Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-2099

van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 13 april 2011

aan de staatssecretaris voor Begroting, Migratie- en asielbeleid, Gezinsbeleid en Federale Culturele Instellingen

Slachtoffers van mensenhandel - Bescherming - Aanvragen tot regularisatie - Aantallen

mensenhandel
slachtoffer
verblijfsrecht
Dienst Vreemdelingenzaken

Chronologie

13/4/2011 Verzending vraag
25/5/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-2099 d.d. 13 april 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De bestrijding van mensenhandel of mensensmokkel is vaak slechts mogelijk als de slachtoffers medewerking verlenen aan het gerechtelijk onderzoek. Daartoe werd een specifieke beschermingsregeling uitgewerkt. Slachtoffers kunnen een verblijfsstatuut krijgen indien ze twee basisvoorwaarden respecteren. Ten eerste mogen ze niet terugkeren naar het milieu van exploitatie. Daarnaast moeten ze zich laten begeleiden door een gespecialiseerd onthaalcentrum.

De verblijfsprocedure verloopt in verschillende fasen die samenhangen met het verloop van de gerechtelijke procedure. Wanneer een potentieel slachtoffer zich aanmeldt bij een gespecialiseerd onthaalcentrum, vraagt dit centrum eerst een bevel om het grondgebied te verlaten van vijfenveertig dagen aan bij de Dienst vreemdelingenzaken (DVZ). In die rustperiode beslist het slachtoffer mee te werken aan het gerechtelijk onderzoek of om terug te keren naar het herkomstland.

Slachtoffers die hun medewerking verlenen aan een gerechtelijk onderzoek wordt een voorlopige verblijfsvergunning afgeleverd voor drie maanden onder de vorm van een attest van immatriculatie. Het attest van immatriculatie kan een maal met maximaal drie maanden worden verlengd.

Het slachtoffer krijgt een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (BIVR) met een geldigheidsduur van zes maanden indien het na drie maanden met attest van immatriculatie reeds duidelijk is dat het om een slachtoffer van mensenhandel of mensensmokkel gaat en het parket de zaak nog steeds onderzoekt, of als het na de verlenging van het attest van immatriculatie nog steeds niet duidelijk is of het om een slachtoffer van mensenhandel of mensensmokkel gaat, maar het parket de zaak nog steeds onderzoekt. Deze verblijfskaart kan onbeperkt met zes maanden worden vernieuwd.

Wanneer de verklaring of klacht heeft geleid tot een veroordeling in eerste aanleg, of het openbaar ministerie in zijn vordering de tenlastelegging van mensenhandel of mensensmokkel weerhouden heeft en de verklaring of de klacht van betekenisvol belang geweest is voor de procedure, kan een BIVR van onbepaalde duur kan worden afgeleverd.

De DVZ kan het verblijfsrecht van een slachtoffer mensenhandel of -smokkel intrekken indien deze nog geen verblijfsrecht van onbepaalde duur heeft en de vreemdeling actief, vrijwillig en uit eigen beweging opnieuw contact heeft opgenomen met de vermoedelijke plegers van de misdrijven, of als de vreemdeling wordt beschouwd als een mogelijk gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid, of als de vreemdeling niet meer meewerkt, of als de gerechtelijke autoriteiten besloten hebben om de procedure te beŽindigen. DVZ kan in die gevallen aan de gemeente de instructie geven om het verblijfsdocument in te trekken en een bevel om het grondgebied te verlaten af te leveren.

Het verblijfsrecht van slachtoffers van mensenhandel of mensensmokkel is vrij precair omdat het bijna volledig afhankelijk wordt gesteld van het verdere (positieve) verloop van hun strafrechtelijke klacht. Indien het parket de klacht seponeert, verliezen de betrokkenen het speciaal beschermingsstatuut. Daarom kunnen slachtoffers die ongeveer twee jaar legaal verblijven in BelgiŽ onder het statuut " slachtoffer mensenhandel ", maar bij wie de klacht uiteindelijk door het parket werd geseponeerd, een beroep doen op artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) om een verder legaal verblijf in BelgiŽ te verkrijgen. Dit is de zogenaamde STOP-procedure.

Of ze geregulariseerd zullen worden op grond van artikel 9bis, zal wel mede afhangen van de mate waarin ze hebben meegewerkt aan de strafrechtelijke procedure en de begeleiding in een van de gespecialiseerde onthaalcentra. Dit is een bestaande officieuze procedure waarbij slachtoffers die meewerkten met het gerecht, maar waar het gerechtelijk onderzoek niet tot een veroordeling geleid heeft, kunnen worden geregulariseerd door de minister.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Beschikt de geachte staatssecretaris over cijfergegevens voor de periode van 2007 tot 2010 en het eerste kwartaal van 2011 betreffende het aantal aanvragen van de gespecialiseerde onthaalcentra om het grondgebied te verlaten van vijfenveertig dagen? Hoeveel van de aanvragers verkozen terug te keren naar het land van herkomst?

