1-746/1

1-746/1

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

16 OKTOBER 1997


Voorstel van resolutie betreffende de toegang van de meewerkende echtgeno(o)t(e) tot het stelsel van het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen

(Ingediend door mevrouw de Bethune c.s.)


TOELICHTING


Rekening houdend met de specifieke situatie van de meewerkende echtgeno(o)t(e) die, ondanks zijn/haar bijdrage tot de vorming van het gezinsinkomen, in de sociale zekerheid slechts afgeleide rechten geniet;

Rekening houdend met de vaststelling dat, in gezinnen waar één van de partners een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitoefent, de andere partner dikwijls de eigen beroepsactiviteit opzij schuift en opteert voor de rol van meewerkende echtgeno(o)t(e);

Dat de huidige samenleving tevens geconfronteerd wordt met een toenemend aantal situaties van echtscheiding en feitelijke scheiding;

Dat de meewerkende echtgeno(o)t(e), die geconfronteerd wordt met een dergelijke situatie, meteen ook het voordeel van deze afgeleide rechten grotendeels verliest;

Rekening houdend met de zeer grote eensgezindheid in kringen van professionele organisaties, zowel in de landbouwwereld als bij de middenstand en vrije beroepen, over de noodzaak aan een geëigend sociaal statuut voor de meewerkende echtgenoten;

Rekening houdend met de EG-richtlijn 86/613 van 11 december 1986 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, de landbouwsector inbegrepen, en tot bescherming van het moederschap en met de uitvoering van deze richtlijn door de wet van 14 december 1989 inzake het sociaal statuut der zelfstandigen;

Dat ingevolge deze wet artikel 7, 1º, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 over de inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen (veralgemeende niet-onderwerping van de meewerkende echtgenoten) wordt aangevuld met een bepaling die de meewerkende echtgenoten toelaat vanaf 1 januari 1990 een beroep te doen op vrijwillige onderwerping, beperkt tot het stelsel van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector uitkeringen, en die eveneens voorziet in de toekenning van een moederschapsuitkering;

Dat uit de statistieken van het RSVZ echter blijkt dat de formule van deze vrijwillige verzekering niet echt blijkt aan te slaan bij de meewerkende echtgenoten : per 31 maart 1997 hadden slechts 4 829 meewerkende echtgenoten zich aangesloten;

Dat er verschillende redenen zijn voor de geringe toetreding van de meewerkende echtgenoten tot deze vrijwillige onderwerping;

Dat een belangrijke oorzaak te vinden is in het feit dat de baten van deze verzekering, met name de geringe kans dat de verzekerde risico's zich zullen voordoen ­ althans in de ogen van de betrokkenen ­ niet opwegen tegen de kostprijs, die door velen als redelijk hoog wordt beschouwd (gemiddeld 0,5 & van het gezinsinkomen);

Dat de realisatie van een sociale verzekering voor beroepsgebonden risico's van meewerkende echtgenoten slechts mogelijk is mits er gelijktijdig werk wordt gemaakt van de toekomstige pensioenrechten;

Dat, om deze situatie te verhelpen, en dit, zonder afbreuk te doen aan de lopende initiatieven in het raam van het verplichte (wettelijke) pensioenstelsel, de openstelling van de bestaande vrije pensioenregeling voor zelfstandigen voor de doelgroep van de meewerkende echtgenoten een belangrijke doorbraak zou betekenen;

Rekening houdend met de intentie van de regering om de aanvullende pensioenformules bij de zelfstandigen te stimuleren, zoals blijkt uit artikel 28 van de wet van 26 juli 1996 houdende modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;

Dat het vrij aanvullend pensioenstelsel van de zelfstandigen vandaag reeds toelaat om 7 & van de beroepsinkomsten, weliswaar geplafonneerd tot twee derden van het tussenplafond (in 1997 : twee derden van 1 857 031 = 1 238 021), te beleggen op een fiscaal vrijgestelde manier;

Dat het vrij aanvullend pensioen thans gereserveerd is voor de zelfstandigen, die in hoofdberoep onderworpen zijn aan het sociaal statuut, ook al werd het voordeel ervan bij wet van 14 december 1989 uitgebreid met een overlevingspensioen ten voordele van de langstlevende echtgeno(o)t(e) (afgeleide rechten);

Dat een herformulering van deze reglementering geen noemenswaardige financiële kost zal betekenen en een eerste stap uitmaakt op het vlak van de geïndividualiseerde pensioenrechten van de meewerkende echtgeno(o)t(e).

Sabine de BETHUNE.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat wenst dat de regering het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen openstelt voor de doelgroep van de meewerkende echtgenoten;

Dienvolgens aan de meewerkende echtgeno(o)t(e) het recht toekent om in eigen naam te participeren aan het stelsel van het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, zoals bedoeld in artikel 52bis van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, en dit door middel van hetzij een geïndexeerde forfaitaire bijdrage van bijvoorbeeld 7 & op het minimum-referte-inkomen, opgenomen in artikel 12, § 1, tweede lid (hetgeen thans overeenstemt met 26 797 frank), hetzij, een bijdrage van 1 & tot maximum 3,5 & van het zelfstandig gezinsinkomen.

In dit laatste geval moet de bijdrage voor het vrij aanvullend pensioen zich binnen het gezin (bijdragen van man en vrouw samen) situeren binnen de bestaande grenzen van artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 december 1990 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.

Dit recht wordt aan de meewerkende echtgeno(o)t(e) toegekend onder de voorwaarde dat de meewerkende echtgeno(o)t(e) tevens de vrijwillige verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, zoals bedoeld in artikel 7, 1º, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, onderschrijft (hierdoor wordt tevens het financieel evenwicht in dit stelsel verbeterd).

Sabine de BETHUNE.
Jeanine LEDUC.
Christine CORNET d'ELZIUS.
Lisette NELIS-VAN LIEDEKERKE.
Jacques D'HOOGHE.