Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4805

van Paul Wille (Open Vld) d.d. 22 oktober 2009

aan de minister van Justitie

Bestaan van verdoken sharia-rechtbanken - Aantallen - Ontmantelingen - Overleg

islam
religieus conservatisme
verhouding kerk-staat
moslim
staatsveiligheid
Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse
islamitisch recht

Chronologie

22/10/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 27/11/2009)
25/11/2009Dossier gesloten

Heringediend als : schriftelijke vraag 4-5709

Vraag nr. 4-4805 d.d. 22 oktober 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Nederland is opschudding ontstaan rond het bestaan van verdoken sharia-rechtbanken. Het gaat daarbij om het oplossen van geschillen op basis van islamitische wetgeving. De regering vond de zaak blijkbaar ernstig genoeg om onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen op onderzoek uit te sturen om de impact, morele draagkracht en pseudo-jurisdictie van deze rechtbanken te checken. Het onderzoek richt zich ook op de sharia-rechtspraak die zelf online tot " veroordelingen " zou komen. De Tweede Kamer drong er reeds op aan om het onderzoek te versnellen.

Deze rechtbanken zouden dus wel degelijk uitspraken doen over financiële en familiale kwesties. Het is meer dan navenant dat een dergelijk parallelle, illegale rechtspraak niet alleen de nationale rechtspraak als fundament van de democratische rechtstaat aantast; maar ook zware gevolgen heeft voor de integratie van bepaalde extreme moslims.

Gezien het korte voorgaande kader, volgende vragen:

1. Heeft de geachte minister weet van dergelijke sharia-rechtbanken in België? Kan hij dit uitvoerig toelichten over hoe, waar en waarom deze rechtbanken bestaan en werken?

Heeft hij een idee over welke zaken deze rechtbanken oordelen?

Hoeveel dergelijke sharia-rechtbanken zijn opgemerkt in België in 2007, 2008 en voorlopig in 2009?

Hoeveel dergelijke sharia-rechtbanken zijn via gerechtelijke procedures ontmanteld in België in 2007, 2008 en voorlopig in 2009?

Hoe is de onwettigheid van dergelijke rechtbanken wettelijk vastgelegd? Dringen nieuwe wetten zich op?

2. Wat is zijn houding tegenover deze rechtbanken? Heeft hij met officiële moslim-instanties hieromtrent al overleg gepleegd? Met welke? Zo ja, wat is het standpunt van de Moslimexecutieve hierin? Kan hij de Moslimexecutieve hierin responsabiliseren om de illegaliteit van deze rechtbanken aan te kaarten?

3. Welk beleid heeft hij voor ogen om dergelijke illegale rechtbanken uit te schakelen? Heeft hij de uitdrukkelijke wens gecommuniceerd naar de bevoegde diensten om dit strafrechtelijk als onderzoeksmatig te onderzoeken / vervolgen?

4. Heeft hij hieromtrent overleg gepleegd met de hoofden van het federaal parket, het Orgaan voor de coördinatie en de analyse van de dreiging (OCAD) en de Veiligheid van de Staat? Is dit probleem besproken op het Ministerieel Comité voor de inlichting en de veiligheid?