Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2191

van Lionel Bajart (Open Vld) d.d. 15 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Cryptomunten - Beleggingen in virtuele munten - Fraude - Proactief optreden - Gedupeerden - Recuperatie van de schade - Rol van de financiŽle toezichthouder - Autoriteit voor financiŽle diensten en markten (FSMA) - Mogelijke maatregelen

Europese Autoriteit voor effecten en markten
elektronisch betaalmiddel
elektronische handel
economisch delict
fraude
kansspel
computercriminaliteit
kapitaalbelegging

Chronologie

15/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2019 )
18/2/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1745

Vraag nr. 6-2191 d.d. 15 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Wat betreft het transversaal karakter van de vraag : de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2016-2019, en werden besproken tijdens een InterministeriŽle Conferentie, waarop ook de politionele en justitiŽle spelers aanwezig waren. Cybercrime is ťťn van de transversale prioriteiten. De beleggingen in zogenaamde " cryptocurrency " vallen hieronder. Het betreft aldus een transversale aangelegenheid met de Gewesten, waarbij de rol van de Gewesten vooral ligt in het preventieve luik.

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vragen (nrs. 6-1623, 6-1548, 6-1547, 6-1508, 6-1507, 6-1506, 6-1430, 6-1429 en 6-1428) betreffende fraude met virtuele munten / cryptomunten en uw antwoorden.

Ik verwijs in deze context naar de Verenigde Staten en Canada, waar de toezichthouders ingeval van vermoedelijke fraude met cryptomunten via de rechter bij hoogdringendheid de tegoeden die de beleggers overmaakten, kunnen laten bevriezen. Dit gebeurde onlangs nog in Quebec met de zogenaamde " Plexcoin ". De Zwitserse financiŽle toezichthouder heeft recentelijk het handelsplatform Quid Pro Quo Association opgedoekt.

Het is positief dat men op dit ogenblik drie gerechtelijke onderzoeken heeft lopen naar deze frauduleuze cryptomunten, maar jammer genoeg is de schade dan reeds aangericht, daar de beleggers hun geld meer dan waarschijnlijk kwijt zijn. Als men daadwerkelijk paal en perk wil stellen aan de fraude met cryptomunten, zal men nog sneller moeten optreden.

Het is de malafide verkopers van deze munt immers te doen om het geld van de gedupeerde spaarders. Indien de toezichthouders of de bevoegde inspectiediensten deze gelden bij vermoeden van fraude preventief zouden bevriezen naar het voorbeeld van wat nu reeds kan in de Verenigde Staten en Canada, dan zal men daadwerkelijk paal en perk kunnen stellen aan deze nieuwe fraudetechniek.

Sinds 2016 zijn er in ons land malafide aanbieders van virtuele munten actief die proberen beleggers te lokken door hen bijzonder hoge rendementen in het vooruitzicht te stellen. Wat voorgespiegeld wordt als een belegging, is in feite niets meer dan een piramidespel, dat in een technologisch jasje wordt gestoken. Naast de Nanocoin betreft het ondermeer de Leocoin, de Onecoin en de Ormeus. Deze digitale nepmunten surfen op het succes van de Bitcoins van deze wereld, maar ze staan daar volledig los van.

Ik ontvang bijna dagelijks mails van gedupeerde beleggers. Jammer genoeg is het kwaad dan al geschied en kunnen zij naast het indienen van een klacht bij de Economische Inspectie enkel pogen hun tegoeden te recupereren langs gerechtelijke weg. De kans op slagen is echter zeer gering omdat de overgemaakte gelden niet meer te traceren zijn door het tijdsverloop.

Gezien de organisatoren van deze fraude dikwijls vanuit andere landen in de Europese Unie (EU) opereren, pleit ik er tevens voor dat de diverse nationale toezichthouders binnen de EU samenwerkingsakkoorden sluiten om aldus sneller de gelden te kunnen blokkeren die de gedupeerden overmaakten aan de fraudeurs.

Daarom heb ik volgende vragen voor u :

1) Hoe wordt er praktisch opgetreden tegen deze organisatoren, die dikwijls doorlopend nieuwe virtuele munteenheden proberen te slijten ? In het bijzonder : hoe verloopt het stilleggen van de verkoop en het vervolgen van de malafide daders ? Vindt u deze aanpak succesvol en kunt u dit desgevallend illustreren ?

