1-127

1-127

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 10 JUILLET 1997

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 10 JULI 1997

(Vervolg-Suite)

WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE WET VAN 20 JULI 1990 TER BEVORDERING VAN DE EVENWICHTIGE AANWEZIGHEID VAN MANNEN EN VROUWEN IN ORGANEN MET ADVISERENDE BEVOEGDHEID

Algemene bespreking

Artikelsgewijze bespreking

PROJET DE LOI MODIFIANT LA LOI DU 20 JUILLET 1990 VISANT À PROMOUVOIR LA PRÉSENCE ÉQUILIBRÉE D'HOMMES ET DE FEMMES DANS LES ORGANES POSSÉDANT UNE COMPÉTENCE D'AVIS

Discussion générale

Examen des articles

De voorzitter. ­ Wij vatten de bespreking aan van het wetsontwerp.

Nous abordons l'examen du projet de loi.

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

Het woord is aan de rapporteur.

Mevrouw Thijs (CVP), rapporteur. ­ Mijnheer de voorzitter, het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid werd op dinsdag 2 juli jongstleden besproken in de commissie voor de Binnenlandse en de Administratieve Aangelegenheden. Het beoogt een aanpassing van de wet van 20 juli 1990, die bepaalt dat voor een adviesverlenend orgaan de voordragende instantie telkens de kandidatuur van een man en een vrouw moet indienen. Uit onderzoek is gebleken dat deze wetgeving niet de gewenste impact heeft. Daarom moet zij worden bijgestuurd, moet een extra stimulans worden gegeven om te streven naar pariteit.

In de toekomst zal in een adviesorgaan ten hoogste twee derden van de leden van hetzelfde geslacht mogen zijn. Bovendien komen er sancties bij het niet-naleven van de wet en dat is toch ook belangrijk.

Ten eerste wordt een kandidatuur, indien zij niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden, namelijk indien niet een man en een vrouw werden voorgedragen, teruggestuurd en blijft het mandaat vacant tot een wettelijke kandidatuur is ingediend.

Ten tweede kunnen slechts rechtsgeldige adviezen worden uitgebracht, wanneer het adviesorgaan voldoet aan de opgelegde samenstelling.

Indien een adviesorgaan werkelijk in de onmogelijkheid verkeert om te voldoen aan de wettelijke bepalingen, dan zal de minister belast met het beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen oordelen over de gemotiveerde aanvraag tot afwijking. Het orgaan in kwestie kan pas rechtsgeldig adviezen uitbrengen nadat de Ministerraad de motivatie als afdoende heeft beoordeeld.

De samenstelling van de bestaande adviesorganen moet worden aangepast bij de eerstvolgende hernieuwing van de mandaten en uiterlijk ­ en dat is ook belangrijk ­ op 31 december 1999.

Tijdens de bespreking in de commissie stonden alle leden ­ zowel mannen als vrouwen ­ positief tegenover het wetsontwerp. Wel werd de vraag gesteld of met het nemen van de bij wet bepaalde sancties geen tegenovergesteld effect wordt bereikt, namelijk dat de minister die een advies moet krijgen, daarop niet echt zal aandringen. Hierop antwoordde de minister dat een advies in vele gevallen een substantiële voorwaarde voor het tot stand komen van een norm is. In de commissie werd er eveneens op gewezen dat de meeste mannen ­ maar niet alle mannen ­ nog altijd weinig geïnteresseerd zijn in de problematiek. Het belangrijkst is echter, zo merkte de minister op, dat deze mannen mee stemmen voor gelijkberechtiging.

Het ontwerp werd eenparig goedgekeurd door de tien aanwezige leden. (Applaus.)

De voorzitter. ­ Het woord is aan mevrouw Van der Wildt.

Mevrouw Van der Wildt (SP). ­ Mijnheer de voorzitter, bij de bespreking van het ontwerp in de commissie zei iemand beschaamd te zijn dat een dergelijke wet noodzakelijk is om een evidentie in de praktijk te brengen. Hiermee wordt zeer duidelijk het gevoel verwoord dat wij allemaal hebben bij het verdedigen en goedkeuren van een wet die positieve discriminatie inhoudt. Niemand gaat ongenuanceerd en volmondig akkoord met deze methode, maar het is de enige weg om een achterstand in te halen.

