Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-3981

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 23 december 2011

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken

Spoorwegstations - Metrostations - Criminaliteit - Veiligheid - Metro- en spoorwegpolitie - Centraal commissariaat - Zuidstation

Hoofdstedelijk Gewest Brussels
spoorwegstation
metro
openbare veiligheid
politie
gemeentepolitie
criminaliteit
achterstandsbuurt
officiŽle statistiek

Chronologie

23/12/2011 Verzending vraag
26/10/2012 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3329

Vraag nr. 5-3981 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In antwoord op mijn eerdere schriftelijke vraag stelde de minister dat er nog geen beeld bestond van de criminaliteit in ťn rond de spoorweg- en metrostations in Brussel. De samenstelling van zo'n beeld zou gemakkelijk 3 maanden vergen. Zij gaf wel cijfers van de geregistreerde criminaliteit in de spoorweg- en metrostations voor de periode 2007-2009 (vraag nr. 5-244 van senator Guido De Padt van 21 oktober 2010 en beantwoord op 7 december 2010).

Om een volledig beeld te kunnen krijgen van de criminaliteit in stations zouden ook de feiten rond de stations in rekening moeten worden gebracht. Het is immers algemeen bekend dat ook rond de stations vaak criminogene zones bestaan. Wie bijvoorbeeld in Brussel in bepaalde metrostations boven de grond komt, belandt direct op de drugsmarkt.

In hetzelfde antwoord vermeldde de minister dat de Ministerraad op 20 juli 2010 een project valideerde om het geheel van de politie van de spoorwegen en de metro in Brussel, alsook de directie van Spoorwegpolitie (SPC), te hergroeperen in een centraal commissariaat gelegen in de nabijheid van het Zuidstation. De Regie van de Gebouwen was actief op zoek naar oplossingen om dit project te realiseren. Het project heeft als essentieel doel het algemeen welzijn van het personeel van SPC te verbeteren.

Een dergelijk centraal commissariaat kan een optimale aansturing van het personeel bevorderen, met zo kort mogelijke aanrijtijden. Het moet ook een efficiŽnt beheer van mensen en middelen mogelijk maken, in het voordeel van de burger en de veiligheid. Want ondanks de enorme besparingsoperatie die ons te wachten staat en de noodzaak aan een slankere overheid, mag immers niet zomaar worden bespaard op de veiligheid van de burger in onze hoofdstad.

Tijdens de lopende regeringsonderhandelingen bereikten de onderhandelaars blijkbaar een akkoord waarin ťťn en ander zou staan over de veiligheid. De Brusselse minister-president zou voortaan een Globaal Gewestelijk Veiligheidsplan (GGV) opmaken in samenspraak met de Brusselse regering. Op die manier krijgt ook het Brussels parlement zijn zeg in het Brussels veiligheidsbeleid. Dit blijkt volkomen nieuw. Tot nog toe konden de gemeenten en de politiezones blijkbaar elk hun eigen weg gaan. Die bleken niet altijd in dezelfde richting gaan.

In dit kader een aantal vragen:

1) Beschikt de minister over cijfergegevens met betrekking tot het aantal gepleegde criminele feiten in en rond de spoorweg- en metrostations in Brussel voor 2010 en de eerste helft van 2011, opgesplitst per station en per categorie?

2) Bestaat er op heden nog steeds geen beeld van de criminaliteit in en rond de spoorweg- en metrostations in Brussel? Acht zij het eventueel noodzakelijk om de opdracht te geven een dergelijk beeld samen te stellen teneinde een gefundeerd beleid te kunnen ontwikkelen? Kan zij haar antwoord motiveren?

3) Kan zij de stand van zaken meedelen inzake de realisatie van het centraal commissariaat in de nabijheid van het Zuidstation? Tegen welke datum denkt de minister dat dit project zal kunnen worden gerealiseerd?

4) Kan zij de concrete impact van het Brussel-akkoord toelichten voor de veiligheid in Brussel, en in het bijzonder voor de veiligheid in en rond de spoorweg- en metrostations?

Antwoord ontvangen op 26 oktober 2012 :

Vragen 1 en 2. 

In de Brusselse spoorwegstations worden sinds 2008 jaarlijks ongeveer 1 200 criminele feiten vastgesteld. Ter vergelijking : in de Antwerpse stations zijn er dat gemiddeld 1 100, in Gent 650. 

De misdrijven die de federale spoorwegpolitie het meest frequent vaststelt in de metro en op het Brusselse spoorwegnet betreffen diefstal (69 %). Daarnaast worden er voornamelijk feiten van geweld (5 %), drugs (3 %) en verboden wapendracht (1 %) geregistreerd.

In de Brusselse metrostations en in de metrostellen werden in 2007 3 336 criminele feiten geregistreerd. In 2008 en 2009 daalde het aantal feiten respectievelijk tot 3 087 en 2 796.

In 2010 was er opnieuw een stijging naar 3 155 geregistreerde feiten.

De cijfers van 2011 lopen gelijk met deze van 2010. 

De politiediensten besteden permanent aandacht aan de criminaliteit op het openbaar vervoer.

De strijd tegen geweld in de publieke ruimte, in het bijzonder op het openbaar vervoer, werd overigens als prioriteit weerhouden in het nieuwe nationaal veiligheidsplan 2012 – 2015. 

Vraag 3. 

Ik verwijs u naar mijn antwoord, tijdens de Commissie Binnenlandse Zaken in de Senaat op 13 maart 2012, op de vraag om uitleg nr. 5-1705 van de heer senator Dirk Claes (5-132-COM). 

Vraag 4. 

De Regering heeft, op mijn voorstel, beslist om vanaf eind juni 2012 30 bijkomende federale politiebeambten en in oktober 2012 70 bijkomende federale politiemensen in te zetten (dit wil zeggen 100 nieuwe personeelsleden vanaf november 2012) voor het versterken van de federale Spoorwegpolitie in Brussel.

In afwachting van deze versterking zetten de zes politiezones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Spoorwegpolitie en het Interventiekorps sinds vrijdag 13 april elke dag gezamenlijk 70 bijkomende politiebeambten ter beschikking stellen voor toezicht op het openbaar vervoer te Brussel. 

Tevens zullen vanaf juni 2012 50 bijkomende federale politiemensen aangeworven worden voor het Interventiekorps te Brussel, die zullen kunnen ingezet worden vanaf juni 2013. 

Ten slotte zullen 250 bijkomende nieuwe politiemensen aangeworven worden voor de zes Brusselse politiezones, voor de veiligheid op het openbaar vervoer. 

Bovendien, met het oog op het versterken van de veiligheid in het openbaar vervoer, werden er twee wetsontwerpen door het Parlement en de Senaat aangenomen. 

Het betreft het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid en tot afschaffing van het koninklijk besluit van 4 april 2006 betreffende de afbakening van de plaatsen die deel uitmaken van de infrastructuur, uitgebaat door de openbare vervoersmaatschappijen, waarop de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid van toepassing zijn, evenals het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s met het oog op het versterken van de veiligheid in het openbaar vervoer en de nucleaire sites, die zowel in het parlement als in de senaat werden aangenomen. 

Deze ontwerpen hebben als doel de toename van de veiligheid in het openbaar vervoer via een verhoging van de bevoegdheden van de veiligheidsagenten enerzijds en een toegang in real time tot de beelden van bewakingscamera’s van voornoemde maatschappijen door de politiediensten anderzijds.