Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2101

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 13 april 2011

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister

Verval van het recht tot sturen - Herstel - Psychologische en/of medische onderzoeken - Aantallen en resultaten

rijbewijs
medisch onderzoek
strafsanctie
overtreding van het verkeersreglement

Chronologie

13/4/2011 Verzending vraag
11/7/2011 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2100

Vraag nr. 5-2101 d.d. 13 april 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Als de rechter van een politie- of correctionele rechtbank iemand veroordeelt tot het verval van het recht tot sturen, kan hij bepalen dat de veroordeelde moet slagen in een medisch en / of psychologisch onderzoek als voorwaarde om het rijbewijs terug te krijgen.

De geneeskundige en psychologische herstelonderzoeken moeten gebeuren in een van de erkende instellingen. De keuze van de instelling wordt overgelaten aan de vervallenverklaarde. De maximale kostprijs voor de herstelonderzoeken is vastgelegd bij het ministerieel besluit van 8 maart 2006 betreffende de kostprijs van de psychologische en medische herstelonderzoeken na verval van het recht tot sturen.

Wanneer de vervalperiode is verstreken en de betrokkene is geslaagd voor alle herstelexamens en -onderzoeken, wordt de vervallenverklaarde (definitief of voorlopig) hersteld in het recht tot sturen. Wanneer de chauffeur niet slaagt in het herstelonderzoek zal hij een tweede onderzoek moeten afleggen. Krachtens artikel 38, 4, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer van 16 maart 1998 staat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Kan u meedelen hoeveel vervallenverklaringen van het recht tot sturen in 2008, 2009 en 2010 werden uitgesproken? Bij hoeveel vervallenverklaringen maakte de politie- of correctionele rechter het herstel tot sturen afhankelijk van het slagen van een medisch en / of psychologisch onderzoek? Over welke medische en psychologische aandoeningen ging het voornamelijk?

2) Kan u meedelen hoe vaak de rechter in de periode van 2008 tot 2010 besloot om de prijs van het herstelonderzoek in mindering te brengen van de boete die werd uitgesproken? Aan welke criteria moet de veroordeelde voldoen om hiervoor in aanmerking te komen?

3) Waar en in welke onderzoekscentra werden in de voorgenoemde periode de meeste herstelonderzoeken uitgevoerd? Zijn de slaagkansen overal dezelfde? Zo niet, waar wijt u deze discrepantie aan?

4) Hoeveel procent van de psychologische en / of medische onderzoeken leidde in de periode van 2008 tot 2010 tot respectievelijk een definitief herstel, een voorlopig herstel of geen herstel van het recht tot sturen?

5) Acht u het aangewezen om in de mogelijkheid te voorzien om de beslissingen van de onderzoekscentra aan te vechten? Waarom wel, niet?

Antwoord ontvangen op 11 juli 2011 :

Het geachte lid vindt hierna het antwoord op zijn vragen.

1. Deze vraag valt onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.

2. Deze vraag valt onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.

3. De tabel hieronder vermeldt per centrum voor herstelexamens het aantal kandidaten:

 

Aantal kandidaten

Vesti-gingen

 

2008

2009

2010

 

Axios

1089

1008

881

1

Experconsult

1629

1263

1293

27

IPMT

1682

1745

2131

27

BIVV

3592

4749

5870

33

Dilopsy

42

44

24

2

Psyconsult

201

616

1303

12

Accès-Conduite

0

9

106

1

Totaal

8235

9434

11608

103

Voor 2010 zijn de onderzoeksresultaten per centrum de volgende:

 

Hersteld

Niet
hersteld

Hersteld onder voorwaarden

Axios

700

12

169

Experconsult

804

124

365

IPMT

1416

46

669

BIVV

4050

587

1233

Dilopsy

20

0

4

Psyconsult

928

121

254

Accès-Conduite

93

1

12

Totaal

8011

891

2706

In de resultaten bestaat er een verschil tussen de grote centra en de kleine centra die een percentage van herstelde kandidaten hebben van 85 % tegen 70 % voor de grote centra. Dit verschil is hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat de grote centra meer kandidaten hersteld verklaren onder voorwaarden.

4. Tussen 2008 en 2010 leidden 70 % van de herstelonderzoeken tot een definitief herstel, 8 % tot geen herstel en 22 % tot een herstel onder voorwaarden.

5. Artikel 73, laatste lid van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalt dat de kandidaat die, bij twee achtereenvolgende medische of psychologische onderzoeken in dezelfde vestiging, niet geschikt werd bevonden of die de voorwaarden of beperkingen, toegevoegd aan de geschiktheidsverklaring, betwist, ondergaat op zijn aanvraag dezelfde onderzoeken in een andere vestiging van dezelfde of een andere instelling, aangewezen door de minister of zijn gemachtigde.

Bovendien bestaat de mogelijkheid dat de kandidaten een klacht indienen bij de directie Certificatie en Inspectie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Mobiliteit en Vervoer die bevoegd is om de centra te controleren.