Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4668

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 28 december 2011

aan de minister van Justitie

Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties (IASSCO) - Werking - Evaluatie

religieuze sekte

Chronologie

28/12/2011 Verzending vraag
26/11/2012 Rappel
24/7/2013 Rappel
13/12/2013 Herkwalificatie
6/1/2014 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-2502
Geherkwalificeerd als : vraag om uitleg 5-4499

Vraag nr. 5-4668 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties (IASSCO) werd opgericht door de wet van 2 juni 1998 houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties en van een Administratieve Coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties, als gevolg van een van de ingediende aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie. Het IACSSO bestudeert het verschijnsel van de schadelijke sektarische organisaties in België en hun internationale bindingen en draagt de volgende opdrachten: informatieverstrekking, adviezen formuleren of aanbevelingen doen, onderzoek naar schadelijke sektarische organisaties.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoe is het IASSCO momenteel gestructureerd, wie stuurt het aan, wie draagt de politieke verantwoordelijkheid? Hoeveel mensen zijn er tewerkgesteld (uitgedrukt in voltijds equivalenten) en in welke graad?

2) Hoeveel jaarlijkse subsidies ontvangt het IASSCO via de federale overheid en hoe evolueerde dit jaarlijks sinds haar oprichting?

3) Hoe verloopt haar opdracht met betrekking tot informatieverstrekking? Hoeveel aanvragen krijgt het centrum per jaar sinds haar oprichting? Kan de geachte minister daarbij een onderscheid maken naargelang de aanvrager (particulier, organisatie, overheidsdienst, …)? Hoe duidt en evalueert hij deze cijfers?

4) Kan hij mij informeren over de jaarlijkse bezoekersaantallen (in totaal en in aantal unieke bezoekers) van het documentatiecentrum van het IASSCO? Hoe duidt en evalueert hij deze cijfers?

5) Hoe verloopt haar opdracht met betrekking tot het verstrekken van adviezen en aanbevelingen? Hoeveel adviezen en aanbevelingen heeft het IASSCO jaarlijks afgeleverd sinds haar oprichting en op wiens initiatief? Welke diensten en organisaties waren voornamelijk ontvanger van deze adviezen? Wat leverden deze adviezen en aanbevelingen concreet op (rechtsgang, wetgeving, …)?

6) Hoe verloopt de opdracht van IASSCO met betrekking tot het onderzoeken van schadelijke sektarische organisaties? Hoeveel onderzoeken werkte het IASSCO jaarlijks af sinds haar oprichting? Wat leverden deze onderzoeken concreet op (rechtsgang, wetgeving, …)?

7) Werden de werking en de doelstellingen van het IASSCO al geëvalueerd? Zo ja, met welk resultaat? Zo nee, wanneer en hoe plant de geachte minister om deze noodzakelijke oefening aan te vatten?

8) Hoe wordt de werking van het IASCCO door hem en de federale regering beoordeeld? Wat zijn volgens hem de sterke en wat zijn de zwakke punten van het centrum? Wat zal hij ondernemen om aan deze zwakke punten te verhelpen?

Antwoord ontvangen op 6 januari 2014 :

1. Het IACSSO bestaat uit zestien "leden" (acht vaste leden en acht plaatsvervangende leden) en uit een vaste dienst.

2. Het IACSSO krijgt vanuit de FOD Justitie geen subsidies. Zijn werkingsmiddelen, zowel op het vlak van personeel, huisvesting en andere zijn ten laste van de begroting van de FOD Justitie, waar ze ingeschreven staan onder het programma 62 “ Bijzondere diensten “ en voor 2013 een krediet van 545 000 euro. is ingeschreven voor de werking ( aanschaf diensten, roerende goederen ) en personeel. Sommige uitgaven kunnen nog onder andere posten ( onder andere huisvesting ) van de begroting vallen.

3. De gegevens met betrekking tot het aantal vragen dat aan het IACSSO wordt gericht sinds de oprichting ervan zijn de volgende:

Jaar 2000: ten minste 119 vragen: pas vanaf september 2000 werd het personeel geworven en was het Centrum operationeel.

Vanwege:

Het publiek: 75 %

De autoriteiten: 25 %

Jaren 2001-2002: ten minste 797 vragen

Vanwege:

Het publiek: 78 %

De autoriteiten: 22 %

Jaren 2003-2004: ten minste 1 379 vragen.

Vanwege:

Het publiek: 88,3 %

De autoriteiten: 117 %

Jaren 2005-2006: ten minste 1 672 vragen

Vanwege:

Het publiek: 81,2 %

De autoriteiten: 18,8 %

Jaren 2007-2008: ten minste 1 510 vragen

Vanwege:

Het publiek: 78,14 %

De autoriteiten: 21,86 %

Jaren 2009-2010: ten minste 1 550 vragen.

Vanwege:

Het publiek: 81,41 %

De autoriteiten: 19,59 %

Het Centrum organiseert bovendien regelmatig informatiesessies voor scholen, vakmensen uit het maatschappelijk middenveld en de openbare sector.

