1-46

1-46

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 23 MAI 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 23 MEI 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « DE NIEUWE UITGANGSKLEDIJ VAN DE LANDMACHT »

QUESTION DE M. DEVOLDER AU MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « LA NOUVELLE TENUE DE SORTIE DE LA FORCE TERRESTRE »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder aan de minister van Landsverdediging over « de nieuwe uitgangskledij van de landmacht ».

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, de beslissing omtrent het invoeren van een nieuwe uitgangskledij voor de landmacht werd over het algemeen goed onthaald bij de leden van de strijdkrachten. Over de modaliteiten van de aanschaffing heerst echter een algehele misnoegdheid bij de militairen. Via een circulaire van de landmacht vernam het personeel immers dat zij deze uitgangskledij new look zelf zullen moeten betalen, waardoor ongeveer de helft van de dotatie voor andere persoonlijke zaken verloren dreigt te gaan.

Kan de heer minister mij meedelen of de circulaire TB LOG 8-VI-A-2 van augustus 1990 met betrekking tot de kledij, de uitrusting, de nachtlegering en de eerste dotatie persoonlijke kledij nog steeds van toepassing is ? Deze circulaire vermeldt dat de kledij in eerste dotatie gratis wordt verstrekt aan elke militair bij het invoeren van een nieuw persoonlijk kledijartikel waarvan de dracht in bepaalde omstandigheden verplicht kan zijn. Wanneer een kledingstuk dat deel uitmaakt van de eerste dotatie verandert van kleur, snit of model of wanneer het personeel verplicht is over te schakelen op het nieuwe kledijtype, wordt dit op basis van artikel 4 van deze circulaire gratis geleverd door de macht of is er voor de militair aanleiding tot recuperatie van de residuele waarde van het kledingstuk.

Aangezien de invoering van de nieuwe uitgangskledij beantwoordt aan de situatie beschreven in artikel 4, had ik graag van de minister vernomen voor welke vorm van tegemoetkoming zal worden gekozen.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats kan ik de heer Devolder meedelen dat de circulaire TB LOG 8 ­ VI-A-2 van augustus 1990 met betrekking tot de kledij, de uitrusting, de nachtlegering in de eerste dotatie persoonlijke kledij nog steeds van toepassing is.

Van een gratis eerste dotatie is hier geen sprake, aangezien de uitgangskledij niet wordt beschouwd als een nieuw artikel, maar slechts als een nieuw model waarop artikel 4 van de aangehaalde circulaire van toepassing is. Hieruit volgt dat, wat de tegemoetkoming voor de aanschaffing van het nieuwe model van kledij betreft, wordt gekozen voor het systeem van de recuperatie van de residuele waarde van de bestaande kledingstukken. Deze residuele waarde wordt volgens eerder genoemde circulaire onder meer bepaald door de levensduur van het kledingstuk. De levensduur van de uitgangskledij wordt geschat op vier jaar.

Het personeel werd in juni 1995 op de hoogte gebracht van de invoering van het nieuw model uitgangskledij, waarvan het dragen slechts vier jaar later wordt verplicht, dus vanaf juli 1999. Het personeel dat geen vier jaar van de uitgangskledij zal kunnen genieten, kan zich deze kledij aanschaffen tegen gunstprijzen. Dit geldt bijvoorbeeld voor rekruten die voor een beperkte periode nog een oud model moeten aanschaffen of voor militairen die kort na de invoering van het nieuwe model op rust worden gesteld.

Er moet worden opgemerkt dat de categorie van de officieren een kledijvergoeding geniet. De andere personeelscategorieën genieten via een puntensysteem van een gecontingenteerde gratis bedeling.

Tenslotte behoort de invoering van een nieuw model van uitgangskledij tot de bevoegdheid van de stafchefs van de verschillende machten. Enkel in de landmacht bleek behoefte te bestaan aan een moderner model van uitgangskledij.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister. Hij heeft al mijn vragen duidelijk beantwoord.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.