Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2297

van Lionel Bajart (Open Vld) d.d. 25 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, Armoedebestrijding, Gelijke kansen en Personen met een beperking

Tienerprostitutie - Integrale aanpak - Bestraffing van de klanten - Screening van de internetsites

mensenhandel
prostitutie
jongere
internet
slachtoffer
Centrum voor Vermiste Kinderen

Chronologie

25/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 28/2/2019 )
29/4/2019 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-2298
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-2299

Vraag nr. 6-2297 d.d. 25 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tienerpooiers zijn mensenhandelaren die veelal minderjarige meisjes of jonge vrouwen emotioneel afhankelijk maken om ze daarna uit te buiten in de prostitutie.

Om tienerpooiersproblematiek goed aan te pakken, is een structurele, integrale aanpak noodzakelijk. Partners uit het veiligheids en zorgdomein werken hierbij samen.

Ik verwijs naar Nederland waar men een integrale aanpak nastreeft.

In Nederland werden diverse maatregelen getroffen tegen tienerpooiers, gaande van strengere straffen tot een betere preventie. Bij ons werd de wetgeving onlangs aangescherpt. Het aantal slachtoffers is moeilijk te bepalen. In Nederland registreerde het CoŲrdinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha) in 2014, 210 signalen van de methodiek van tienerpooiers.

Volgens experten uit Nederland worden kinderen uit Nederland gemakkelijk getransporteerd naar BelgiŽ en weer terug omdat er in ons land, en ik citeer : "minder regelgeving" zou zijn (cf. https://eenvandaag.avrotros.nl/item/in de strijd tegen tienerprostitutie is het nu aan de klant/).

Op online sites worden in Nederland banners geplaatst die klanten erop attenderen dat ze tienerprostituťs kunnen en moeten melden. Vlaanderen richt een meldpunt op in samenwerking met de vereniging Payoke. Ik heb geen weet van gelijkaardige meldpunten in Brussel of de Franse Gemeenschap. Het lijkt me opportuun om afspraken vast te leggen met de internetsites naar het Nederlandse voorbeeld en het meldpunt aldaar te promoten. Ook moeten er duidelijke afspraken zijn met politie en justitie om enerzijds de slachtoffers bij te staan maar anderzijds ook de tienerpooiers en de klanten in het vizier te nemen.

Deze vraag betreft gelijke kansen en is een bevoegdheid van de Senaat overeenkomstig artikel 79 van het reglement van de Senaat en het betreft tevens een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen, waarbij de Gemeenschappen werken op preventie en het opvangen van de minderjarige slachtoffers. Deze schriftelijke vraag vloeit voort uit het unaniem goedgekeurde informatieverslag van de Senaat betreffende de opvolging van de toepassing van het Actieplatform van de Vierde VN Wereldvrouwenconferentie van Peking (stuk Senaat nr. 6 97).

Ik heb dan ook volgende vragen:

1) Kan u meedelen of er structureel overleg is met de Gemeenschappen wat betreft een gecoŲrdineerde aanpak van de tienerprostitutie, hun pooiers en de klanten? Kan u dit zeer concreet toelichten? Wanneer werd dit thema besproken? Wat zijn de daaruit voortvloeiende acties? Kan u dit zeer concreet illustreren? Zo neen, bent u bereid dit terstond op te starten? Kan u het tijdschema en de inhoud toelichten?

2) Kan u meedelen of er reeds concrete afspraken werden gemaakt met justitie en politie over de werking van het Vlaamse meldpunt inzake tienerprostitutie en tienerpooiers en ook wat het vrijwaren van de rechten van de slachtoffers betreft? Kan u deze nader toelichten? Zo neen, waarom niet?

3) Uit diverse getuigenissen blijkt dat de slachtoffers zelden schadevergoeding vorderen van hun pooiers. Dit zou onder meer te maken hebben met het feit dat de gerechtelijke stukken worden gezonden naar de ouders waarmee de slachtoffers soms in onmin leven terwijl de slachtoffers in een centrum zitten. Ziet u specifieke beleidsmaatregelen om de slachtoffers zelf beter hun rechten te laten gelden ten aanzien van de pooiers en/of de klanten die hen misbruikten? Kan u dit toelichten? Ik denk in deze context aan een vaste vertrouwenspersoon of systematische juridische ondersteuning.

4) Bestaat er een integraal plan van aanpak of een gelijkaardig beleid dat het fenomeen van tienerprostitutie kordaat aanpakt en dit zowel vanuit onderwijs, jeugd, justitieel en politioneel beleid? Zo ja, kan u de inhoud toelichten? Heeft dit resultaten opgeleverd? Zo neen, waarom niet? Is het niet aangewezen om, gelet op de Nederlandse ervaring, ook hier in samenwerking met de Gemeenschappen een gelijkaardig plan op te zetten?

5) Kan u meedelen of er in Brussel of bij de Franse Gemeenschap reeds een meldpunt "tienerprostitutie" in oprichting is of bestaat? Zo ja, kan u deze aanwijzen en meedelen of er hier reeds concrete afspraken werden gemaakt over de aanpak en de slachtofferbijstand? Kan u dit concreet toelichten? Kan u meedelen of er hier stappen dienen te worden ondernomen?

