Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1910

van Peter Van Rompuy (CD&V) d.d. 15 juni 2018

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Maatregel « Springplank naar zelfstandige » - Cijfers - Eventuele aanpassingen - Stand van zaken

oprichting van een onderneming
Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling
zelfstandig beroep

Chronologie

15/6/2018 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/7/2018 )
31/8/2018 Antwoord

Vraag nr. 6-1910 d.d. 15 juni 2018 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag : de federale maatregel " Springplank naar zelfstandige " heeft een impact op het Vlaamse activeringsbeleid en de controle en sanctioneringsbevoegdheid.

Werklozen kunnen, naast een tewerkstelling als werknemer, ook uitstromen als zelfstandige. Hiervoor voorziet de Vlaamse Dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding (VDAB), onder bepaalde voorwaarden, in een gratis startersbegeleiding en creëerde de federale overheid de maatregel " Springplank naar zelfstandige ". Sinds 1 oktober 2016 kan een zelfstandige activiteit in bijberoep gedurende twaalf maanden gecombineerd worden met een werkloosheidsuitkering.

Ik heb dan ook de volgende vragen :

1) a) Hoeveel werklozen kozen sinds 1 oktober 2016 voor de " Springplank naar zelfstandige " ?

b) Hoeveel van hen stroomden ondertussen uit naar een voltijdse zelfstandige activiteit ?

c) Hoeveel van hen stopten hun zelfstandige activiteit in bijberoep ?

Graag kreeg ik cijfers per maand en per provincie.

2) Hoe evalueert de geachte minister de maatregel " Springplank naar zelfstandige " ? Welke eventuele aanpassingen zou hij hieromtrent voorstellen ?

Antwoord ontvangen op 31 augustus 2018 :

Het voordeel « Springplank naar zelfstandige » is een maatregel die de werkloze toelaat om tijdens de uitoefening van een nevenactiviteit als zelfstandige, het recht op werkloosheidsuitkeringen te behouden gedurende twaalf maanden. Het tijdstip (dag of uur) waarop de werkloze die activiteit verricht, heeft geen belang. De inkomsten zijn cumuleerbaar binnen de grenzen bepaald in artikel 130, § 2, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

Elke vergoede werkloze die voldoet aan de voorwaarden kan het voordeel « Springplank – zelfstandige » genieten. Het kan met name gaan om iemand die gerechtigd is op werkloosheidsuitkeringen (al dan niet in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag – SWT), inschakelingsuitkeringen, inkomensgarantie-uitkeringen, en uitkeringen tijdelijke werkloosheid. Jongeren tijdens hun beroepsinschakelingstijd of deeltijdse werknemers met behoud van rechten die het recht op de inkomensgarantie-uitkering (IGU) niet hebben aangevraagd, kunnen het voordeel dus niet genieten.

1) a) Aantal werklozen die sinds oktober 2016 ingestroomd zijn in het stelsel « springplank naar zelfstandige », verdeeld volgens maand van instroom en provincie :

Maand van instroom

Brussel

Prov. Antwerpen

Prov. Vlaams Brabant

Prov. Waals Brabant

Prov. West-Vlaanderen

Prov. Oost-Vlaanderen

Prov. Henegouwen

Prov. Luik

Prov. Limburg

Prov. Luxemburg

Prov. Namen

Land

2016/10

10

38

17

5

21

19

16

23

17

5

12

183

2016/11

20

46

25

8

21

36

36

27

24

3

13

259

2016/12

36

42

22

11

18

23

28

30

21

5

14

250

2017/01

59

139

54

34

52

106

113

85

65

23

43

773

2017/02

58

84

42

31

47

46

70

50

42

14

32

516

2017/03

51

64

41

23

26

38

52

63

30

12

30

430

2017/04

93

143

57

56

45

107

152

132

61

24

62

932

2017/05

68

72

55

26

32

63

67

79

36

13

44

555

2017/06

39

67

32

26

26

53

50

52

33

13

13

404

2017/07

55

96

63

44

41

93

120

79

50

14

53

708

2017/08

31

54

34

26

28

43

61

51

34

13

27

402

2017/09

55

91

50

31

34

54

59

60

34

10

28

506

2017/10

82

137

68

51

59

97

134

111

48

15

68

870

2017/11

46

85

53

30

38

47

80

54

36

10

36

515

2017/12

39

47

25

12

22

43

46

40

13

3

18

308

2018/01

62

130

66

54

73

105

117

96

48

21

47

819

2018/02

62

66

49

26

22

47

57

65

41

5

24

464

2018/03

33

60

25

23

28

37

49

44

21

11

23

354

2018/04

79

112

65

39

36

69

122

93

53

21

49

738

2018/05

35

57

12

7

10

44

52

48

23

6

20

314

Totaal

1 013

1 630

855

563

679

1 170

1 481

1 282

730

241

656

10 300

1) b) De Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) kan voor de mensen die uitgestroomd zijn uit de werkloosheid enkel nagaan of betrokkenen dagen als zelfstandige gepresteerd hebben. De RVA kan hierbij echter geen onderscheid maken tussen hoofd- en nevenactiviteit. Om na te gaan of de uitgestroomde werklozen dagen als zelfstandige hebben gepresteerd, moet de databank van de Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) bevraagd worden. Hiervoor moeten een analyse en programma geschreven worden. Dit is niet realiseerbaar binnen de vooropgestelde termijn.

1) c) De RVA beschikt niet over deze gegevens.

2) De maatregel wordt sedert januari 2018 regelmatig geëvalueerd. Het is echter nog te vroeg om de resultaten van die evaluatie te exploiteren. Er zijn op dit moment nog te weinig beschikbare data. Om alle gevolgen van het voordeel « Springplank – zelfstandige » te kunnen inschatten, moet men, naast het aantal mensen die het voordeel hebben aangevraagd, ook het aantal werklozen opvolgen die gedurende twaalf maanden van het voordeel genieten. Op dit moment – gezien de indieningstermijnen van de betalingen – zijn enkel de opvolgingsgegevens beschikbaar betreffende de werklozen die gedurende het laatste trimester van 2016 en het eerste trimester van 2017 het voordeel hebben aangevraagd.