Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10326

van Johan Verstreken (CD&V) d.d. 6 november 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee

het koninklijk besluit ter uitvoering van de wet-Partyka

chronische ziekte
gehandicapte
levensverzekering
krediet op onroerende goederen
kanker
besluit

Chronologie

6/11/2013 Verzending vraag
2/1/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4044

Vraag nr. 5-10326 d.d. 6 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Wie jong en gezond is kan doorgaans makkelijk een overlijdensverzekering sluiten. Helaas geldt dat niet voor personen met een chronische ziekte of een handicap, zoals diabetespatiŽnten en zware astmalijders, en voor personen die jaren geleden een zware ziekte zoals kanker hebben gehad maar al geruime tijd genezen zijn verklaard. De verzekeraars zien in hen een "verhoogd risico" en weigeren hen vaak een verzekering of laten hen een onmenselijk hoge premie betalen, tot zelfs tien keer meer. Op die manier ontzeggen ze die personen in de praktijk een levensnoodzakelijke verzekering. Een goed voorbeeld daarvan is de schuldsaldoverzekering die aan een hypotheeklening is gelinkt. Als de schuldsaldoverzekering geweigerd wordt, weigeren de meeste de banken ook de lening. Er zijn bijgevolg heel wat jonge stellen die een huis willen kopen, maar geen lening kunnen krijgen omdat een van beiden bijvoorbeeld kanker heeft gehad.

De wet van 21 januari 2010 tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst wat de schuldsaldoverzekering voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico betreft, bepaalt dat personen met een chronische ziekte of handicap de mogelijkheid moeten krijgen om een schuldsaldoverzekering te sluiten. Deze wet is beter bekend als de wet-Partyka. Als bevoegd minister werkt u aan een koninklijk besluit dat deze wet in uitvoering moet brengen.

Op 23 april 2013 heeft de Commissie voor Verzekeringen haar advies geformuleerd over het voorontwerp van koninklijk besluit. Hierin kunnen we lezen dat het koninklijk besluit enkele regelingen bevat waarvoor geen wettelijke basis bestaat. Het betreft onder andere de oprichting en werking van een artsencollege.

1) Waarom heeft de minister de oprichting van een artsencollege opgenomen in het KB? Werd de oprichting van een artsencollege inmiddels geschrapt uit het KB?

Er zijn veel burgers in ons land die wachten op de uitvoering van de wet Partyka, in het bijzonder jonge mensen die een huis willen kopen.

2) Wanneer werd het advies van de Raad van State gevraagd? Werd dit advies reeds ontvangen?

3) Wanneer zal het koninklijk besluit effectief in werking treden?

Antwoord ontvangen op 2 januari 2014 :

Hierbij heb ik de eer het geachte lid het volgende mede te delen: 

1) Een ontwerpbesluit werd opgesteld, in overleg met de bevoegde minister voor Volksgezondheid. Dit ontwerp poogde om een samenhangende uitvoering te geven aan de zogenaamde wet Partyka en werd voorgelegd aan de Raad van State.

2) De Raad van State heeft in haar advies 53.646/I/V van 1 augustus 2013 vastgesteld dat voor sommige bepalingen in het besluit de wettelijke grondslag ontbreekt. Het ontwerp kan, met andere woorden, in zijn huidige vorm niet worden uitgevaardigd.

3) Rekening houdend met het advies van de raad van state dient de wet te worden aangepast om een werkbare uitvoering te geven aan de wet. De nodige wetswijzigingen zijn opgenomen in het wetsontwerp inzake verzekeringen, dat momenteel voor advies voorligt bij de Raad van State. Zonder mij al te zeer te willen binden aan een strak tijdsschema en behoudens onverwachte ontwikkelingen, denk ik toch dat het mogelijk moet zijn om in de loop van het eerste trimester van 2014 de wet operationeel te krijgen.