Gelijke kansen krijgen, dat betekent in de eerste plaats gelijk aan de start komen en daar is het ons met deze « opstapjes » voor vrouwen in de eerste plaats om te doen. Dit is zeker geen vorm frustratieverwerking van enkele overjaarse fanatieke feministen die hiermee alleen maar zichzelf een plezier willen doen, zoals een vrouwelijk kamerlid tijdens de bespreking aldaar beweerde. Dit wettelijk opgelegd inhaalmanoeuvre is noodzakelijk om democratische en maatschappelijke redenen.

De participatie van vrouwen aan het beleidsadviserend en het besluitvormingswerk is veel te laag. Sensibilisatie, vorming en overredingskracht zijn al jaren onvoldoende gebleken om een betekenisvol resultaat te geven voor de aanwezigheid van vrouwen in bedoelde adviesorganen. De politiek van vrijwilligheid en welwillendheid heeft duidelijk niet geholpen, zelfs niet met de formulering van de wet van 1990. De dubbele voordracht van een man en een vrouw leidde blijkbaar meestal tot de keuze voor een man.

Het quotum dat nu wettelijk wordt opgelegd, maximum twee derden van de leden van hetzelfde geslacht, is een efficiënte verbetering die in de toekomst hoopvollere resultaten moet geven.

Wij zouden niet in België zijn, als wij niet onmiddellijk rekening hielden met uitzonderingen en onmogelijkheden. Er is dus in een afwijkingsprocedure voorzien. Deze afwijkingsprocedure moet door de voogdijminister worden gemotiveerd aan de minister belast met het beleid van gelijke kansen, die op haar beurt de Ministerraad inlicht en de Ministerraad beslist.

Tijdens de bespreking in de commissie noemde de minister deze procedure complex. Voor mij is zij nog niet complex genoeg. Ik ben immers van oordeel dat het bekomen van een afwijking moeilijker moet zijn dan het zoeken naar kandidaten van het andere geslacht. In tal van domeinen gaat men er immers al te gemakkelijk van uit dat er geen geschikte vrouwen te vinden zijn. Het geslacht kan inderdaad geen basis zijn voor het beoordelen van deskundigheid. Vrouwen zullen dan ook altijd verdedigen dat de meest geschikte kandidaat moet worden gekozen. De voorbeelden waarbij het mannelijke geslacht in vele gevallen wel een voordeelfactor uitmaakte bij keuzen en aanstellingen, zijn echter legio.

Zal het adviesorgaan beter functioneren als de geslachtsregel wordt geëerbiedigd? Zal het advies beter zijn als mannen en vrouwen er evenwichtig aan hebben meegewerkt? Het zijn vragen die voor- en tegenstanders van deze wet urenlang kunnen bezighouden en waarop ik ook geen antwoord heb, maar het is een feit dat verscheidenheid in visie verrijkend kan zijn voor de hele samenleving. Een van de meest doorslaggevende argumenten van de tegenstanders van een dergelijke maatregel, die wij ook hoorden bij de wet-Tobback-Smet aangaande de verkiezingslijsten, is dat vrouwen dit zelf niet willen of geen interesse hebben. Zij kunnen gelijk hebben. Vrouwen hebben immers onvoldoende voorbeelden, zijn onvoldoende ingelicht en worden onvoldoende gesteund of geholpen om deze opdrachten op te nemen, want die ondersteuning maakt deel uit van de hele mannencultuur waarin het beleidswerk zich afspeelt. Daarin verandering brengen is het moeilijkst, omdat men dan raakt aan macht en machtsposities, die men niet zomaar vrijwillig opgeeft. Ook dat is een evidentie.