4. Het aantal bezoeken (en niet bezoekers) werd genoteerd vanaf 2003:

80 bezoeken in 2003

106 bezoeken in 2004

154 bezoeken in 2005

141 bezoeken in 2006

370 bezoeken voor de periode 2007-2008

350 bezoeken voor de periode 2009-2010

5. De lijst van de thans door het IACSSO uitgebrachte adviezen en aanbevelingen is als volgt:

ADVIES van 20 juni 2000 met betrekking tot de Fédération Européenne des Centres de Recherche et d'Information sur le Sectarisme (FECRIS) op verzoek van de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken.

AANBEVELING van 18 december 2000 inzake de schadelijke sektarische organisaties aan de minister van Justitie betreffende het misbruik van de zwakke toestand van het individu.

Er moet worden opgemerkt dat de Kamer van volksvertegenwoordigers op 16 juni 2011 in de plenaire vergadering een wetsvoorstel heeft goedgekeurd tot invoeging in het Strafwetboek van een bepaling tot bestraffing van het bedrieglijk misbruik van de zwakke positie van personen.

ADVIES van 31 mei 2001 over de graad van schadelijkheid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen op verzoek van de Dienst Vreemdelingenzaken.

AANBEVELING van 26 november 2001 aan de minister van Justitie om aan de Administratieve Coördinatiecel een vertegenwoordiger van het ministerie van Volksgezondheid en een vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse Zaken toe te voegen.

Niet-openbaar ADVIES van 16 september 2002 uitgebracht op verzoek van een jeugdparket.

Niet-openbaar ADVIES van 16 februari 2004 uitgebracht op verzoek van een parket in het kader van een naturalisatieprocedure.

AANBEVELING van 25 oktober 2004 aan de federale regering voor de bescherming van de titel van psychotherapeut.

ADVIES van 7 maart 2005 over Sahaja Yoga op verzoek van de Stad Gent.

Niet-openbaar ADVIES van 16 januari 2006 uitgebracht op verzoek van een parket in het kader van een strafprocedure.

ADVIES van 12 oktober 2009 over de Maharishi Global Financing Research Foundation / Transcendente Meditatie op verzoek van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe.

ADVIES van 28 juni 2010 over de vzw Radhadesh (Internationale beweging voor Krishna bewustzijn) op verzoek van de ombudsman van het Waalse Gewest.

Nog niet gepubliceerd ADVIES van 2 september 2013 uitgebracht op verzoek van de Federatie Wallonië-Brussel.

6. Het IACSSO heeft sinds de oprichting ervan dossiers geopend over meer dan 1 142 bewegingen van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard (of die zich als dusdanig voordoen), alsmede honderden dossiers met betrekking tot praktijken (en niet organisaties) en dossiers waarover na onderzoek werd geoordeeld dat zij niet onder de bevoegdheid van het IACSSO ressorteerden. Die onderzoeken worden uitgevoerd als antwoord op de vragen van het publiek en van de autoriteiten waaronder inzonderheid die van de politie en justitie, in het kader van onderzoeken die zij uitvoeren. Zie eveneens de paragraaf met betrekking tot de adviezen.

7. Krachtens de wet brengt het IACSSO elke twee jaar - door het activiteitenverslag ervan- verslag uit aan de ministerraad, de Wetgevende Kamers en aan de Raden en Regeringen van de Gemeenschappen en Gewesten.

In 2006 werd een verslag opgesteld door de werkgroep van de Kamer belast met de follow-up van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie “sekten”.

Ten slotte werd het werk van het IACSSO op 12 april 2011 "geëvalueerd" door het hof van beroep te Brussel naar aanleiding van het advies ervan van 7 maart 2005 over de vzw Sahaja Yoga België.

8. Het verslag van de parlementaire werkgroep waarvan sprake in punt 7 heeft de kwaliteit van het door het IACSSO geleverde werk op de voorgrond gesteld.

De sterke punten van het IACSSO blijven ontegensprekelijk de omvang van de documentatie en de studiedienst ervan. Bijna 8 000 boeken over de beoogde organisaties in het Nederlands, Frans, Duits, Engels en andere talen. Sommige passen in een ruimer kader (juridisch of inzake het fenomeen in het algemeen). Het IACSSO beschikt eveneens voor het publiek over een vijftigtal abonnementen op wetenschappelijke of vulgariserende tijdschriften, en over diverse bladen en een audiovisuele collectie van min of meer 700 audio- en videocassettes en dvd’s.

Ook de relaties van het IACSSO met soortgelijke organisaties op internationaal vlak moeten worden vermeld.

Ten slotte zijn er nog de banden van het IACSSO met de politie- en inlichtingendiensten en de parketten die in de hand worden gewerkt door de aanwezigheid van het IACSSO op de vergaderingen van de Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties.

Het belangrijkste zwakke punt van het IACSSO zou wellicht voortkomen uit het lage aantal personeelsleden van de studiedienst ervan om de vragen van het publiek en van de autoriteiten te beantwoorden.