Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2036

van Peter Van Rompuy (CD&V) d.d. 8 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel, Armoedebestrijding, Gelijke kansen en Personen met een beperking

Chinese webshops - Gratis « last mile » - Concurrentieel voordeel - Compensaties

elektronische handel
China
internationale concurrentie
postdienst
Wereldpostunie
deskundigengroep (EU)

Chronologie

8/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 7/2/2019 )
29/4/2019 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-2037

Vraag nr. 6-2036 d.d. 8 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag: e commerce heeft een impact op de Vlaamse economie en bpost is een federale bevoegdheid.

De Belg bestelt vandaag voornamelijk bij Nederlandse (30 %) en Franse (20 %) webshops. Maar ook de Chinese webwinkels (voornamelijk AliExpress) winnen aan populariteit. In november 2018 kwamen 2,6 miljoen pakjes aan op de luchthaven van Bierset. De federale overheidsdienst (FOD) Financiėn schat dat reeds driekwart daarvan uit China kwam.

De Chinese webshops hebben evenwel een concurrentieel voordeel. AliExpress verkoopt vooral compacte, lichte spullen. Zo kan de webwinkel gebruik maken van een oud postverdrag waarin staat dat pakjes die minder dan 2 kilo wegen onder de afspraken van de Wereldpostunie vallen. Dat orgaan van de Verenigde Naties werd in 1874 opgericht om het internationale postverkeer te vereenvoudigen. De 192 leden spraken af om de zogenaamde " last mile " bijna gratis uit te voeren voor elkaar. Hierdoor betaalt AliExpress voor het transport tot aan het verdeelcentrum, daar neemt bpost het over voor de levering tot bij de Belgische consument.

Daarom volgende vragen:

1) Heeft u weet van het concurrentieel voordeel dat Chinese webshops hebben inzake de "last mile"?

2) Hoeveel Chinese pakjes verdeelde bpost op basis van het oud postverdrag? Graag kreeg ik cijfers per maand.

3) Wat is de totaal geschatte kost hiervan voor bpost? Graag kreeg ik cijfers per maand.

4) Zijn er compensaties vanuit de Chinese webshops voor deze diensten? Zo ja, welke? Graag kreeg ik cijfers per maand.

5) Zijn er mogelijkheden om dit aspect uit het postverdrag op te zeggen? Zo ja, hoe? Op welke termijn? Heeft de federale regering deze ambitie?

Antwoord ontvangen op 29 april 2019 :

1) Indien Chinese webshops zoals AliExpress hun kleine pakjes verzenden via een aangewezen leverancier van de universele postdiensten, zoals de Chinese post, aan de Belgische leverancier van de universele dienst, in casu bpost, kunnen deze Chinese webshops onrechtstreeks gebruikmaken van voordelige eindrechten zoals vastgelegd in de internationale postakten van de Wereldpostvereniging (UPU), aangezien de eindrechten betaald worden tussen de aangewezen leveranciers van de universele postdiensten. In dit specifieke voorbeeld genieten de Chinese webshops immers van zeer voordelige internationale tarieven.

België is hiervan op de hoogte, maar de internationale postakten van de Wereldpostvereniging (UPU) worden om de vier jaar herzien om deze in lijn te brengen met de wijzigende postale omgeving.

In uw vraag verwijst u naar één aspect van deze internationale postakten, namelijk de eindrechten. De eindrechten zijn de vergoedingen om de grensoverschrijdende brieven en postpakketten uit te wisselen tussen de aangewezen leveranciers van universele postdiensten binnen het UPU-kader.

Natuurlijk bevatten deze internationale postakten diverse andere elementen en dankzij deze internationale bepalingen kunnen de aangewezen leveranciers van de universele postdiensten wereldwijd, zoals bpost in België, zonder noemenswaardige technische belemmeringen postzendingen verzenden en ontvangen over de gehele wereld dankzij het concept van « single postal territory ».

