Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2074

van Lode Vereeck (Open Vld) d.d. 10 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Tax shifts I en II - Personenbelasting - Inkomsten - Gemeentelijke opcentiemen - Impact - Terugverdieneffecten - Prognoses

belastingbeleid
loonbelasting
belastinghervorming
belasting van natuurlijke personen
lokale financiŽn
officiŽle statistiek
gewesten en gemeenschappen van BelgiŽ

Chronologie

10/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2019 )
23/5/2019 Einde zittingsperiode

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-849

Vraag nr. 6-2074 d.d. 10 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het federaal regeerakkoord 2014-2019 bevat onder het luik 4.1 ęFiscale hervormingĽ de volgende passage : ęDe regering zal de uitgaven beheersen en een parafiscale en fiscale verschuiving (ętaxshiftĽ) doorvoeren om een voldoende omvangrijke lastenverlaging te kunnen financieren, waarbij de belastingdruk op arbeid, bestaande uit fiscale en parafiscale lasten, aanzienlijk wordt verminderd, rekening houdende met nationale en internationale aanbevelingen ter zake.Ľ

Inmiddels werden door de federale regering in december 2014, en juli 2015 de taxshifts I en II goedgekeurd, die elk een verschuiving van de belastingen op arbeid naar andere grondslagen omvatten. Aangezien deze beleidsbeslissingen een daling van de federale personenbelasting impliceren, betekent dit ook een daling van de berekeningsbasis voor de gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting. De taxshifts hebben bijgevolg een onvermijdbare impact op de financiŽle huishouding van de lokale besturen.

Het transversaal karakter van onderstaande vragen staat buiten kijf, aangezien enerzijds zowel de taxshifts als de personenbelasting federale bevoegdheden zijn. Deze federale personenbelasting vormt de berekeningsbasis van de gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting. Anderzijds vallen de lokale besturen onder de voogdij van de gewestelijke overheden. Deze laatsten zijn tevens eindverantwoordelijk voor de financiŽle gezondheid van de gemeentebesturen, wat op zijn beurt een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de financiŽle situatie van het land.

Ik heb volgende vragen voor de geachte minister:

1) Graag ontvang ik een overzicht van de prognoses van de impact van de taxshifts I en II op de inkomsten uit de gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting, zoals berekend door de federale overheidsdienst (FOD) FinanciŽn, en dit per provincie, voor elke Belgische gemeente. Indien mogelijk, graag een prognose over meerdere jaren.

2) Houden de door de FOD FinanciŽn geraamde bedragen ook rekening met de terugverdieneffecten die voortvloeien uit de diverse maatregelen genomen in het kader van de taxshifts I en II ?

Zo neen, kunnen de gemeentelijke besturen een prognose van deze terugverdieneffecten verwachten en wanneer zouden deze prognoses desgevallend worden bezorgd aan de gemeentebesturen ?

3) Heeft hij reeds een onderhoud gehad met zijn collega-ministers uit de gewestregeringen ?

a) Wanneer heeft dit overleg plaatsgevonden en welke conclusies of afspraken zijn hieruit voortgekomen ?

b) Zo neen, is hij van plan in de nabije toekomst een dergelijk overleg te organiseren ? Zo ja, wanneer ?