Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3984

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken

Schengenzone - RoemeniŽ - Bulgarije - Toetreding - Grenstoezicht - Recht van vrij verkeer - Europese Commissie - Standpunt BelgiŽ

vrij verkeer van personen
Akkoord van Schengen
grenscontrole
Bulgarije
RoemeniŽ

Chronologie

23/12/2011 Verzending vraag
14/5/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3518

Vraag nr. 5-3984 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

RoemeniŽ en Bulgarije zijn voorlopig nog geen lid van de paspoortvrije Schengenruimte. Op de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) van 22 september 2011 werd hun toetreding tot Schengen door Nederland en Finland geweigerd. Het betreft een puur politieke beslissing, vermits RoemeniŽ en Bulgarije aan alle technische en juridische criteria voor toetreding voldoen.

Enkele dagen voor deze onderhandelingen presenteerde de Europese Commissie twee wetgevingsvoorstellen om het recht van vrij verkeer beter te beschermen. De voorstellen voorzien in een krachtiger evaluatie- en toezichtsysteem voor het controleren en waarborgen van de toepassingen van de Schengenregels. Ook stelt de Commissie voor om de Europese besluitvorming inzake tijdelijke herinvoering van het toezicht aan de binnengrenzen bij een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid beter te structureren.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Welke bijkomende voorwaarden hebben Nederland en Finland gekoppeld aan de toetreding van RoemeniŽ en Bulgarije tot de Schengenzone? Klopt het dat de beslissing van toetreding van RoemeniŽ en Bulgarije tot Schengen op het niveau van de staats-en regeringsleiders zal worden genomen?

2) Wat is het standpunt van BelgiŽ over het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening tot wijziging van verordening nr. 562/2006 teneinde te voorzien in gemeenschappelijke regels inzake het tijdelijk herinvoeren van het grenstoezicht aan de binnengrenzen in uitzonderlijke omstandigheden, en in het bijzondere over:

a. Artikel 25 van het voorstel, waardoor lidstaten ingeval van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid unilateraal hun grenzen kunnen sluiten?

b. Artikel 26 van het voorstel, waardoor het grenstoezicht aan de binnengrenzen kan worden heringevoerd voor een periode van 24 maanden?

3) Wat is het standpunt van BelgiŽ over het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening betreffende de instelling van een evaluatie- en toezichtmechanisme voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis?

4) Zullen deze voorstellen ook gelden voor landen die niet tot de Europese Unie behoren, maar wel tot de Schengenzone?

Antwoord ontvangen op 14 mei 2012 :

1) Nederland en Finland maken de link met de rapporten van het Coöperatie- en Verificatie-mechanisme (CVM). Het CVM werd ingesteld in 2007, op het moment dat Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie (EU) toegetreden zijn. Voor beide landen waren er immers nog tekortkomingen op vlak van de hervorming van hun gerechtelijk apparaat en de strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie. Het CVM moest de twee landen ondersteunen in hun inspanningen om deze tekortkomingen weg te werken. 

De teneur van de monitoringrapporten van de voorbije jaren was redelijk kritisch en Nederland en Finland hebben hieruit geconcludeerd dat het nog te vroeg is om Roemenië en Bulgarije tot de Schengenzone toe te laten. 

De kwestie is inderdaad al een aantal keer aan de orde gekomen op de Europese Raad. In de conclusies van zijn laatste vergadering, die op 1 en 2 maart 2012 plaatsvond, wordt de Raad van Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken verzocht om op de kwestie terug te komen teneinde in zijn zitting in september 2012 een besluit te kunnen nemen. 

2) België steunt de doelstellingen die nagestreefd worden in het voorstel van de Commissie tot aanpassing van de Schengen Grenscode (Verordening 562/2006) met betrekking tot het herinvoeren van controles aan de binnengrenzen. De mogelijkheid om terug dergelijke controles in te voeren moet behouden worden, maar de regelgeving hierover moet verbeterd worden. 

Artikel 26 beoogt de herinvoering van controles, wanneer ernstige mankementen in de toepassing van het Schengen Acquis door een Lidstaat vastgesteld worden. België steunt dit principe, dat voortvloeit uit het mandaat van de Europese Raad van 24 juni 2011 en beantwoordt aan een reële nood. 

Artikel 25 beoogt de herinvoering van controles door een Lidstaat, in het kader van de maatregelen die deze Lidstaat neemt tegen een bedreiging voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid. Deze mogelijkheid is niet nieuw en moet wel te verstaan behouden blijven. België dringt, net als de andere Lidstaten, aan op het feit dat deze beslissingen om terug binnengrenscontroles in te voeren door de betrokken Lidstaat en dus niet door de Commissie genomen moeten worden. Dit vloeit voort uit de Europese verdragen die bepalen dat de Lidstaten verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid. 

3) Het Commissievoorstel om het evaluatie- en toezichtmechanisme voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis te versterken kan door België ondersteund worden. De evaluaties zijn vandaag een louter intergouvernementele aangelegenheid. Het is logisch dat de Commissie een belangrijker plaats krijgt in het mechanisme, maar er zal wel alles aan gedaan moeten worden dat ook de Lidstaten zeer nauw bij de naleving van de regels betrokken blijven.  

4) De voorstellen slaan inderdaad ook op die landen die niet tot de EU maar wel tot de Schengenzone behoren (Noorwegen, Ijsland, Zwitserland en Liechtenstein).