Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-271

van Carina Van Cauter (Open Vld) d.d. 8 januari 2020

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie, belast met de Regie der gebouwen, en minister van Europese Zaken

Extreemrechts en extreemlinks - Geweldsdreiging - Toename - Internationale contacten van de extreemrechts groeperingen - Nood aan onderzoek

extreem rechts
extreem links
terrorisme
Nederland
Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse

Chronologie

8/1/2020Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/2/2020)
29/6/2020Rappel
9/7/2020Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-272

Vraag nr. 7-271 d.d. 8 januari 2020 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op korte tijd werden twee uitgebreide rapporten over extreemrechts gepubliceerd in Nederland.

Vooreerst is er het NCTV rapport «De golfbewegingen van rechts extremistisch geweld in West Europa; aard, ernst en omvang van de rechts extremistische dreiging in West-Europa, inclusief Nederland». Het onderzoek van november 2018 schetst de historische en internationale context van de rechts extremistische dreiging in Nederland en Europa. De Nederlandse Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) waarschuwt voor een groeiend zelfvertrouwen bij rechtsextremisten. De focus blijft gericht op acties tegen de vermeende islamisering van Nederland, de komst van asielzoekers en het veronderstelde verlies van de Nederlandse identiteit. Geweld door eenlingen of kleine groepen is denkbaar luidens de NCTV.

Daarnaast publiceerde in oktober 2018 de Nederlandse veiligheidsdienst het rapport «Rechts extremisme in Nederland, een fenomeen in beweging».

Ook extreem linkse extremisten wekken zorgen in Nederland. Volgens de Nederlandse Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn links extremisten «vaak actief op meerdere terreinen, in wisselende samenstelling en opereren ze soms internationaal» (cf. https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/achtergrond/2018/03/aivd extreem links gewelddadiger dan extreem rechts 592921/).

De minister van Binnenlandse Zaken stelde in zijn antwoord op de schriftelijke vraag nr. 7-64 hieromtrent het volgende: «De situatie en tendensen met betrekking tot uiterst rechts zijn gelijkaardig in België en Nederland. Naast de reeds lang gekende klassieke rechts extremistische groeperingen is er een waarneembare toename van individuen en kleine cellen met een rechts extremistische gedachtengoed die het gebruik van geweld legitimeren.»

De hoogste Britse contraterrorisme politiechef Mark Rowley stelde in 2018 dat er sprake is van een toenemende rechts terroristische dreiging in het Verenigd Koninkrijk. In 2017 zijn er volgens hem in het land vier aanslagen uit deze hoek verijdeld. Er zou in toenemende mate sprake zijn van een betere organisatie van rechts extremistische groepen en van meer internationale samenwerking.

De Joint Terrorism Analysis Centre (JTAC, de Britse tegenhanger van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse – OCAD) gaat voor het eerst in het bestaan van de organisatie een uitgebreid onderzoek naar de dreiging van het gehele rechts extremistische veld voor de Britse nationale veiligheid uitvoeren.

Wat betreft het transversaal karakter van de vraag: de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2016-2019, en werden besproken tijdens een Interministeriële Conferentie, waarop ook de politionele en justitiële spelers aanwezig waren. Het betreft dus een transversale aangelegenheid met de Gewesten waarbij de rol van de Gewesten vooral ligt in het preventieve luik.

Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister:

1) Kan u meedelen, gezien uw eerder antwoord, dat net als in onze buurlanden er sprake is van «een toename van individuen en kleine cellen met een rechts extremistische gedachtengoed die het gebruik van geweld legitimeren», of het niet aangewezen is om – in navolging van Nederland en het Verenigd Koninkrijk – een uitgebreid onderzoek te laten voeren naar de dreiging van het gehele rechts extremistische en extreemlinkse veld voor de nationale veiligheid en hierbij de groeperingen en het aantal leden in kaart te brengen, en naar de diverse samenwerkingsverbanden tussen deze groeperingen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kan u uitvoerig toelichten wat de timing en de inhoud zijn?

2) In Frankrijk werden twee rechts terroristische plots voorkomen. Waren er de jongste jaren aanslagen in voorbereiding in ons land vanwege extreemrechtse of extreemlinkse groeperingen of individuen? Zo ja, kan u meedelen om hoeveel plots het ging? Kan u tevens meedelen welk gevolg hieraan werd gegeven?

3) Een zorgelijk element in de samenstelling van enkele rechts extremistische groeperingen in Europa is de deelname van (oud-)militairen en politiemannen, aldus het TE SAT rapport van 2017 van Europol. Kan u meedelen of dit ook het geval is in ons land? Kan u dit cijfermatig toelichten?