De vierjaarlijkse herziening van deze eindrechten gebeurt in een multilaterale context waarbij er een consensus moet worden bereikt tussen de honderd tweeënnegentig leden van de UPU. Deze honderd tweeënnegentig landen bevinden zich in sterk verschillende contexten, bijvoorbeeld ontwikkelingslanden versus industrielanden, landen met sterk ontwikkelde nationale postmarkten versus weinig ontwikkelde nationale postmarkten, exporteurs versus importeurs, enz.

De eindrechten die zijn aangenomen tijdens het laatste Istanbul-Congres in 2016 zijn pas in werking getreden op 1 januari 2018 aangezien er aan de nationale aangewezen leveranciers van de universele postdiensten, bijvoorbeeld bpost, voldoende tijd wordt gegeven om hun internationale tarieven aan te passen rekening houdend met de nieuwe eindrechtenvergoedingen. Via deze recente tariefaanpassingen zullen de eindrechten jaarlijks beduidend gradueel stijgen voor de kleine Chinese pakjes. Deze aanpassingen zijn echter geen onmiddellijke oplossing voor de instroom van kleine pakjes vanuit het Oosten en in het bijzonder China, maar slechts een aanzet tot een oplossing. Momenteel wordt er gewerkt aan verdere aanpassingen. Natuurlijk moet er in deze context ook gekeken worden naar de economische belangen van bpost, gezien het UPU-netwerk belangrijk is voor de internationale activiteiten van bpost.

2) Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Telecommunicatie en Post, tevens voogdijminister van bpost.

3) Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Telecommunicatie en Post, tevens voogdijminister van bpost.

4) Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de minister van Telecommunicatie en Post, tevens voogdijminister van bpost.

5) Ja, artikel 12 van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging voorziet in de volgende procedure inzake terugtrekking uit de Wereldpostvereniging, namelijk in punt 1 :

« Elke lidstaat kan zich uit de Wereldpostvereniging terugtrekken door middel van een kennisgeving door de regering van het land in kwestie aan de directeur-generaal van het Internationaal Bureau en door hem aan de regeringen van de lidstaten. »

en in punt 2 :

« De terugtrekking uit de Wereldpostvereniging gaat in een jaar na de dag waarop de kennisgeving van de opzegging waarvan sprake in de eerste alinea ontvangen is door de directeur-generaal van het Internationaal Bureau. »

Zoals u waarschijnlijk weet, heeft de VS aangekondigd om de UPU te verlaten, aangezien zij willen opteren voor « self declared rates ». Sedert het Wereldcongres van september 2016 zetelt België in de Administratieve Raad (CA) en in de Raad voor postexploitatie (POC). België is zelfs voorzitter van Comité 2 « Universal Service Obligation, Regulatory Affairs and Postal Regulation » van de CA, waarin de regelgevende aspecten besproken worden.

Momenteel onderzoekt een expertengroep van CA Comité 2 onder leiding van België de marktverstorende effecten van de huidige eindrechten via een vragenlijst aan de honderd tweeënnegentig leden van de UPU. Tegelijkertijd werken drie expertengroepen van het Comité « Physical Services and e-commerce » van de Raad voor postexploitatie (POC) aan mogelijke wijzigingen van het eindrechtenvergoedingssysteem. De bedoeling van al deze expertenwerkgroepen is om tijdens het eerste kwartaal van 2019 te bekijken welke voorstellen / opties kunnen worden uitgewerkt om eventueel aan de bezorgdheid van de VS tegemoet te komen. Deze bezorgdheid wordt ook gedeeld door andere landen. De streefdatum om mogelijke oplossingen voor te stellen aan de Administratieve Raad (CA) en de Raad voor postexploitatie (POC) is april 2019.

De Belgische Staat steunt momenteel het idee om een oplossing te vinden binnen het huidige kader van de UPU waaraan België ook actief meewerkt.