Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-855

van Pol Van Den Driessche (CD&V N-VA) d.d. 23 april 2008

aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden

Eenheid van loopbaan - Wet van 11 mei 2003 - Uitvoeringsbesluiten

beroepsloopbaan
pensioenregeling
toepassing van de wet
zelfstandig beroep
werknemer in loondienst
besluit

Chronologie

23/4/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/5/2008 )
5/1/2009 Dossier gesloten

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-854
Heringediend als : schriftelijke vraag 4-2598

Vraag nr. 4-855 d.d. 23 april 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Mijn oud-collega Jan Steverlynck heeft op 16 april 2002 een wetsvoorstel tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en zelfstandigen met het oog op de uitvoering van het principe van de eenheid van loopbaan ingediend (stuk Senaat 2-1095/1 – 2001/2002). Hiermee wou hij bereiken dat bij overschrijding van de eenheid van loopbaan de effectief minst voordelige jaren zouden wegvallen, ongeacht in welk stelsel die jaren zijn gepresteerd.

Dit wetsvoorstel kreeg de unanieme goedkeuring van het Parlement en resulteerde in de wet van 11 mei 2003 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en zelfstandigen met het oog op de uitvoering van het principe van de eenheid van loopbaan, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 juni 2003. In de wet is evenwel een artikel opgenomen dat stelt dat de Koning de datum van inwerkingtreding bepaalt.

Op 27 oktober 2004 vroeg collega Steverlynck aan de toenmalige minister van Leefmilieu en Pensioenen reeds hoever hij stond met het uitvaardigen van de nodige uitvoeringsbesluiten om de wet in werking te laten treden (schriftelijke vraag nr. 3-1679, Vragen en Antwoorden nr. 3-29, blz. 2017). Hij liet weten dat hij eerst de financiële impact van de maatregel wou laten berekenen.

In 2005 werd de toenmalige minister van Leefmilieu en Pensioenen hierover opnieuw ondervraagd. Hij antwoordde toen dat hij de vaste intentie had om de wet van 11 mei 2003 uit te voeren. Hij liet ook verstaan dat zijn diensten tegen eind 2005 zouden klaar zijn, maar dat hij niet kon spreken namens zijn collega van Middenstand.

Op 23 juni 2005 vroeg de heer Steverlynck de geachte minister van Middenstand naar de stand van zaken (vraag om uitleg nr. 3-907, Handelingen nr.3-119, blz. 69). Het antwoord luidde dat een werkgroep, samengesteld uit medewerkers van de twee betrokken pensioeninstellingen – de Rijksdienst voor pensioenen en het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen – de impact van de nieuwe wet in kaart aan het brengen was. De geachte minister verklaarde dat ze de werkzaamheden van de werkgroep van nabij zou opvolgen en dat de wet zo spoedig mogelijk in werking zou treden. Gevraagd naar de timing, sprak ze de hoop uit dat de maatregelen tegen het einde van het jaar, dus tegen eind 2005, zouden kunnen worden toegepast. We zijn nu april 2008, de minister van Zelfstandigen is nog steeds dezelfde en we stellen vast dat de wet, bijna vijf jaar na haar publicatie in het Staatsblad, nog steeds niet werd uitgevoerd.

Kan de geachte minister mij zeggen hoever de werkgroep inmiddels gevorderd is? Wanneer mogen wij het eind van de werkzaamheden verwachten? Waarom heeft de werkgroep zijn werkzaamheden nog niet kunnen afronden? Welke concrete problemen rijzen er voor de uitvoering van de wet? Wanneer zullen de verschillende diensten klaar zijn met alle voorbereidingen? Wanneer zal de wet uiteindelijk in voege kunnen treden en op welke pensioenen zal de wet betrekking hebben?