4) De hierboven aangehaalde rapporten maken allen gewag van grensoverschrijdende contacten tussen extreemrechtse groeperingen, onder meer Pegida die contacten heeft met groeperingen in ons land (cf. https://www.europol.europa.eu/sites/default/files/documents/tesat_2019_final.pdf). Hoe reageert u hierop? Kan u gedetailleerd oplijsten welke buitenlandse extreemrechtse groeperingen in contact staan met binnenlandse groeperingen? Hoe schat u deze ontwikkeling in wat de gevolgen voor de veiligheid van de Staat en onze democratische rechtsorde betreft? Geldt hetzelfde wat betreft extreemlinkse groeperingen?

Antwoord ontvangen op 9 juli 2020 :

1) De Veiligheid van de Staat (VSSE) werkt nauw samen met andere binnenlandse partnerdiensten om de groeiende dreiging van het rechts-extremisme in kaart te brengen. In het kader van het Plan Radicalisme (Plan R) worden het rechts extremisme en het links extremisme op continue basis opgevolgd. Op federaal niveau bestaan er twee afzonderlijke werkgroepen in het kader van het Plan R: de werkgroep Rechts extremisme, voorgezeten door het Orgaan voor de coördinatie en de analyse van de dreiging (OCAD), en de werkgroep Links extremisme, voorgezeten door de federale politie. Binnen deze werkgroepen proberen alle diensten de fenomenen in kaart te brengen en informatie uit te wisselen over nieuwe en bestaande groeperingen, hun aantal leden en de eventuele onderlinge samenwerkingsverbanden. De VSSE speelt in deze werkgroepen een actieve rol door gegevens te delen en te analyseren met onze binnenlandse partnerdiensten.

2) Net zoals dat in andere West-Europese landen het geval is, stellen de veiligheidsdiensten ook in België vast dat in rechts-extremistische middens geweld geen taboe is. Aanslagen op moskeeën, synagoges en andere doelwitten in het buitenland worden in België ook toegejuicht in rechts-extremistische kringen. Dat was met name het geval voor de aanslag die Brenton Tarrant pleegde in Christchurch in maart 2019. In een aantal gevallen werd in de voorbije maanden en jaren ook vastgesteld dat sommige extreemrechtse activisten dreigen met gewelddadige acties of zulke acties onder elkaar bespreken. In de meest extreme gevallen is er sprake van activisten die voorbereidingen treffen voor gewelddadige acties, zoals het oefenen met vuurwapens en explosieven of het bespreken van mogelijke doelwitten. In zulke gevallen werd deze informatie gedeeld met binnenlandse partnerdiensten zoals OCAD, politie en het openbaar ministerie teneinde gepast te kunnen optreden.

In extreemlinkse, anarchistische kringen worden aanslagen tegen het veiligheidsapparaat van de Staat, zoals het gevangeniswezen of de politie, de wapenindustrie, bewakingscamera's of telecom-infrastructuur aangemoedigd en toegejuicht, zonder dat deze aanslagen met zoveel woorden worden opgeëist. Op die manier hebben anarchistische publicaties in ons land lovend gesproken over vernielingen van gebouwen, geldautomaten, en bewakingscamera's en branden van telecommasten, werfmateriaal van aannemers betrokken bij de bouw van gevangenissen of politievoertuigen. Dit fenomeen is de voorbije twee jaar echter significant afgenomen.

3) Bij het in kaart brengen van rechts-extremistische groeperingen en hun militanten werd ook in België herhaaldelijk vastgesteld dat (oud-) militairen in deze kringen actief zijn. Dat dit geen nieuwe tendens is, mag blijken uit de veroordeling in 2014 van kopstukken van de rechts-extremistische organisatie Bloed, Bodem, Eer en Trouw (BBET), waaronder een aanzienlijk aantal voormalige militairen. Informatie over de mogelijke betrokkenheid van (oud-) militairen bij extreemrechtse organisaties wordt steeds gedeeld met de militaire inlichtingendienst ADIV.

4) Rechts-extremistische groeperingen in België hebben soms sporadische en in enkele gevallen zelfs intensieve contacten met geestesgenoten in het buitenland. Doorgaans gaat het om contacten met gelijkgezinde zusterorganisaties in buurlanden of andere West-Europese landen, zoals Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië of de Scandinavische landen. Enkelingen nemen ook deel aan populaire extreemrechtse manifestaties of concerten in Oost-Europa, zoals de Onafhankelijkheidsmars in de Poolse hoofdstad Warschau. De grensoverschrijdende contacten zijn geen nieuw fenomeen in extreemrechtse kringen. Sociale media maken het evenwel gemakkelijker om een internationaal netwerk van gelijkgezinden uit te bouwen. Om deze netwerken in kaart te brengen werkt de VSSE intensief samen met buitenlandse partnerdiensten.

Links-extremistische en anarchistische groeperingen onderhouden meer nog dan rechts-extremistische kringen nauwe banden met hun Europese evenknieën, voornamelijk in Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en Italië. Daarnaast onderhouden ook de extreemlinkse internationale vrijwilligers die in het Syrische Rojava hebben gestreden aan de zijde van Koerdische milities zoals de YPG, contact met elkaar.