1-8

1-8

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 9 NOVEMBRE 1995

VERGADERING VAN DONDERDAG 9 NOVEMBER 1995

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN OVER « DE TERUGBETALING VAN HET GENEESMIDDEL EPREX »

QUESTION ORALE DE M. DEVOLDER AU MINISTRE DES AFFAIRES SOCIALES SUR « LE REMBOURSEMENT DU MÉDICAMENT EPREX »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder aan de minister van Sociale Zaken over « de terugbetaling van het geneesmiddel Eprex ».

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik heb de minister van Sociale Zaken vorig jaar een vraag gesteld in verband met de terugbetaling van het geneesmiddel Eprex en soortgelijke.

Dit geneesmiddel wordt gebruikt voor bloedarmoede bij patiënten die aan chronische nierinsufficiëntie lijden en die nierdialyse dienen te ondergaan. Het geneesmiddel is enkel verkrijgbaar in ziekenhuizen. Dus ressorteert het onder de risico's van de verzekerden die enkel voor de grote risico's zijn verzekerd.

Vorig jaar deed zich een probleem voor. Bepaalde hospitalen weigerden namelijk de terugbetaling van dit geneesmiddel. Men kon wel terugbetaling verkrijgen van zodra men bereid was te overnachten in het hospitaal. Dan ging het immers niet meer om een ambulante behandeling.

Dit brengt mee dat men eerst een grotere uitgave moet veroorzaken voor het RIZIV om daarna terugbetaling te bekomen. Voor de patiënten betekent dit niet-terugbetalen echter een aderlating van 20 à 30 000 frank per maand. Voor heel wat betrokkenen is het uitgeven van zo een bedrag per maand onmogelijk.

De minister heeft mij vorig jaar geantwoord dat deze praktijken niet toelaatbaar zijn. Mijn vraag is dan ook of er iets veranderd is in de RIZIV-reglementering. Zo ja, wanneer ? Zo neen, welke maatregelen zal de minister nemen tegen deze wanpraktijken ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Flahaut die antwoordt namens de minister van Sociale Zaken.

De heer Flahaut, minister van Ambtenarenzaken. ­ Mijnheer de Voorzitter, de minister van Sociale Zaken verzocht me mede te delen dat zij een onderzoek heeft gedaan bij de bevoegde diensten van het RIZIV, waartoe zij zich had verbonden naar aanleiding van de vraag van de heer Devolder van 27 oktober 1994.

Het onderzoek had tot doel om volgens de huidige reglementaire bepalingen van de verzekering en rekening houdend met de band op medisch gebied tussen de dialyseverstrekking en de patiënt met nierinsufficiëntie aan wie recombinerende erythropoïetine wordt toegediend, de voorwaarden te bepalen waarin de verzekering tegemoetkomt in de kosten van de farmaceutische specialiteiten als componenten van dit geneesmiddel wanneer het een sociaal verzekerde betreft die enkel verzekerd is voor de grote risico's.

L'administration d'Érythropoïetine pour le traitement de l'anémie due à l'insuffisance rénale chronique chez des patients dialysés constitue un traitement substitutif des dialyses et permet d'en diminuer la fréquence.

Il se pourrait dès lors qu'un lien de subsidiarité entre la prestation de dialyse et la prestation pharmaceutique en milieu hospitalier soit établi. Il s'agit dans ce cas cependant d'un problème nécessitant une expertise fondée sur des arguments médicaux que les services juridiques, du contrôle médical, du contrôle administratif et du Conseil médical s'attachent à résoudre spécifiquement et limitativement.

Gelet op de tijd die nodig is voor het ontwikkelen van een gegronde argumentatie die voldoende specifiek is voor elk geval, werd de reglementering van het koninklijk besluit van 30 juli 1964 tot nu toe nog niet gewijzigd.

Het reglementair beschikkend gedeelte dat op deze argumentatie berust zal een einde kunnen stellen aan bedoelde praktijken.

Minister De Galan zal ervoor zorgen dat dit reglementair beschikkend gedeelte in werking treedt begin 1996.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister voor het antwoord.

Heb ik het goed begrepen dat de betrokken patiënten vanaf 1 januari 1996 geen nutteloze aanmaningen meer zullen krijgen en dat ze de aanmaning die ze reeds ontvingen niet zullen moeten betalen ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Flahaut.

De heer Flahaut, minister van Ambtenarenzaken. ­ Zo begrijp ik het ook. Maar u weet, mijnheer Devolder, dat dit een antwoord is van mijn collega mevrouw De Galan.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.