Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7966

van Hassan Bousetta (PS) d.d. 24 januari 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding - Vlaamse scholen - Discriminaties - Studie van de Universiteit Antwerpen - Gevolgen - Jongeren van migrantenafkomst - Acties van het Centrum - Balans

Unia
migrantenkind
onderwijsinstelling
bestrijding van discriminatie
Myria

Chronologie

24/1/2013 Verzending vraag
16/5/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7966 d.d. 24 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Frans)

De resultaten van een studie van de Universteit Antwerpen (geleid door professor Clycq), waaruit blijkt dat er Vlaamse scholen zijn waar leerlingen worden gestraft als ze geen Nederlands praten, kunnen ons niet onberoerd laten. Die maatregel zou 65% van de kinderen met een vreemde moedertaal treffen.

Eveneens treffend is dat volgens die universitaire studie de kinderen van Marokkaanse of Turkse afkomst meer het mikpunt zouden zijn dan andere kinderen. (zie: http://www.rtbf.be/info/belgique/detail_dans-les-cours-de-recre-en-flandre-mieux-vaut-parler-chinois-que-turc?id=7886927, 5 december 2012)

Het is uiteraard niet de bedoeling het bevoegdheidsdomein van het onderwijs in Vlaanderen te betreden, maar er mogen wel vragen worden gesteld over de bevindingen van die studie.

Kunnen de straffen die in die studie aan bod komen gezien worden als een overtreding van de antidiscriminatiewetgeving en rechtvaardigen ze bijgevolg een tussenkomst van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding?

Immers, het Centrum heeft ervoor gekozen om, in het kader van zijn opdrachten en binnen de grenzen van zijn middelen, maar tevens in overleg met de diverse actoren van het onderwijs, te investeren in enkele prioritaire domeinen. Het wil dat doen zonder zijn tussenkomsten in precieze gevallen (klachtenbehandeling, rechtstreeks optreden in de scholen, individuele begeleiding, informatie), noch de opvolging van beleidscommissies over de toekomst van de jongeren van migrantenafkomst (taal en cultuur van afkomst, positieve discriminatie, bemiddeling, preventie van het afhaken van school) te verwaarlozen. (http://www.diversiteit.be)

Welk gevolg kan het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding geven aan de voormelde resultaten van het onderzoek? Kunnen we op de hoogte worden gebracht van de balans van de acties van het Centrum met betrekking tot de voormelde domeinen en waarvoor er in overleg wordt gewerkt met de actoren van het onderwijs?

Antwoord ontvangen op 16 mei 2013 :

Eerst en vooral heb ik net als u kennis genomen van de enquête die gepubliceerd werd in december van vorig jaar door onderzoekers van de universiteiten van Antwerpen, Gent en Leuven die11 000 middelbare scholieren hebben geïnterviewd en ook ouders, leerkrachten en directies van scholen in verschillende Vlaamse steden. Ze hebben inderdaad gezien dat ongeveer 80 % van de kinderen van Marokkaanse of Turkse afkomst hun moedertaal in de klas of tijdens de pauze op scholen in het Vlaamse Gewest, op het risico van het oplopen van een straf. Bovendien pleiten de auteurs ervoor dat scholen meer zouden openstaan ​​voor de talen die hun leerlingen thuis spreken. Deze analyse wordt gecombineerd met een andere opmerking: Chinese kinderen bijvoorbeeld zouden veel minder gestraft worden dan Turkse en Marokkaanse kinderen. 

Zoals u het in uw vraag aanhaalt, is onderwijs een bevoegdheid van de Gemeenschap waarbij het niet aan mij is mezelf daarin te mengen. Maar ik wil met jullie delen dat voor mij de school bij uitstek een instelling is die streeft naar gelijkheid. De kerntaken zijn om op de meest objectieve manier mogelijk op te voeden, te socialiseren door gemeenschappelijke waarden, het cultiveren van gelijkheid van kansen en succes, om leerlingen ertoe te brengen zichzelf op te bouwen, en om zich in de samenleving te verheffen zonder te worden bepaald, bevoordeeld of benadeeld door gedifferentieerde kenmerken zoals gender, klasse, etniciteit, taal, culturele of religieuze identiteit. 

We weten ook dat ondersteuning en het leren van de officiële taal die wordt gebruikt in het onderwijs een centraal element blijft van het schoolsucces van migrantenleerlingen. Onderzoek in het Verenigd Koninkrijk suggereert ook dat de acceleratie van de prestaties van minderheidsleerlingen, die tijdens de laatste drie jaar van hun opleiding werd opgetekend, tot aan de examens die op 16 jarige leeftijd worden afgelegd, deels te wijten is aan verhoogde beheersing van het Engels, wat zelf voortvloeit uit een intensiever gebruik van de taal. 

