1-330/1

1-330/1

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

9 MEI 1996


Wetsvoorstel ter beperking van het klank- volume van walkmans en hoofdtelefoons

(Ingediend door mevr. de Bethune c.s.)


TOELICHTING


A. ALGEMENE TOELICHTING

1. Algemeen doel

De jongste jaren kent het gebruik van walkmans en hoofdtelefoons een stijgend succes. Vooral jongeren verkiezen deze vorm van muziekbeluistering, waarbij anderen niet worden gestoord en zijzelf evenmin door anderen worden gestoord.

Uit tal van medische en wetenschappelijke studies blijkt echter dat het gebruik van walkmans en hoofdtelefoons, bij een te hoog klankvolume, onherstelbare schade kan toebrengen aan het gehoor. Onderzoeken brachten aan het licht dat bij steeds meer jonge gebruikers gehoorstoornissen worden vastgesteld en dat een toenemend aantal jongeren vroegtijdig te kampen krijgt met slechthorendheid. Sommige onderzoekers gaan zelfs zo ver te stellen dat een hele generatie slechthorenden wordt voortgebracht, zonder dat iemand zich daarom bekommert.

Het ligt geenszins in de bedoeling van de indieners van dit wetsvoorstel het gebruik van walkmans en hoofdtelefoons te beteugelen. Wat wel wordt beoogd is het gebruik van deze toestellen onder omstandigheden die niet schadelijk zijn voor de gezondheid.

Het doel van dit wetsvoorstel is te voorkomen dat de walkmans en hoofdtelefoons ooit moeten worden vervangen door een hoorapparaat.

2. Over gehoorbeschadiging

De geluidssterkteschaal is logaritmisch opgebouwd, wat betekent dat een geluid van 100 dB niet één tiende sterker is dan één van 90 dB, maar wel 10 keer sterker. Een geluid van 110 dB is dan 10 × 10 of 100 keer sterker dan een geluid van 90 dB.

Op de geluidssterkteschaal kan de gevarengrens, dit is het niveau waarop geluiden onze oren kunnen beschadigen, gesitueerd worden op 85 tot 90 dB (A).

In een recent nummer van Test Gezondheid (nr. 10, november 1995) wordt weergegeven op welke manieren deze beschadiging van het gehoor zich kan manifesteren.

Tot 85 à 90 dB (A) worden geluiden hooguit als hinderlijk ervaren en hebben ze hoofdzakelijk psychologische of psychosomatische gevolgen.

Vanaf 85 à 90 dB (A) loopt het gehoor een reëel gevaar. Welk gevaar precies, hangt af van een samenspel van vier factoren : de sterkte van de geluiden, de toonhoogte, de duur van de blootstelling en de manier waarop het individuele lichaam reageert.

Als basisregel geldt dat het risico op beschadiging van het gehoor toeneemt naarmate het geluid sterker wordt en naarmate we het langer beluisteren.

De gehoorstoornissen kunnen tijdelijk zijn, waarbij we spreken van auditieve vermoeidheid. In dit geval zijn de cellen die de geluidsgolven in onze oren omzetten in zenuwimpulsen lichtbeschadigd, geven ze tijdelijk minder signalen door en hebben ze een herstelperiode nodig.

Langdurige blootstelling aan té sterke geluiden kan voor gevolg hebben dat deze cellen blijvende schade oplopen. Het gehoor gaat in dit geval geleidelijk aan verloren, en dit op een onomkeerbare wijze.

3. Wetenschappelijk onderzoek

Dat er wel degelijk nood is aan regelgeving blijkt uit verschillende wetenschappelijke studies die het verband hebben onderzocht tussen het gebruik van walkmans en hoofdtelefoons en gehoorstoornissen.

In eigen land heeft Test-Aankoop magazine reeds verschillende malen de alarmklok geluid. Bij herhaalde tests van walkmans en hoofdtelefoons is gebleken dat het gros van deze toestellen gevaarlijke klankvolumes kan produceren [van 100 tot 120 dB (A)]. Het magazine waarschuwt dan ook met klem voor de gevaren van het (langdurig) muziek beluisteren met de volumeknop wijdopen (zie Test-Aankoop magazine , nr. 333, mei 1991; nr. 350, december 1992; nr. 352, februari 1993).

In een bijdrage die in november 1995 verscheen in Test Gezondheid wordt aan de hand van een grafiek gewezen op de risico's van te luide muziek voor jongeren tussen 10 en 25 jaar.

