Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-1038

van Peter Van Rompuy (CD&V) d.d. 29 september 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Reeks aangekondigde ontslagen - Creatie van nieuwe jobs - Verhouding tussen de loonniveaus - Vergelijking tussen de DIMONA-gegevens en de loonsopgaven in de DMFA

schepping van werkgelegenheid
loon
ontslag

Chronologie

29/9/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 3/11/2016 )
11/1/2017 Rappel
8/3/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-1039

Vraag nr. 6-1038 d.d. 29 september 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag : de gevolgen voor de bevoegdheden van de Gemeenschappen of de Gewesten zijn de volgende : impact op regionale parameters.

De voorbije maanden was er veel te doen over een reeks aangekondigde ontslagen, maar ook over de creatie van heel wat nieuwe jobs. Daarbij is het belangrijk zicht te krijgen op het loonniveau van de jobs die verloren gingen, in vergelijking met zij die gecreëerd werden.

Kan de geachte minister cijfers opvragen bij zijn diensten om hier zich toe te krijgen ?

1) Wat is het gemiddelde bruto loon van de jobs die verdwenen zijn (jaarlijkse cijfers voor de voorbije tien jaar) ? Kan er in dit verband een combinatie gemaakt worden tussen de DIMONA (Déclaration immédiate / Onmiddellijke Aangifte)-gegevens en de loonsopgaven in de DMFA (Déclaration multifonctionnelle / Multifunctionele Aangifte) ?

2) Wat is het gemiddelde bruto loon van de nieuwe jobs die gecreëerd werden (jaarlijkse cijfers voor de voorbije tien jaar) ? Kan er ook een link gemaakt worden tussen de DIMONA's in dienst en de DMFA van het eerste kwartaal van aanwerving ?

Antwoord ontvangen op 8 maart 2017 :

Het in kaart brengen van jobcreatie en -destructie is niet zo eenvoudig. Het is niet zomaar mogelijk om in administratieve gegevens een onderscheid te maken tussen werkelijk nieuwe banen en veranderingen bij de werkgever (zoals fusies of overnames) of in de arbeidsorganisatie.

Er zijn twee niveaus in de arbeidsdynamiek: het ondernemingsniveau en het werknemersniveau. Men kan niet rechtstreeks een extra arbeidsplaats in een onderneming aan een werknemer toeschrijven. Een voorbeeld: onderneming A groeit met 10 werknemers. Dat is bijvoorbeeld het resultaat van 15 werknemers die vertrekken en 25 die erbij komen. Dat wil zeggen dat 15 werknemers bestaande posities innemen. Wie van de 25 nieuwe werkkrachten de 'jobcreatie' invult, is niet bepaald. Laat mij ook opmerken dat jobdynamiek een distributioneel effect heeft: het zijn niet noodzakelijk de 'dynamische' werknemers die de vruchten plukken van de extra dynamiek.

Ik geef alvast mee dat de resultaten waarschijnlijk conjunctureel gebonden zijn, en dat we moeten opletten voor een leeftijdseffect, want een groot deel van de uitstroom in alle ondernemingen- dus ook krimpende- zijn oudere werknemeras die met een hoog loon de carrière afsluiten en mutatis mutandis geldt het omgekeerde voor de instroom van jongeren.

De meest betrouwbare gegevens op dit vlak worden door het DynaM-netwerk bijeengebracht (www.dynam-belgium.org). DynaM is een wetenschappelijk project dat de bewegingen op de arbeidsmarkt in kaart brengt die verborgen blijven achter netto-statistieken. Het is een samenwerking tussen de Rijksdienst Sociale Zekerheid en HIVA – KU Leuven.