6) In Nederland wordt door justitie en politie sinds kort de focus gelegd op de klanten van tienerpooiers waarbij men hen wil afschrikken en dit via het systematisch vervolgen en vorderen van schadevergoeding voor de slachtoffers. Hoe zit dit in ons land? Hoeveel klanten van minderjarige meisjes of jongens werden er respectievelijk de laatste drie jaar vervolgd? Kan u tevens meedelen of u over cijfermateriaal over schadevergoedingen en aantal klanten beschikt? Welke stappen zijn er volgens u noodzakelijk om de klanten van dergelijke wrede en mensonwaardige praktijken echt af te schrikken?

7) Bent u vertrouwd met de oproep van Child Focus om intensiever in te zetten op het verzamelen van bewijsmateriaal op alle niveau's? Hoe vertaalt dit zich in nieuwe beleidsinitiatieven en/of richtlijnen en ondersteuning op het terrein voor de politie en de parketten?

8) Zware bestraffing heeft een ontradend effect op potentiŽle toekomstige daders (tienerpooiers en klanten), aldus Child Focus in 2016. Hoe wordt dit concreet bewerkstelligd?

9) Recent werd er een oproep gedaan vanuit de sector van de hulpverlening om de sexadvertentie sites actief te screenen naar advertenties over minderjarige jongens en meisjes. Naar verluidt worden de gezichten niet getoond maar wel de lichamen en deze spreken jammer genoeg voor zich. Bent u bereid gerichte acties te ondernemen tegen deze sites en advertenties van minderjarigen te screenen en dit te meer daar er hiervoor specifieke software bestaat? Zo ja, kan u uw antwoord concreet toelichten?

Antwoord ontvangen op 29 april 2019 :

1) In het Nationaal Actieplan ter bestrijding van alle vormen van gendergerelateerd geweld 2015-2019 werden enkele maatregelen opgenomen met betrekking tot tienerpooiers. In het kader van deze maatregelen gaf Vlaanderen bijvoorbeeld een subsidie aan Child Focus voor het uitwerken van een preventie- en sensibiliseringstraject met het oog op een betere kennis van het fenomeen tienerpooiers, een verbeterde detectie van concrete gevallen en een betere informatieverzameling en -doorstroom. Naar aanleiding van dit onderzoek stelde mijn Vlaams collega-minister van Welzijn, Gezondheid en Gezin, de heer Jo Vandeurzen in 2016 een actieplan op voor een betere bescherming van slachtoffers van tienerpooiers. De focus lag op vier domeinen : preventie, bescherming, vervolging en samenwerking.

Samen met de federale regering en minister van Justitie, de heer Koen Geens, werd het actieplan uitgevoerd. Op basis van de evaluatie van het plan werd het in 2018 geactualiseerd. Centraal in deze actualisering staan de verduidelijking van de opdrachten van de verschillende partners, en de manier waarop deze partners nog beter kunnen samenwerken.

Daarnaast is er ook een overleg vanuit de expertise mensenhandel in de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en mensenhandel. De cel fungeert als het nationale coördinatieorgaan van het beleid ter zake en komt twee tot drie keer per jaar samen. In de cel zetelen al de relevante actoren : vertegenwoordigers van de bevoegde federale ministers, van de Gewesten en Gemeenschappen, van gespecialiseerde opvangcentra, van het College van procureurs-generaal, het federaal parket, de Dienst Vreemdelingenzaken, de Veiligheid van de Staat, Child Focus, Myria, enz. Als minister bevoegd voor Gelijke Kansen zetelt er dus ook één van mijn vertegenwoordigers in de cel.

De Interdepartementale Coördinatiecel keurde op 15 juli 2015 het Actieplan ter bestrijding van mensenhandel goed. Dat actieplan bevatte ook nieuwe maatregelen ter bestrijding van de uitbuiting van minderjarigen, waaronder door tienerpooiers.

Ik vind het belangrijk om te blijven investeren in de aanpak van dit fenomeen en daarom geef ik het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, die instaat voor de coördinatie van het nationaal actieplan ter bestrijding van gendergerelateerd geweld, de opdracht om in het volgende actieplan meer aandacht te schenken aan het fenomeen tienerpooiers en dus voldoende concrete maatregelen op te nemen die door alle beleidsniveaus gedragen worden.

2) Voor deze vraag verwijs ik u graag door naar mijn collega’s, de heer Koen Geens, minister van Justitie en de heer Pieter De Crem, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.

3) Eind 2018 werd met het federale budget van Gelijke Kansen een projectsubsidie gegeven aan de vereniging zonder winstoogmerk (VZW) Ne(s)t om een vertrouwenspersoon aan te werven om de slachtoffers van tienerpooiers, die bij VZW Ne(s)t in een huiselijke omgeving worden opgevangen, bij te staan in het hele proces van klacht tot straf. Deze vertrouwenspersoon bereidt het slachtoffer voor en biedt bijstand bij politieverhoren, de jeugdrechtbank, dossiers kinderbijslag, mutualiteit, enz., en in strafdossiers, maar zorgt er ook voor dat het slachtoffer haar rechten kent, doet aan slachtofferbejegening, enz. Dit project loopt nog tot en met juni 2019. De aanbevelingen die hieruit voortvloeien zullen door het Instituut opgenomen worden in het nieuwe nationaal actieplan ter bestrijding van alle vormen van gendergerelateerd geweld.

4) Hiervoor verwijs ik graag naar het antwoord dat ik reeds gaf op vraag 1).

5) Wat deze vraag betreft, verwijs ik u graag door naar mijn collega’s, Waals minister, Alda Greoli en Brussels staatssecretaris, Bianca Debaets.

Voor de overige vragen verwijs ik u graag door naar mijn collega’s, de heer Koen Geens, minister van Justitie en de heer Pieter De Crem, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.