Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-7437

van Inge Faes (N-VA) d.d. 28 november 2012

aan de vice-eersteminister en minister van Pensioenen

De afstand van terugvordering van onverschuldigde betalingen

pensioenregeling
sociale uitkering
officiŽle statistiek
Rijksdienst voor Pensioenen
Pensioendienst voor de overheidssector
aflossing

Chronologie

28/11/2012 Verzending vraag
17/12/2012 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2230

Vraag nr. 5-7437 d.d. 28 november 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Via een schriftelijke vraag (nr. 5-5759) vroeg ik u naar cijfers betreffende de terugvordering van onverschuldigde betalingen, die worden uitgevoerd conform artikel 22 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde. Dit voor de openbare en meewerkende instellingen van sociale zekerheid die onder uw bevoegdheid vallen.

In uw antwoord viel op dat de toekenning van verzaking, zowel qua aantal dossiers als omvang van de som waaraan verzaakt wordt, fundamenteel groter is voor de Nederlandstalige dan voor de Franstalige dossiers.

Graag had ik hiervoor een verklaring gehad.

Antwoord ontvangen op 17 december 2012 :

In antwoord op haar vraag heb ik de eer om het geachte lid mee te delen dat terecht de aandacht wordt gevestigd op de opmerkelijke verschillen in de behandeling van kwijtschelding van schulden tussen de Nederlandstalige en Franstalige diensten van de Rijksdienst voor pensioenen (RVP).

Vooraleer hier verder op in te gaan wil ik onderstrepen dat de kwijtscheldingen van ambtswege geschieden volgens regels uitgestippeld door de Raad voor Uitbetaling van de voordelen, een paritair orgaan samengesteld uit vertegenwoordigers van werkgevers-, werknemers- en zelfstandigenorganisaties. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de  schulden die van ambtswege volledig of gedeeltelijk worden kwijtgescholden en verzoeken tot kwijtschelding die op vraag van de gerechtigde aan de Raad worden voorgelegd.

Tot de categorie ‘volledige kwijtschelding van ambtswege’ behoren hoofdzakelijk de schulden die kleiner zijn dan 250 euro en lopende terugvorderingen die bij overlijden van de langstlevende echtgenoot niet meer kunnen verhaald worden. Zij vertegenwoordigden in 2011 36,7 % van de kwijtgescholden bedragen en 87,8 % van de dossiers aan Nederlandstalige kant, terwijl dit aan Franstalige kant respectievelijk 63,2 % en 92,3 % bedroeg. De gemiddelde schuld aan Nederlandstalige zijde bedroeg 449 euro, aan Franstalige zijde 138 euro.

Tot de dossiers waarvoor in hoofdzaak gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend behoren de schulden die het gevolg zijn van een overschrijding van de grenzen voor de toegelaten beroepsbezigheid en van het niet respecteren van de regels voor verblijf in het buitenland door gerechtigden op de inkomensgarantie voor ouderen. Terwijl aan Nederlandstalige zijde voornamelijk procedures moeten worden ingeleid voor het overschrijden van de grenzen voor toegelaten arbeid (59,6 % van de bedragen voor 7,8 % van de massa), geschieden de gedeeltelijke kwijtscheldingen aan Franstalige zijde bijna uitsluitend voor het niet voldoen aan de verblijfsvoorwaarde (35,2 % van de bedragen voor 7,7 % van de massa). De gemiddelde schuld aan Nederlandstalige zijde bedroeg 5 601 euro, aan Franstalige zijde 925 euro.

Daarnaast worden nog verzoeken aan de Raad gericht die voornamelijk na onderzoek van de aangevoerde sociale redenen uitmonden in een volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld. Aan Nederlandstalige zijde werd 42,2 % van het gevraagde bedrag kwijtgescholden, aan Franstalige zijde 33,9 %. De gemiddelde schuld aan Nederlandstalige zijde bedroeg 6 035 euro, aan Franstalige zijde 5 728 euro.

De verschillen in bedragen kunnen in hoofdzaak worden herleid tot het feit dat het gemiddeld teruggevorderd bedrag aan Franstalige zijde beduidend kleiner is dan aan de Nederlandstalige. Dit spruit voort uit het feit dat de geringe overschrijdingen (kleiner dan 250 euro) en de aard van de dossiers (gerechtigden op een bijstandsuitkering) aan Franstalige zijde veel meer zijn vertegenwoordigd.

De verschillen in percentage daarentegen zijn terug te voeren tot grotere terugvorderingen op een kleinere massa aan gerechtigden aan Nederlandstalige zijde. 

De pensioenwetgeving van de overheidssector voorziet niet in een procedure tot verzaking aan de terugvordering van de onverschuldigde pensioenbedragen zoals voorzien in artikel 22 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde, waarbij de bevoegde instelling van sociale zekerheid, binnen de voorwaarden bepaald door zijn beheerscomité en goedgekeurd door de bevoegde Minister, kan afzien van terugvordering van het onverschuldigde.