Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2408

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 26 mei 2011

aan de minister van Pensioenen en Grote Steden

Politieke collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog - Kinderen en kleinkinderen - Gevolgen op vlak van de pensioenen

bestrijding
pensioenregeling
uitkering aan nabestaanden

Chronologie

26/5/2011 Verzending vraag
23/8/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-2408 d.d. 26 mei 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de nieuwjaarstoespraak van Koning Albert II op 1 februari 1994 tot de overheden van het land, zich aansluitend bij het verzoek van de Koning Boudewijn enkele jaren vroeger, stelde de Koning het volgende: " In het kader van de pacificatie tussen de gemeenschappen moeten maatregelen bestudeerd worden, die kunnen bijdragen tot de verzoening tussen alle burgers. "

Tijdens het daaropvolgend Kamerdebat op 10 februari 1994 werd er zowel voor individuele als voor algemene maatregelen gepleit. In het Vlaams Parlement werd in een verslag van 14 november 1994 van de parlementaire werkgroep belast met het opmaken van een inventaris van de sociale en menselijke gevolgen voor de getroffenen van de repressie- en epuratiewetgeving na de Tweede Wereldoorlog, gewezen op mogelijke sociale gevolgen voor kinderen en kleinkinderen van veroordeelden.

Het lijkt me duidelijk en belangrijk om te streven naar een verzoening tussen de burgers, zonder de misdaden van het nazi-regime te vergeten of met een algemene spons deze gruwelijke feiten weg te vegen. Anderzijds vind ik het onrechtvaardig indien er vandaag nog kinderen en kleinkinderen van veroordeelden van de Tweede Wereldoorlog (WOII) zouden lijden onder de misdrijven van hun ouders of grootouders.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Bestaan er binnen het bevoegdheidsdomein van de geachte minister sociale en financiŽle gevolgen, specifiek op vlak van de pensioenen, van de repressie- en epuratiewetgeving en veroordelingen hieromtrent na WOII op de kinderen en kleinkinderen van die veroordeelden?

2) Zo ja, kan hij deze toelichten, de effecten ervan beschrijven en aangeven over hoeveel mensen het hier gaat?

3) Kan hij een onderscheid maken tussen gevolgen voor de nakomelingen van economische collaborateurs, politieke collaborateurs en daders van misdrijven zoals verklikking, verraad en doodslag?

4) Werden er, onder andere na de oproepen van de Koning, binnen zijn beleidsdomein maatregelen genomen om te verhelpen aan deze problematiek? Zo ja, welke?

5) Wat is de kostprijs om kinderen en kleinkinderen van veroordeelden wegens de repressie- en epuratiewetgeving te bevrijden van de negatieve gevolgen hiervan en dus hun volledige rechten te herstellen, expliciet ook diegene die ze nu ontberen omwille van misdrijven van hun ouders of grootouders, begaan tijdens de Tweede Wereldoorlog?

Antwoord ontvangen op 23 augustus 2011 :

In antwoord op zijn vragen kan ik het geachte lid meedelen dat zowel op het gebied van de rust- en overlevingspensioenen als dat van de oorlogspensioenen en -renten, er in de wetgeving met betrekking tot deze materies geen enkele bepaling bestaat waarbij kinderen van na de tweede wereldoorlog wegens feiten van incivisme veroordeelde personen worden benadeeld