Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-4241

van Elke Sleurs (N-VA) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen

Globaal medisch dossier (GMD) - Patiëntendossier - Bewaring - Overlijden van de geneesheer

dokter
medische gegevens
rechten van de zieke
officiële statistiek
geografische spreiding

Chronologie

23/12/2011Verzending vraag
9/3/2012Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-476

Vraag nr. 5-4241 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, bepaalt in artikel 9 dat de gegevens van de patiënt veilig en zorgvuldig moeten worden bijgehouden. Met andere woorden, zowel de geneesheren als de ziekenhuizen hebben de plicht het patiëntendossier te bewaren.

Geneesheren moeten de medische dossiers bewaren tot dertig jaar na het laatste contact met de patiënt. Zo staat het in de code van geneeskundige plichtenleer van de Orde van Geneesheren. Die code schrijft verder voor hoe die gegevens moeten worden bijgehouden. De geneesheer zelf, of zijn naaste familie, staat in voor de overdracht van de medische dossiers naar een andere arts. Er wordt echter niet voorzien in het scenario waarin de geneesheer geen naaste familie heeft.

Ten tweede, hebben ook de ziekenhuizen in ons land krachtens het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende bepaling van de algemene minimumvoorwaarden waaraan het medisch dossier moet voldoen, dezelfde verplichting tot bewaring van patiëntendossiers. Hoewel er zich hier minder een probleem stelt voor de overdracht van de dossiers, laten de voorwaarden waarin die dossiers worden bijgehouden vaak te wensen over.

Graag had ik een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1) Hoeveel zelfstandige geneesheren hebben sinds de invoering van de wet van 22 augustus 2002 hun praktijk stopgezet? Hoeveel van die zelfstandige geneesheren waren alleenstaand en hadden geen nakomelingen? Kunnen deze cijfers worden uitgesplitst per gewest? Hoe vaak werden de provinciale raden van de Orde van Geneesheren sinds 22 augustus 2002 gecontacteerd door een belanghebbende patiënt in het kader van problemen met betrekking tot zijn medisch dossier? Kunnen die resultaten uitgesplitst worden per gewest?

2) Welke maatregelen plant de minister om te voorkomen dat de patiëntendossiers worden vernietigd?

3) In welke ziekenhuizen worden die patiëntendossiers in de kelder bewaard? Is de kans op (water)schade voor de dossiers hier reëel? In welke ziekenhuizen zijn sinds de invoering van de wet van 22 augustus 2002 gevallen gemeld van (water)problemen in de kelder?

4) Het bewaren van de patiëntendossiers op elektronische dragers zou een valabel alternatief kunnen zijn om een zorgvuldige opslag te verzekeren. Aangezien de digitale duurzaamheid van sommige elektronische gegevensdragers echter beperkt is, doen er zich ook daar problemen voor. Welke zijn de elektronische gegevensdragers die de verschillende ziekenhuizen gebruiken? Kunnen die resultaten worden uitgesplitst per ziekenhuis? Welke ziekenhuizen maken back-ups van de patiëntendossiers? Hoe vaak maken die ziekenhuizen back-ups van deze dossiers? Vindt de minister het noodzakelijk maatregelen te treffen zodat kan worden verzekerd dat de gegevens van de patiënt veilig en zorgvuldig op elektronische dragers worden bijgehouden?

Antwoord ontvangen op 9 maart 2012 :

De meeste huisartsen die hun praktijk stopzetten, behouden hun erkenning om voor hun familie te kunnen voorschrijven. De bepalingen in verband met het behoud van de erkenning zijn pas sinds 1 maart 2010 van kracht, en daardoor is het dus onmogelijk te weten hoeveel van hen daadwerkelijk hun praktijk hebben stopgezet. De meeste artsen die hun praktijk stopzetten, geven hun dossiers aan een collega, of vertellen hun patiënten dat ze hun dossier aan een arts van hun keuze kunnen bezorgen. Sinds de goedkeuring van de wet van 22 augustus 2002 zijn er in België 750 huisartsen overleden. De opsplitsing per gewest vindt u in onderstaande tabel.

 

Aantal

%

GEWEST

353

47,1

Vlaanderen

Wallonië

317

42,3

Brussels hoofdstedelijk gewest

80

10,7

België

750

100,0

Mijn bestuur beschikt niet over gegevens met betrekking tot de echtelijke en gezinsstatus van de huisartsen.

2. Artikel 47 van Titel II (De geneesheer ten dienste van de patiënt) van de Code van geneeskundige plichtenleer van de Nationale Orde van Geneesheren regelt het beheer van medische dossiers bij stopzetting van de praktijk. Artikel 9 van de wet van 22 augustus 2002 bepaalt dat de beroepsbeoefenaar zijn dossiers veilig moet bewaren.

Mijn bestuur beschikt niet over gegevens met betrekking tot de follow-up van de medische dossiers die de provinciale raden van de Orde in hun bezit hebben.

Medische dossiers bewaren valt onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de artsen.

3. Ik beschik niet over deze gegevens. Ik wens u er wel op te wijzen dat het tot de verantwoordelijkheid van de ziekenhuisbeheerder behoort om de nodige maatregelen te nemen opdat de medische dossiers gedurende minstens dertig jaar in het ziekenhuis worden bewaard.

4. Artikel 1, §2, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende bepaling van de algemene minimumvoorwaarden waaraan het medisch dossier, bedoeld in artikel 15 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, moet voldoen, laat toe dat het medisch dossier van de patiënt in het ziekenhuis elektronisch wordt bewaard. Uit een bevraging van de ziekenhuizen door mijn bestuur vorig jaar weet ik dat ongeveer 60 % van de dossiers op papier wordt bijgehouden, 20 % op magnetische dragers, 7 % op optische dragers en 5 % op microfilm, of gecombineerde oplossingen. Deze cijfergegevens werden niet geobjectiveerd. Ik beschik ook niet over gegevens met betrekking tot het maken van back-ups door de ziekenhuizen. Ook op dit vlak dient de ziekenhuisbeheerder zijn verantwoordelijkheid te nemen opdat de medische dossiers gedurende minstens dertig jaar in het ziekenhuis worden bewaard. Deze verantwoordelijkheid zal hem moeten leiden in de keuze van de elektronische dragers evenals van de frequentie van het maken van back-ups.