Onlangs werd ik in een uitzending door derden « Lichtpunt » getroffen door een reportage over het werk van de Amerikaanse Jane Elliot, Blue Eyed . Hoewel haar werk meestal over het behandelen van racisme in onze maatschappij gaat, is haar analyse en haar benaderingswijze ook perfect toepasbaar op de situatie van vrouwen. Zij toont aan dat wie in een machtspositie zit, ernaar zal streven om deze machtspositie te versterken. Daartoe is veel veroorloofd in de ogen van de machthebber, omdat hij ervan uitgaat dat hij beter is dan de andere die zijn macht kan bedreigen. Die machthebber bepaalt de spelregels en past die voortdurend aan, zodat zijn machtspositie gegarandeerd is. Elke poging tot verzet wordt geïsoleerd. Dit klinkt nogal drastisch en dictatoriaal, maar de reportage toonde werksessies van Jane Elliot waaruit blijkt dat dit streven voorkomt in banale dagelijkse gedragingen, zo banaal dat het beangstigend wordt. Wie iets over discriminatie wil zeggen, zou deze documentaire eerst moeten zien. De verdokenheid, de vanzelfsprekendheid en de banaliteit van ons dagelijks handelen wordt erin blootgelegd als oorzaak van ongelijkheid in de samenleving.

Een dergelijke wet is dan ook het enige doeltreffende instrument om die blijvende trend naar machtsversterking van de ene groep ten opzichte van de andere om te buigen. De resultaten van de wet van 1990 tonen trouwens aan dat elke versoepeling, elke toegeving een middel is om het effect ervan af te zwakken. De wet-Tobback-Smet aangaande de verkiezingslijsten heeft resultaten opgeleverd bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Ze werd echter ernstig gekortwiekt door het gebrek aan sancties en het uitblijven van concrete resultaten inzake de verdeling van mandaten. Indien men op termijn een betere verdeling van de verkozen mandaten wil realiseren, zal een verstrenging van de toepassing van deze wet op korte termijn ongetwijfeld noodzakelijk zijn.

Tot slot wil ik er nogmaals de nadruk op leggen dat het verkeerd zou zijn om bij deze problematiek uit te gaan van een absolute tweestrijd tussen mannen en vrouwen. Het ontwerp gaat over gelijkheid en samenwerking en de kansen daartoe. Men mag niemand op basis van het geslacht uitsluiten. Die uitsluiting, hoe subtiel ook, bestaat nog in onze samenleving. Het moeilijkst aan te pakken is immers die discriminatie waarvan wij ons niet bewust zijn of waarvan anderen ons zeggen dat er niets aan de hand is. (Applaus.)

M. le président. ­ La parole est à Mme Milquet.

Mme Milquet (PSC). ­ Monsieur le président, la Belgique jouit d'un régime démocratique. Cependant, la moitié de la population est représentée de façon très inégale au sein des diverses assemblées.

La culture démocratique se définit comme un effort de l'unité et de la diversité ainsi que de la liberté et de l'intégration. Dans ce sens, nous devons respecter la volonté exprimée par la minorité.

L'égalité formelle des droits est réalisée et il reste dorénavant à garantir aux femmes un traitement égal en droit et une égalité de fait. Aujourd'hui, un pas timide dans ce sens sera donc accompli.

En effet, le but du projet soumis à notre vote est de contribuer à la naissance d'une démocratie paritaire dans laquelle les hommes et les femmes assumeraient des responsabilités politiques égales et dans laquelle ils seraient représentés de manière équilibrée dans l'ensemble des organes politiques. Une participation des femmes et des hommes dans les organes de représentation est dès lors une nécessité démocratique.

Il est primordial de changer les réalités par l'action afin d'accélérer la prise de conscience d'une société encore réticente, comme si les obstacles à l'intégration effective des femmes correspondaient à des retards de mentalité, à des pratiques sociales enracinées dans le passé.

Le système des quotas tel que prévu dans le projet est un palliatif ou un signe alarmant indiquant que le moteur de la démocratie a des ratés, car je pense que l'égalité ne sera assurée que si nous croyons fermement au caractère paritaire, mais évidemment spontané, de la démocratie.

Je voterai cependant en faveur de ce projet car je pense qu'actuellement, il s'agit malheureusement de la seule façon d'assurer une présence plus ou moins équilibrée des femmes et des hommes dans les organes possédant une compétence d'avis.

