1-477/2

1-477/2

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

27 NOVEMBER 1996


Voorstel tot invoeging in het Reglement van de Senaat van een artikel 70bis , ter uitvoering van artikel 3, vierde lid, van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER FORET

In punt 1 van het voorgestelde artikel 70bis de woorden « afbreuk doet aan de eer en de waardigheid van de Senaat of » doen vervallen.

Verantwoording

Deze bepaling is vaag en subjectief. Te vrezen valt dat de motieven om iemand te straffen zuiver politiek geļnspireerd zullen zijn. De andere uitsluitingscriteria lijken voldoende en zijn in ieder geval veel objectiever.

Michel FORET.

Nr. 2 VAN DE HEER LALLEMAND c.s.

In punt 2 van het voorgestelde artikel 70bis het eerste lid vervangen door het volgende lid :

« De behandeling van schendingen van de geheimhouding kan gevraagd worden door een derde van de leden van de onderzoekscommissie, bij brief gericht aan de voorzitter van de commissie, of door de voorzitter zelf. In de bovenvermelde brief of in de door de voorzitter opgestelde nota wordt een gedetailleerde beschrijving van de aangehaalde feiten gegeven. »

Verantwoording

De voorzitter van de onderzoekscommissie moet zelf de mogelijkheid krijgen om eventueel het initiatief te nemen tot het vragen van een sanctie.

Roger LALLEMAND.
Philippe MAHOUX.
Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 3 VAN DE HEER ERDMAN

In punt 5 van het voorgestelde artikel 70bis de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. Tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid invoegen, luidende :

« In voorkomend geval wordt artikel 48 toegepast. »

B. In het tweede lid de woorden « met gesloten deuren » doen vervallen.

C. In het derde lid de woorden « in openbare vergadering en » doen vervallen.

Verantwoording

De beslissing om al dan niet met gesloten deuren te vergaderen moet geval per geval genomen worden overeenkomstig artikel 47 van de Grondwet en artikel 48 van het reglement van de Senaat.

Frederik ERDMAN.

Nr. 4 VAN DE HEER FORET

Het voorgestelde artikel 70bis aanvullen met een punt 6 (nieuw), luidende :

« 6. Het lid van een onderzoekscommissie dat uitgesloten wordt met toepassing van het vorige punt, wordt onverwijld vervangen door een ander lid van dezelfde fractie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 76-3. »

Verantwoording

Men moet de idee verdedigen dat de betrokken fractie in ieder geval het uitgesloten lid moet kunnen vervangen. Die oplossing lijkt logisch daar de uitgesloten senator lid is geworden van de betrokken commissie op grond van een aanwijzing door zijn fractie.

Michel FORET.