2) Hoe reageert u op de hierboven aangehaalde aanpak van de toezichthouders in Canada en de Verenigde Staten, die dergelijke ponzi-verkoop van digitale munten bij vermoeden van fraude onmiddellijk droog laten leggen door enerzijds de verkoopkanalen stil te leggen en anderzijds preventief de gelden die werden gestort door de kopers terstond te traceren en te laten blokkeren tot er duidelijkheid is over de vermeende fraude ? Vindt u dit een goede aanpak ? En zo ja, hoe wordt dit vertaald naar de aanpak op het terrein in ons land ? Zo neen, waarom vindt u dit geen goede maatregel ? Waaraan denkt u dan wel om deze verkoopkanalen snel en effectief droog te leggen alsook de gelden snel te recupereren ?

3) Werden er reeds rekeningen van verkopers van deze virtuele munten geblokkeerd ? Zo ja, hoeveel en om welke bedragen gaat het ? Zo neen, waarom niet ? Kunt u dit toelichten ?

4) Werden er tot vandaag in de dossiers rond ponzi-verkoop van virtuele munten reeds bewarend beslag gelegd op de activa van de malafide verkopers ? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo neen, waarom werd dit niet gevorderd bij het gerecht ?

5) Welke stappen heeft de Autoriteit voor financiŽle diensten en markten (Financial Services and Markets Authority - FSMA) gezet om de organisatoren van deze ponzi-verkopen de wacht aan te zeggen ? Kan dit concreet worden toegelicht en meent u dat dit volstaat ?

6) Bent u bereid om op korte termijn overleg te organiseren op Europees niveau om samen met de andere toezichthouders samen te werken om deze nieuwe vorm van ponzi-fraude, namelijk de verkoop van virtuele (nep)munten, gecoŲrdineerd en snel op te doeken en de gelden van de gedupeerden op Europees niveau op te sporen en te bevriezen ? Zo neen, waarom niet ? Zo ja, kunt u het tijdschema en de inhoud toelichten ?

7) Beschikt u vandaag over enig concreet cijfer van de grootte van de opgelopen schade bij de gedupeerde beleggers en deelt u mijn aanvoelen dat het einde van dit fenomeen helemaal nog niet in zicht is ? Kunt u dit cijfermatig toelichten (aantal organisatoren, grootte van de bedragen, aantal gedupeerden) ?

Antwoord ontvangen op 18 februari 2019 :

1 – 4) In antwoord op uw vragen 1 tot 4 wijs ik erop dat de Nationale Bank van België (NBB) en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de ontwikkelingen rond cryptomunten aandachtig volgen, en dat zij in 2014 en 2015 gezamenlijke waarschuwingen hebben gepubliceerd om de aandacht van de financiële consumenten te vestigen op de risico’s die verbonden zijn aan cryptomunten, zoals de bitcoin. In die waarschuwingen wijzen de NBB en de FSMA erop dat cryptomunten geen wettelijke betaalkracht hebben en evenmin een vorm van elektronisch geld zijn. Beide toezichthouders benadrukken verder dat er noch financieel toezicht, noch “oversight” wordt uitgeoefend op cryptomunten, en raden de financiële consumenten daarom aan extra voorzichtig te zijn.

Verder benadruk ik dat de FSMA in 2014 al de commercialisering aan niet-professionele cliënten heeft verboden van financiële producten waarvan het rendement rechtstreeks of onrechtstreeks van een cryptomunt afhangt[1], en dat zij in juli 2016, in het licht van de groeiende aandacht voor de vermeende virtuele munt OneCoin, opnieuw voor cryptomunten heeft gewaarschuwd.

Op 13 november 2017 heeft de FSMA ook een waarschuwing gepubliceerd om de aandacht van de beleggers te trekken op de risico’s verbonden aan investeringen in Initial Coin Offerings (ICO’s) en op signalen die kunnen wijzen op eventuele oplichting. Deze investeringen worden meestal gedaan met behulp van een cryptomunt.

