Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9027

van Bart De Nijn (N-VA) d.d. 14 mei 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Mensenhandel - United Nations Office on Drugs and Crime - Wet - Inbreuken - Netwerken - Overzicht

mensenhandel
officiŽle statistiek
misdaadbestrijding
gespecialiseerde instelling van de VN
slavernij
orgaantransplantatie
prostitutie
computercriminaliteit

Chronologie

14/5/2013 Verzending vraag
28/8/2013 Rappel
17/4/2014 Antwoord

Vraag nr. 5-9027 d.d. 14 mei 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) stelde recent een rapport samen over de globale mensenhandel "Global Report on Trafficking in Persons 2012Ē, waarin het verscheidene bevindingen over mensenhandel in de wereld uiteenzette. Specifiek voor Centraal en West-Europa werden er tussen 2007 en 2010 22 000 slachtoffers gedetecteerd. Hiervan registreerde men 61 % volwassen vrouwen, 20 % volwassen mannen, 15 % jonge meisjes en 4 % jonge mannen. Het aantal slachtoffers werd percentueel als volgt gecategoriseerd:

- 62 % seksuele exploitatie

- 31 % gedwongen arbeid

- 0,1 % orgaanverwijdering

- 7 % andere redenen

Gerelateerd aan deze bevindingen heb ik voor de minister volgende vragen:

1) Hoeveel intercepties zijn er door de politiediensten gebeurd van 2007 tot en met het meest recentste jaar waarover men statistieken bezit? Graag cijfers per jaar.

2) Wat is het aantal vaststellingen van inbreuken op de wet inzake mensenhandel die door de politiediensten gebeurden tussen 2007 en het meest recentste jaar waarover men statistieken bezit? Graag cijfers per jaar.

3) In hoeveel gevallen ging het om georganiseerde misdaadnetwerken? In hoeveel gevallen opereerden deze netwerken vanuit BelgiŽ? In hoeveel gevallen vanuit het buitenland? Vanuit welke landen in het bijzonder opereerde deze netwerken?

4) Kan de minister een procentuele verdeling geven van de typen mensenhandel die door het UNODC gehanteerd worden?

Antwoord ontvangen op 17 april 2014 :

1) De cijfers hieronder zijn afkomstig van de Centrale dienst Mensenhandel van de Federale gerechtelijke politie, op basis van gegevens die ingegeven werden in de Algemene Nationale Gegevensbank. Dit zijn politiegegevens die overeenkomen met het aantal aanvankelijke processen-verbaal opgesteld inzake mensenhandel (MH) en dit afhankelijk van de aard van de gevallen van mensenhandel, zoals gedefinieerd in artikel 433quinquies van het Strafwetboek..

Aard van de inbreuken

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Totaal

MH – Economische uitbuiting

286

209

216

169

197

116

1193

MH – Seksuele utbuiting

123

120

135

131

112

93

714

MH – Kinderpornografie

20

17

24

14

17

13

105

MH – Iemand dwingen tot het begaan van een misdrijf of misdaad

8

10

12

14

10

11

65

MH – Uitbuiting van bedelarij

11

13

7

13

11

8

63

MH – Orgaansmokkel

0

0

2

0

1

1

4

Totaal

448

369

396

341

348

242

2144

Dit beeld wordt beïnvloed door de politie-activiteit, in het bijzonder de opgestelde processen-verbaal. Mogelijke variaties in het aantal incidenten in de loop der jaren hangen grotendeels af van het aantal en de aard van de verrichte controles, maar ook van het aantal ingeleide onderzoeken.

In elk gerechtelijk arrondissement beslist de referentiemagistraat voor mensenhandel, tijdens coördinatievergaderingen in overleg met de betrokken diensten, over de controlelocaties en de frequentie van de inspecties die dienen te worden uitgevoerd op het betrokken grondgebied.

Politiegegevens moeten derhalve worden aangevuld met interventies van andere partners, zoals gespecialiseerde centra voor slachtoffers van mensenhandel en de sociale inspectiediensten. Het Informatie- en analysecentrum inzake mensensmokkel en mensenhandel (het IAMM) zou de gegevens van belangrijke partners moeten verzamelen om een globaal beeld te hebben.

2) De cijfers van de Algemene Nationale Gegevensbank in de bovenstaande tabel vormen in principe het aantal vaststellingen van inbreuk en 2007-2012 voor zover elke inbreuk die door een politieambtenaar wordt vastgesteld het voorwerp van een proces-verbaal dient uit te maken.

3) In termen van seksuele uitbuiting, onderhouden dadergroepen onderlinge contacten buiten de Europese grenzen, waar ze deel uitmaken van een groter en stabiel netwerk. Ze zijn zeer mobiel en verplaatsen hun activiteiten zelfs wanneer justitie hen het leven moeilijk maakt. De meest actieve dadergroepen, niet alleen in België maar ook in de buurlanden en zelfs in de EU, zijn afkomstig uit Bulgarije, Roemenië, Albanië en Nigeria.

In termen van economische uitbuiting, kunnen we verduidelijken dat de afkomst van de tussenpersonen en werkgevers afhankelijk is van de sector of de risico-activiteit. Brazilianen zijn vooral actief in de bouw en schoonmaak, Pakistanen en Indiërs in de textielsector, nachtwinkels, benzinestations en carwash, Roemenen, Bulgaren en Turken in de schoonmaakbranche, de bouw, de land- en tuinbouw, kleine bedrijven, zoals slagers, bakkers en cafés, maar ook de vleesverwerkende industrie en de sector afvalverwerking; Aziaten, vooral de Chinezen, in de horeca, en de bouw en de renovatie van Aziatische restaurants.

Het is niet mogelijk om uit de Algemene Nationale Gegevensbank politiegegevens het aantal gevallen van mensenhandel die verband houdt met georganiseerde criminaliteit te extraheren.

4) Uit de becijferde tabel bij vraag 1 genoemde, kunnen we de volgende percentages voor de periode 2007-2012 verstrekken:

De totaalcijfers van het Verenigde Naties-wereldrapport kunnen niet worden vergeleken met die van het nationale niveau, aangezien elke nationale situatie uniek is (verschillende wetgevingen, variaties in definities, benaderingen, ...). Ter illustratie is mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting in sommige landen een zeer belangrijk fenomeen, zodat dit de algemene statistieken op één of andere manier beïnvloedt.

Toch moet worden opgemerkt dat België bekend staat om zijn beleid in de strijd tegen de mensenhandel. Ons land wordt momenteel overigens geëvalueerd door de Groep van deskundigen inzake de bestrijding van mensenhandel (GRETA), die de uitvoering van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel evalueert.