Van de groep jongeren die bijvoorbeeld 15 jaar lang wekelijks 20 uur een walkman beluistert die 100 dB(A) produceert, zal 25 pct. wellicht te kampen krijgen met een gehoorverlies van 25 dB, terwijl 8,5 pct. 35 dB minder zal horen.

Ook Professor Feenstra, diensthoofd van de neus-keel- en oorafdeling van de K.U. Leuven, waarschuwt voor het cumulatieve effect van de lawaaibelasting (onder andere door het gebruik van hoofdtelefoons) waaraan de huidige jongere wordt blootgesteld en die zich vooral zal doen gelden als een « versnelling van het verouderingseffect met ca. 10 jaar » (Feenstra, L., « Pop, rock, walk' en brom'; moderne herrie en het gehoor », Ned. Tijdschrift Geneeskunde, 1990, 134, nr. 11, 517-519).

Een Nederlandse studie bevestigt dit en stelt dat « de verwachting gerechtvaardigd is dat de gehoorcurve die normaal is voor personen rond de 60 jaar, bij regelmatig walkmangebruik al op veel jongere leeftijd zal worden gevonden. De ,,vergrijzing'' van het gehoor wordt sterk vervroegd indien we niets ter bescherming van het gehoor doen » (Reyes-Slikker, A., « Walkman en gehoorverlies », Logopedie en foniatrie, nr. 6, 1995, 154-158).

Een Frans onderzoek, uitgevoerd door dokter Buffe, bracht aan het licht dat een derde van de jongeren tussen 14 en 20 jaar te kampen heeft met een betekenisvol gehoorverlies. Negen jaar geleden bedroeg dit cijfer 11 pct.

Dokter Buffe stelde vast dat de geluidsproduktie van de moderne vormen van vrijetijdsbesteding van jongeren heel vaak de geluidsproduktie op de arbeidsplaats overstijgt. Bij het bijwonen van popconcerten, het bezoek aan discotheken, het spelen in popgroepen... worden jongeren bijna stelselmatig geconfronteerd met een té hoog geluidsniveau. Maar ook motors en bromfietsen kunnen een geluidsniveau produceren dat 90 dB (A) ver overschrijdt, waarbij dient opgemerkt dat een motorhelm tegen lawaai geen bescherming biedt.

Het meest prangende probleem, aldus het Franse onderzoek, rijst bij het gebruik van walkmans en hoofdtelefoons. Het onderzoek wees uit dat ongeveer 70 pct. van de jongeren gebruik maken van een walkman bij het luisteren naar muziek. Dit walkmangebruik is veelal dagelijks, het weekgemiddelde bedraagt 7 uur. 20 pct. van de ondervraagde jongeren verklaarden hun walkman te gebruiken met de volumeknop wijdopen.

Volgens dokter Buffe heeft blootstelling aan een geluidsniveau van meer dan 90 dB (A), zelfs bij korte duur, een onbetwist nadelig effect op het gehoor.

Het gebruik van walkmans aan een geluidsniveau van meer dan 90 dB (A) zou bijgevolg onmogelijk moeten worden gemaakt (zie Garabedian, E.-N., « Les effets de l'environnement sur le développement normal et pathologique de l'audition et des voies aériennes supérieures de l'enfant », in Rapport sur les liens entre la santé et l'environnement, notamment chez l'enfant, (Tome II), par J.-F. Mattei, 85-110).

E.-N. Garabedian, de auteur van deze bijdrage, wees op de noodzaak van een aangepaste wetgeving, rekening houdend met de resultaten van de uitgevoerde studies, teneinde het gebruik van walkmans en hoofdtelefoons te laten plaatsvinden in omstandigheden die de gezondheid niet in gevaar brengen.

Dit is des te meer noodzakelijk, zo stelde hij, daar momenteel walkmans op de markt worden gebracht die bestemd zijn voor kinderen van 5 tot 10 jaar.

4. De Belgische markt

Uit een enquête, uitgevoerd door Test-Aankoop (T.A.M. nr. 333, mei 1991), blijkt dat de geteste walkmans en hoofdtelefoons, die op de Belgische markt verkrijgbaar zijn, op enkele uitzonderingen na, een klankvolume van 100 tot 120 dB (A) kunnen produceren. Sommige hoofdtelefoons kunnen klanken produceren die zelfs de pijndrempel overschrijden.

Een groot deel van de in ons land verkochte walkmans en hoofdtelefoons wordt vervaardigd in Japan. Het is betekenisvol dat de Japanse fabrikanten het klankvolume van de toestellen voor de eigen markt spontaan beperken tot 105 dB (A).