Sinds eind 2017/begin 2018 worden de Belgische consumenten benaderd door onlinehandelsplatformen die een nieuw type van beleggingen in cryptomunten aanbieden. Op 22 februari 2018 heeft de FSMA opnieuw een waarschuwing voor dergelijke aanbiedingen gepubliceerd. Bij die waarschuwing zat een getuigenis van een consument die het slachtoffer is geworden van dergelijke fraude, en een lijst van websites in verband waarmee de FSMA aanwijzingen van fraude heeft vastgesteld. Ondertussen is die lijst, die 113 websites telt sinds 18 december 2018, al zes keer geactualiseerd.

Bovendien heeft de FSMA in juni 2018 deelgenomen aan de campagne “Als het te mooi is om waar te zijn, is het dat ook”, waarvan een luik op fraude met cryptomunten focuste.

Tot slot wijs ik erop dat ook op de website www.wikifin.be, het programma rond financiële educatie van de FSMA, informatie terug te vinden is over de aan virtuele munten verbonden risico’s.

Aangezien cryptomunten niet-gereglementeerde activa zijn, bestaat de kans dat zij voor oplichtingsdoeleinden worden gebruikt, in het bijzonder bij oplichting van het piramidale type, die beter bekendstaat onder de naam “ponzifraude”. Vermits het hier om criminele activiteiten gaat, verzoek ik u uw vraag om bijkomende informatie over de ter zake door de gerechtelijke autoriteiten genomen maatregelen aan de minister van Justitie te richten.

5) Piramideverkoop is een bijzondere vorm van oplichting, waarvoor de FSMA niet bevoegd is. Ponzifraude is een vorm van pure oplichting in de zin van artikel 496 van het Strafwetboek. Enkel de gerechtelijke autoriteiten zijn bevoegd om bij oplichting op te treden.

Indien de FSMA in dergelijke dossiers echter vaststelt dat er aanwijzingen zijn van een overtreding van de financiële reglementering waarop zij toezicht houdt, bijvoorbeeld dat de prospectusreglementering niet wordt nageleefd, kan zij toch maatregelen nemen, inclusief de overdracht van het dossier aan het parket of de publicatie van een waarschuwing. Indien uit het dossier bovendien blijkt dat er ook sprake lijkt te zijn van een overtreding van de Belgische economische wetgeving, wordt de FOD Economie op de hoogte gebracht van het dossier. Elke dienst onderzoekt dan de wetgeving die onder zijn specifieke bevoegdheid valt.

De FSMA heeft op 23 september 2016 op haar website een waarschuwing gepubliceerd over het fenomeen van de ponzifraude. In die waarschuwing geeft de FSMA beleggers een aantal concrete aanbevelingen over hoe ze (piramide)fraude kunnen herkennen en wat ze kunnen doen om oplichting te vermijden.

6) Als minister van Financiën steun ik het betrokken overleg op Europees niveau. In dat verband heeft de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (ESMA) op 19 januari 2019 een advies over crypto-activa en ICOs overgemaakt aan de instellingen van de Europese Unie (EU), de Commissie, de Raad en het Parlement. Het advies verduidelijkt de regels die van toepassing zijn op crypto-activa die als financiële instrumenten worden gekwalificeerd en verduidelijkt de tekortkomingen van het huidige Europese regelgevingskader, zodat Europese beleidsmakers de nodige maatregelen kunnen nemen.

7) Sinds 2015 heeft de FSMA 380 klachten/vragen ontvangen over pseudobeleggingen in virtuele munten (0 in 2015, 12 in 2016, 3 in 2017 en 351 in 2018). De stijging van het aantal klachten vragen/klachten in 2018 is te wijten aan de opkomst van onlinehandelsplatformen die frauduleuze beleggingen in cryptomunten aanbieden.

In verband met de verliezen van de consumenten kan de FSMA enkel vermelden dat, in het kader van fraude met cryptomunten via handelsplatformen waarmee het Belgische publiek sinds eind 2017 wordt geconfronteerd, het bedrag van de gemelde verliezen tot zo’n 4,5 miljoen euro (voor alle consumenten samen) of 3,5 miljoen euro (voor de Belgische consumenten) oploopt. Niet alle consumenten contacteren echter de FSMA en vele consumenten die dat wel doen, zeggen niet hoeveel geld zij hebben verloren.

[1] Reglement van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten betreffende het commercialiseringsverbod van bepaalde financiële producten aan niet-professionele cliënten, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 24 april 2014.