De gegevens suggereren ook dat tweetalige leerlingen die een goede beheersing van de landstaal verwerven beter presteren dan hun eentalige medeleerlingen[1]. 

Een goede kennis van de moedertaal is inderdaad een solide basis voor het leren van een tweede taal, maar het verbieden van het gebruik op school van de taal die gesproken wordt thuis betekent niet noodzakelijk een betere kennis van de officiële taal van de school. Bovendien brengt de moedertaal ook een hele cultureel erfgoed met zich mee. Voor veel jonge mensen, is het een essentieel element in de ontwikkeling van de persoonlijke identiteit en meervoudige identiteit. De klas, de speeltuin en de straten zijn werelden waarin we taal en verschillende registers gebruiken. Het belangrijkste is dat de school jongeren kan leren om al deze gegevens onder de knie te krijgen en hen hierbij helt zonder partitie in de communicatie. 

1. Voor wat het beantwoorden van uw eerste vraag betreft, is het duidelijk dat dit een gemeenschapsmaterie is omdat het invloed heeft op onderwijs en integratie. Hier zijn de antwoorden die het Centrum mij heeft aangebracht: in 2011, heeft het Centrum 115 nieuwe gevallen behandeld op het gebied van onderwijs, 40 % meer ten opzichte van 2010. Deze toename werd opgemerkt in het bijzonder in de 'raciale' gevallen en de religieuze of filosofische overtuiging, die zijn verdubbeld. Educatieve dossiers bestrijken heel verschillende werkelijkheden: de inschrijving van kinderen met een handicap, racistische pesterijen onder leerlingen, conflicten tussen leerlingen en hun ouders of tussen ouders en leerkrachten of de schoolleiding, kwesties met betrekking tot religieuze tekenen of praktijken. In een derde van de gevallen, deden de gebeurtenissen zich voor in het secundair onderwijs. In vergelijking met 2010, waren de gegevens met betrekking tot het basisonderwijs meer aanwezig. 

2. Om uw tweede vraag te beantwoorden, weet u allicht dat een samenwerkingsovereenkomst die werd ondertekend door alle regeringen het Interfederaal Centrum in staat stellen zal aanvullende initiatieven te nemen op het gebied van taken die tot de bevoegdheid van de deelstaten behoren. Op dit moment verricht het Centrum voor Gelijkheid van Kansen al belangrijk werk op schoolniveau. 

Aan de Franstalige kant, onder de samenwerkingsovereenkomst ondertekend tussen het Centrum en de Federatie Wallonië-Brussel, werd de training van de onderwijsactoren voortgezet in 2011. Het informeel overlegplatform brengt verschillende stakeholders samen die individuele rapportages verwerken binnen de Federatie Wallonië-Brussel. Daarnaast werd een bezinning opgestart met de bevoegde diensten om permanente kwesties in verband met discriminatie en gelijke kansen in de bijscholing van het voortgezet onderwijs van de actoren in te lassen (schoolinspecteurs, schoolhoofden, leerkrachten, enz.). 

Aan Nederlandstalige zijde, werd een netwerk ‘onderwijs en discriminatie’ in Antwerpen in 2011 opgericht. Dit netwerk brengt periodiek verantwoordelijken bijeen van verschillende netwerken van het onderwijs: de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB), deskundigen uit het platform Lokale overlegplatform (LOP) en vertegenwoordigers van belangenorganisaties lesbigays, mensen met een handicap en etnische minderheden met het Centrum. Op deze manier, willen de netwerkpartners aan de ene kant hun respectieve deskundigheid uitwisselen en promoten, en anderzijds, de punten die structureel problematisch zijn analyseren en aan de politieke verantwoordelijken melden. 

Het Centrum is ook lid van de Commissie Diversiteit en Gelijke onderwijskansen de van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor). Deze commissie "DivGok" heeft adviezen uitgebracht over diversiteit en gelijke kansen in het onderwijs in het Vlaams onderwijs. Het Centrum is aldus vastbesloten om te zorgen voor de opvolging van de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen inzake gelijke kansen.

[1]  F. Half en S. Strand “English language acquisition and educational attainment at the end of 
secondary school (Engelse taalverwerving en opleidingsniveau op het einde van de middelbare school) " Educational Studies 32 (2), 2006, pagina's 215 tot 231