2) Kan hij meedelen hoeveel attesten van immatriculatie van drie maand in diezelfde periode werden afgeleverd? Hoeveel van die attesten werden verlengd, voor welke periode en om welke redenen?

3) Hoeveel BIVR van bepaalde duur van zes maand werden in dezelfde retentieperiode uitgereikt op grond van welke voorwaarden? Hoeveel werden er verlengd, hoeveel keer en op welke gronden?

4) Kan hij meedelen hoeveel BIVR van onbepaalde duur er tijdens die periode werden afgeleverd en op basis van welke argumenten?

5) Beschikt hij over cijfergegevens betreffende het aantal keer dat DVZ een verblijfsrecht heeft ingetrokken en waarom? Hoeveel bevelen om het grondgebied te verlaten werden op die manier afgeleverd?

6) Hoeveel aanvragen werden in dezelfde periode gedaan binnen de zogenaamde STOP-procedure? Welk aandeel van die aanvragen werd aanvaard en waarom? Om welke redenen werden aanvragen geweigerd? Acht hij het noodzakelijk deze officieuze procedure in de wet in te schrijven? Kan hij zijn standpunt motiveren?

Antwoord ontvangen op 25 mei 2011 :

1) De BGV’s 45 dagen worden afgegeven na de aanvraag van de centra voor de personen die voldoen aan de voorwaarden om het te bekomen. In 2010 hebben drie personen van alle personen die een BGV 45 dagen ontvangen hebben (dus 29 personen) ervoor gekozen om vrijwillig terug te keren, de anderen hebben in het kader van de voortzetting van de MH-procedure een verblijfsdocument bekomen. Voor de voorgaande jaren is het aantal niet bekend, maar niets wijst op een andere tendens. Hier moet aan worden toegevoegd dat bepaalde veronderstelde slachtoffers die in het kader van de MH-procedure andere verblijfsdocumenten hebben er ook voor kunnen kiezen om vrijwillig terug te keren. Deze vraag kan worden gesteld aan de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) die specifieke terugkeerprogramma’s voorstelt.


2006

2007

2008

2009

2010

1ste trimester 2011

BGV 45 dagen

28

24

26

18

29

8

AI

185

149

182

120

120

20

Verlenging AI

53

9

44

16

15

/

Tijdelijk BIVR MH

136

105

138

103

108

18

Verlenging tijdelijk BIVR MH

543

455

515

536

474

134

BIVR van onbepaalde duur MH

65

52

47

73

52

10

BGV einde procedure

10

5

12

26

17

2

Tijdelijk humanitair BIVR

29

13

12

11

2

/

Verlenging tijdelijk humanitair BIVR

14

32

83

117

85

5

humanitair BIVR van onbepaalde duur

16

15

7

42

30

2

2) De verlengingen van de attesten van immatriculatie worden toegestaan omdat er nog geen duidelijke antwoorden zijn gegeven op de vragen die aan het parket gesteld werden.

3) De tijdelijke BIVR’s worden toegekend omdat het slachtoffer aan de voorwaarden van de procedure voldoet, en dit in overleg met de partners, dit wil zeggen het parket of het auditoraat en de begeleidende centra. Zolang de door de wet voorziene voorwaarden vervuld worden, en totdat de rechtbank zijn vonnis in eerste instantie heeft uitgevaardigd, wordt het BIVR vernieuwd.

4) De BIVR’s van onbepaalde duur worden op het einde van de MH-procedure, in het kader van de wettelijke bepalingen, toegekend, dit wil zeggen wanneer de klacht van het slachtoffer tot een veroordeling geleid heeft of indien de procureur des Konings of de arbeidsauditeur in zijn vorderingen de tenlastelegging van mensenhandel of mensensmokkel, onder de verzwarende omstandigheden die voorzien worden in artikel 77 quater van de wet van 15 december 1980, weerhouden heeft.

5) De BGV’s einde procedure worden als gevolg van de wettelijke intrekkingsvoorwaarden toegekend, dit wil zeggen omdat het parket een einde maakt aan de procedure en er geen enkele andere aanvraag wordt ingediend, noch door het centrum, noch door de persoon.

6) De tijdelijke humanitaire BIVR’s en de humanitaire BIVR’s van onbepaalde duur kunnen buiten de MH-procedure worden toegekend, en dit om verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat de procedure wordt stopgezet, of voor de naaste familieleden (echtgenoot/echtgenote en kinderen) die niet kunnen genieten van de bepalingen van de gezinshereniging, omdat ze niet aan de wettelijke voorwaarden voor de gezinshereniging voldoen, enz.

Het gaat steeds om een interne jurisprudentie, om de regels die voorzien worden door de teksten (inzake het onderwerp van de gezinshereniging of van de MH of …) te versoepelen, omdat het om slachtoffers of hun familie gaat. De inschrijving van deze jurisprudentie in de wet wordt dus niet overwogen, omdat dit zou leiden tot discriminatie ten opzichte van de andere categorieën van vreemdelingen.