerp van wet had dit perfect gekund. Ik betreur ten zeerste dat ik op mijn vragen in verband met ontwikkelingssamenwerking geen antwoord heb gekregen. Misschien had ik mijn vraag beter aan de eerste minister gesteld. Ik heb dus een beetje hetzelfde probleem als de heer Anciaux daarstraks. We worden trouwens geregeld geconfronteerd met het feit dat we op een deel van onze vragen geen antwoord krijgen omdat ze onder de bevoegdheid van een andere minister vallen. Men mag toch verwachten dat de minister of staatssecretaris die antwoordt, het gehele pakket behandelt.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.