5. Bestaande wetgeving

In ons land bestaat geen enkele wettelijke reglementering met betrekking tot het maximale klankvolume van walkmans en hoofdtelefoons.

De wet van 18 juli 1973 op de geluidshinder is een kaderwet en bevat geen enkele rechtstreeks toepasselijke bepaling.

Een koninklijk besluit van 24 februari 1977 legt een maximumgeluidsniveau vast voor muziek, maar dit geldt enkel voor openbare inrichtingen, ter bescherming van de daar aanwezige personen. Dit geluidsniveau bedraagt 90 dB (A).

Vermelden we nog, ter illustratie, dat het A.R.A.B. specifieke beschermingsmaatregelen voorschrijft « op de arbeidsplaatsen die een dagelijkse persoonlijke blootstelling van de werknemer met zich brengen die hoger is dan 85 dB (A), hoger is dan 90 dB (A),... » (art. 148decies , 2, 1a , 5 A.R.A.B.).

Wat de buitenlandse wetgevende initiatieven betreft, kunnen we vermelden dat de Franse Assemblée Nationale op 14 maart jl. een amendement heeft aangenomen op de sociale programmawet waarbij het klankvolume van walkmans, die op de Franse markt te koop worden aangeboden, wordt beperkt tot 100 dB (A). Volgens het amendement moeten deze toestellen voorzien zijn van de vermelding dat bij langdurig gebruik op volle kracht het gehoor van de gebruiker kan worden beschadigd.

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Dit artikel heeft tot doel het maximum volume van walkmans en hoofdtelefoons te beperken tot 90 dB (A).

Dat het volume van walkmans en hoofdtelefoons moet worden beperkt blijkt uit tal van wetenschappelijke studies die aantonen dat het huidige maximale volume van deze toestellen onherstelbare schade kan berokkenen aan het gehoor van de gebruikers.

Het geluidsniveau van 90 dB (A) wordt algemeen beschouwd als de absolute gevarengrens, dit is het niveau waarop de geluiden het gehoor kunnen beschadigen.

90 dB (A) is ook het maximale geluidsniveau dat is toegelaten in openbare inrichtingen. 80 en 90 dB (A) zijn tevens de maximaal toegelaten geluidsgrenzen die in het A.R.A.B. worden gehanteerd.

Artikel 3

Hinderlijke schade aan het gehoor door geluidsbelasting treedt (meestal) slechts op na verloop van langere tijd en is derhalve niet onmiddellijk evident, wat maakt dat de gebruiker van walkmans en hoofdtelefoons zich er niet van bewust is.

Dit artikel heeft tot doel de gebruiker van walkmans en hoofdtelefoons te waarschuwen voor de mogelijke gevaren die aan dit gebruik verbonden zijn.

Zoals in de toelichting is aangetoond, sluit het begrenzen van het volume van walkmans en hoofdtelefoons tot 90 dB (A), op zich niet uit dat er nog gehoorschade ontstaat bij de gebruiker.

Naast begrenzing en beperking van het volume is immers ook de luistertijd van belang.

Waar per week bijvoorbeeld 40 uur mag worden geluisterd naar muziek op 87 dB (A), is de aanvaardbare luistertijd op een niveau van 90 dB (A) al verminderd tot 20 uren per week.

Zelfs al wordt het maximum volume van walkmans en hoofdtelefoons beperkt, toch blijft het nog noodzakelijk dat de gebruiker wordt gewaarschuwd, zoals voorgesteld in artikel 3.

Artikel 4

De periode van zes maanden waarin wordt voorzien moet de producenten en verdelers van walkmans en hoofdtelefoons toelaten alle nodige maatregelen te nemen voor de toepassing van deze wet.

Sabine de BETHUNE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

De walkmans en hoofdtelefoons die te koop worden aangeboden op de Belgische markt, mogen een klankvolume van maximaal 90 dB (A) niet overschrijden.

Art. 3

Op de walkmans en hoofdtelefoons die te koop worden aangeboden op de Belgische markt, wordt op een duidelijk leesbare en niet-verwijderbare wijze de volgende vermelding aangebracht :

« Het langdurig op volle kracht beluisteren van deze walkman/hoofdtelefoon kan het gehoor van de gebruiker beschadigen. »

Art. 4

Deze wet treedt in werking de eerste dag van de zesde maand volgend op die gedurende welke ze in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Sabine de BETHUNE.
Lydia MAXIMUS.
Bea CANTILLON.