Il est nécessaire que les femmes y soient représentées car, en politique, elles font preuve d'une mentalité différente, d'une culture politique fondée sur une sensibilité qui leur est propre, d'une diplomatie plus consensuelle, d'une vision moins conflictuelle des choses, d'un sens plus concret de la réalité sans doute dû à leur proximité de la vie quotidienne, d'un goût moins prononcé du « pouvoir pour le pouvoir » et, dès lors, d'une volonté de carriérisme moins assassin dans le monde politique.

Dans la même lignée, une proposition de loi déposée par Mme de Bethune et cosignée par moi-même et d'autres sénateurs, visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les conseils communaux consultatifs, est à l'étude à la commission de l'Intérieur du Sénat; celle-ci va dans le même sens que le projet qui est aujourd'hui soumis à notre vote.

En tant que femme parlementaire, je ne puis formuler qu'un souhait, celui de voir un jour l'assemblée où nous siégeons, laquelle comporte déjà un nombre important de femmes, ainsi que d'autres organes représentatifs composés de manière égale d'hommes et de femmes afin qu'une véritable démocratie paritaire puisse voir le jour. (Applaudissements.)

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Smet.

Mevrouw Smet, minister van Tewerkstelling en Arbeid, belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen. ­ Mijnheer de voorzitter, in de eerste plaats dank ik de leden van de commissie die het wetsontwerp unaniem hebben goedgekeurd.

Ik sluit mij aan bij de uiteenzettingen die hier werden gehouden. Wij worden immers gedreven door hetzelfde elan om de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in alle politieke en parapolitieke organen te bereiken. De strijd die wij hiervoor moeten voeren, is zeer lang. De politieke partijen hebben quota ingevoerd. Bij de CVP gebeurde dit in de eerste helft van de jaren 70. Om de vijf à zeven jaar hebben wij een inspanning gedaan om de quota op te drijven en ze uit te breiden van de partij-organen naar de officiële organen. Tot nu toe zijn wij er niet in geslaagd quota in te voeren voor de verkiesbare plaatsen in het Parlement. De beslissing dat een derde van het aantal kandidaten voor Kamer en Senaat vrouwen moeten zijn is weliswaar belangrijk omdat dit de vrouwen stimuleert om zich verkiesbaar te stellen, hun aanwezigheid aldus zichtbaar wordt en zij worden gedwongen een campagne te voeren.

Étant donné le système électoral que nous connaissons en Belgique, nous ne sommes nullement certains que telle ou telle femme sera élue. C'est donc un petit pas en avant.

Si aucune loi ne prévoit que des femmes doivent obligatoirement figurer à des places utiles ­ à une place de combat, de membre effectif ou de suppléant ­ pour être élues, nous n'aurons jamais la certitude que le nombre de femmes parlementaires augmentera.

C'est donc la dernière bataille qui doit être menée en vue de garantir la présence d'un tiers de femmes. Par la suite, dans quelques années, nous entamerons le combat pour la parité, que nous emporterons certainement à terme. (Applaudissements.)

M. le président. ­ Plus personne ne demandant la parole, la discussion générale est close et nous passons à l'examen des articles.

Daar niemand meer het woord vraagt, is de algemene bespreking gesloten en vatten wij de artikelsgewijze bespreking aan.

L'article premier est ainsi rédigé :

Article premier. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

­ Adopté.

Aangenomen.

Art. 2. À l'article 2 de la loi du 20 juillet 1990 visant à promouvoir la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organes possédant une compétence d'avis, il est inséré un § 1er bis , rédigé comme suit :

« § 1er bis . Lorsque les conditions posées au § 1er n'ont pas été remplies, le ministre de la compétence duquel relève l'organe consultatif, renvoie les candidatures à l'instance chargée de présenter les candidatures. Tant que les conditions posées n'auront pas été remplies, le mandat à attribuer reste vacant. ».

Art. 2. In artikel 2 van de wet van 20 juli 1990 ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid, wordt een § 1bis ingevoegd, luidend als volgt :

« § 1bis . Wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld onder § 1, stuurt de minister onder wiens bevoegdheid het betreffende adviesorgaan ressorteert, de kandidaturen terug naar de voordragende instantie. Zolang niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, blijft het te begeven mandaat vacant. ».

