Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7916

van Jurgen Ceder (Onafhankelijke) d.d. 23 januari 2013

aan de minister van Werk

Koepel van de christelijke werknemersorganisaties (ACW) - Erkenning als "bedrijf in moeilijkheden"

onderneming in moeilijkheden
vakbond
rechtspersoon
rechtstoestand
vennootschapsbelasting
balans
civiele samenleving

Chronologie

23/1/2013 Verzending vraag
15/5/2013 Antwoord

Vraag nr. 5-7916 d.d. 23 januari 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het ACW zou op het punt staan een aanvraag in te dienen voor de erkenning als "bedrijf in moeilijkheden", waardoor het alweer een deel van de gevolgen van zijn eigen casinokapitalisme op de belastingbetaler zou afwentelen. Dit roept enkele extra vragen op.

1) In plenaire vergadering werd mij gezegd dat het ACW "onder het toepassingsgebied zou vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités". Volgens artikel 2 van die wet is een werkgever een persoon die andere personen te werk stelt; en is een onderneming een inrichting van met werkgevers gelijkgestelde personen. In beide gevallen is dus duidelijk sprake van "personen". Ons recht kent maar twee personen: natuurlijke personen en rechtspersonen. Kan het ACW als feitelijke vereniging een "persoon" zijn in de zin van artikel 2 van de bovenvermelde wet? Het lijkt mij evident dat het antwoord negatief is.

2) Is het aanvaardbaar dat grote en machtige organisaties zoals het ACW ervoor kiezen geen rechtspersoonlijkheid aan te nemen om zo aan de verplichtingen inzake de boekhouding en de jaarrekening en een correcte fiscale behandeling te ontsnappen, maar dan wel plots zouden beschouwd worden als “persoon” in de zin van artikel 2 van de bovenvermelde wet?

3) Wie staat als juridische werkgever vermeld op de arbeidscontracten van de naar verluidt 274 werknemers die voor het ACW werken? Is dat de feitelijke vereniging ACW? Zo neen, wie dan wel? Wie betaalt de werkgeversbijdragen op de lonen van deze 274 personen? Is dat de feitelijke vereniging ACW? Zo neen, wie dan wel?

4) Indien het ACW uitgaven zou doen voor zijn personeel, dan moeten daar logischerwijze ook inkomsten tegenover staan. Indien het ACW thans beweert een onderneming te zijn, dan dienen die inkomsten logischerwijze bedrijfswinsten te zijn. Welk bedrag aan bedrijfsbelastingen heeft de feitelijke vereniging ACW de voorbije drie jaren betaald? Indien geen bedrijfsbelastingen zouden betaald zijn, leidt dat dan niet tot de conclusie dat het ACW geen onderneming is?

5) Luidens de bepalingen inzake "bedrijf in moeilijkheden" in het koninklijk besluit van 3 mei 2007, artikel 14, worden de moeilijkheden in het bedrijf beoordeeld aan de hand van de jaarrekeningen van de vijf voorafgaande jaren. Kan de minister mij melden waar en wanneer de feitelijke vereniging ACW die "jaarrekeningen" ooit zou hebben ingediend?

6) Er dient daarbij te worden opgemerkt dat bijvoorbeeld het ACV de publieke opinie tracht te misleiden door de boekhouding van haar nationale secretariaat voor te stellen als haar algemene boekhouding, terwijl alle eigendommen, reserves en buitenlandse rekeningen op naam staan van andere personen en verenigingen en zo buiten beeld blijven. Zal de minister eisen dat een volledige jaarrekening wordt ingediend, met daarin alle eigendommen, reserves en rekeningen, gecontroleerd en geverifieerd door de controlediensten van de minister?

7) Hetzelfde artikel 14 bepaalt trouwens dat enkel rekening zal worden gehouden met de geconsolideerde jaarrekening, indien de “onderneming” deel uitmaakt van een groter geheel. Het ACW stelt openlijk dat het een holding is van enorme organisaties als CM, ACV en Familiehulp. Zal de minister erop toezien dat artikel 14 wordt nageleefd, en dat het ACW dus wel degelijk een geconsolideerde jaarrekening indient van de voorbije vijf jaren, inclusief alle eigendommen, buitenlandse rekeningen en reserves van CM, ACV en Familiehulp enzovoort?

Antwoord ontvangen op 15 mei 2013 :

Vooreerst wens ik er de aandacht op te vestigen dat het ACW een aanvraag heeft ingediend om erkend te worden als « onderneming in herstructurering » en niet als onderneming in moeilijkheden. Dit is van wezenlijk belang bij het beantwoorden van de vragen.

1) De wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités verduidelijkt in artikel 2 dat de wet van toepassing is op de werknemers en op de werkgevers. Het ACW vormt als feitelijke vereniging een technische bedrijfseenheid die 265 personen tewerkstelt. Het gaat dus hier niet om de door u genoemde deelorganisaties van het ACW . Het ACW beschikt over een nummer in de kruispuntbank van ondernemingen en is bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ) als werkgever ingeschreven. Het ACW valt dan ook zonder enige twijfel onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968. Rechtspersonen oefenen hun rechten en voeren hun verplichtingen uit via fysieke personen die handelen in hun naam en voor hun rekening.

2) Een feitelijke vereniging, zelfs zonder rechtspersoonlijkheid, ontsnapt niet aan haar wettelijke verplichtingen inzake sociale en fiscale aangelegenheden. De betrokken fiscale en sociale administraties hebben toegang tot de noodzakelijke gegevens om de naleving van deze verplichtingen na te gaan.

3) Het ACW is een technische bedrijfseenheid die haar erkenning als onderneming in herstructurering vraagt op basis van een "collectief ontslag". De ontslagen werknemers zijn allen via een arbeidsovereenkomst met het ACW verbonden of met een organisatie die deel uitmaakt van dezelfde Technische Bedrijfseenheid . De collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van de herstructurering is ondertekend door het ACW in de hoedanigheid van werkgever en vertegenwoordiger van de werkgevers die door deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn gebonden. Het ACW wordt vertegenwoordigd door haar algemeen secretaris.

4) Ik herhaal dat elke werkgever het statuut van onderneming in herstructurering kan vragen op basis van een collectief ontslag.

5) De vragen 5, 6 en 7 zijn niet relevant gelet op het feit dat het ACW een aanvraag heeft ingediend als onderneming in herstructurering en niet als onderneming in moeilijkheden. Zij moet dan ook niet voldoen aan het criterium vastgelegd in artikel 14 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. Het ACW hoeft dan ook geen enkele jaarrekening bij mijn diensten neer te leggen.