­ Adopté.

Aangenomen.

Art. 3. Dans la même loi, il est inséré un article 2bis , rédigé comme suit :

« Art. 2bis . § 1er . Deux tiers au maximum des membres d'un organe consultatif sont du même sexe.

§ 2. Lorsque la condition posée au § 1er n'a pas été remplie, l'organe consultatif concerné ne peut pas émettre d'avis valide, sauf si le ministre de la compétence duquel relève l'organe consultatif, communique l'impossibilité de remplir la condition posée au § 1er , appuyée de raisons suffisantes, au ministre chargé de la Politique d'égalité des chances entre hommes et femmes. Dans le cas des organes consultatifs à créér ou à constituer, la motivation visée doit être donnée avant la nomination des membres de l'organe consultatif concerné.

Le ministre chargé de la Politique d'égalité des chances entre hommes et femmes informe le Conseil des ministres de cette impossibilité. La motivation est considérée comme adéquate par le Conseil des ministres, sauf décision contraire formulée par celui-ci dans les deux mois suivant la communication de la motivation visée au ministre chargé de la Politique d'égalité des chances entre hommes et femmes.

Dans les avis concernés de cet organe consultatif, mention doit être faite de la dérogation au § 1er , dans le respect de la procédure décrite au présent paragraphe, comme de la motivation adéquate. ».

Art. 3. In dezelfde wet wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 2bis . § 1. Ten hoogste twee derden van de leden van een adviesorgaan is van hetzelfde geslacht.

§ 2. Wanneer niet werd voldaan aan de in § 1 gestelde voorwaarde, kan het betrokken adviesorgaan niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen, behalve wanneer de minister onder wiens bevoegdheid het betrokken adviesorgaan ressorteert, de onmogelijkheid om te voldoen aan de in § 1 gestelde voorwaarde, met voldoende redenen omkleed, aan de minister bevoegd voor het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen meedeelt. In geval van nieuw op te richten of samen te stellen adviesorganen, dient de bedoelde motivering te worden gegeven vóór de benoeming van de leden van het betrokken adviesorgaan.

De minister belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen licht de Ministerraad in omtrent deze onmogelijkheid. De motivering wordt door de Ministerraad beschouwd als zijnde afdoende, behoudens bij diens andersluidende beslissing binnen de twee maanden na de mededeling van de bedoelde motivering aan de minister belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

In de betrokken adviezen van dit adviesorgaan dient melding te worden gemaakt van de afwijking van § 1, met inachtneming van de procedure beschreven in onderhavige paragraaf, evenals van de afdoende motivering. »

­ Adopté.

Aangenomen.

Art. 4. L'article 4 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :

« Art. 4. Tous les deux ans, le ministre chargé de la Politique d'égalité des chances entre hommes et femmes fait rapport aux Chambres fédérales de l'exécution de la présente loi. »

Art. 4. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 4. De minister belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen legt om de twee jaar verslag voor aan de federale Kamers over de uitvoering van onderhavige wet. »

­ Adopté.

Aangenomen.

Art. 5. Dans la même loi, il est ajouté un article 5, rédigé comme suit :

« Art. 5. Pour les organes consultatifs qui ont été créés avant l'entrée en vigueur du présent article, les ministres de la compétence desquels relèvent les organes consultatifs, adapteront leur composition conformément aux dispositions de l'article 2bis , lors du prochain renouvellement des mandats et au plus tard au 31 décembre 1999. »

Art. 5. In dezelfde wet wordt een artikel 5 toegevoegd, luidend als volgt :

« Art. 5. Voor de adviesorganen die vóór de inwerkingtreding van dit artikel werden opgericht, passen de ministers onder wiens bevoegdheden de betreffende adviesorganen ressorteren, hun samenstelling, overeenkomstig de bepalingen van artikel 2bis , aan bij de eerstvolgende hernieuwing van de mandaten en uiterlijk tegen 31 december 1999. »

­ Adopté.

Aangenomen.

M. le président. ­ Il sera procédé cet après-midi au vote sur l'ensemble du projet de loi.

We stemmen vanmiddag over het geheel van het wetsontwerp.