Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3701

van Dirk Claes (CD&V) d.d. 2 juli 2009

aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen

Belgische Vereniging van auteurs, componisten en uitgevers (SABAM) - Heffingen op kleine en middelgrote ondernemingen

auteursrecht
kleine en middelgrote onderneming

Chronologie

2/7/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 7/8/2009 )
3/11/2009 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3700
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-976

Vraag nr. 4-3701 d.d. 2 juli 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Recent lekten de plannen van Belgische Vereniging van auteurs, componisten en uitgevers (SABAM) uit om alle kleine en middelgrote ondernemingen te onderwerpen aan de plicht om een periodieke bijdrage te betalen aan auteursrechten.

Alle kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) met een refter, werkplaats, ..., waar muziek wordt gespeeld dienen hiervan aangifte te doen of riskeren een zware boete.

SABAM heeft een gerechtvaardigd doel om auteursrechten te vragen, maar we moeten als wetgever opletten dat ook de redelijkheid bewaard blijft. Kleine ondernemingen of familiebedrijven die wat muziek opzetten tijdens de werkzaamheden kunnen mijn inziens onmogelijk worden verplicht om hier auteursrechten op te betalen. Er moet een duidelijkheid onderscheid worden gemaakt met openbare aangelegenheden waar muziek wordt gespeeld. De gevallen die hier worden aangehaald vallen hier niet onder en betreft de gesloten kring.

Bovendien heeft het Hof van Cassatie in 2006 een uitspraak gedaan waaruit duidelijk blijkt dat het Hof de redenering van SABAM niet volgt.

Het is van belang dat de geachte minister contact opneemt met SABAM om de uitvoering van deze plannen te voorkomen. Dit kan best gebeuren vooraleer SABAM effectief een schrijven zendt naar diverse bedrijven om hun te laten overgaan tot een betaling.

In ieder geval moeten de kleine en middelgrote bedrijven worden ontzien en ook de familiebedrijven dienen gevrijwaard te blijven van betalingsverplichtingen. In dit dossier staat de billijkheid voorop.

1. Hebt u kennis van de plannen van SABAM om vele kleine en middelgrote ondernemingen vanaf dit jaar te verplichten om auteursrechten te betalen omwille van het spelen van muziek in het bedrijf?

2. Hoe staat u tegenover dit initiatief van SABAM?

3. Bent u van plan om concrete acties te ondernemen om SABAM ervan te weerhouden om dit geplande initiatief werkelijk uit te voeren?

4. Zijn er reeds resultaten bekend van mogelijke contacten met de SABAM?

5. Welke ondernemingen worden door SABAM geviseerd en welke niet? Op welke basis of bestanden zijn deze bedrijven al dan niet geselecteerd? Wat bijvoorbeeld met een bakkerij die al betaalt voor muziek in zijn winkel, zal die ook nog eens extra moeten betalen voor muziek in zijn werkplaats?

6. Zou er een vrijstelling voor bepaalde bedrijven mogelijk zijn, bijvoorbeeld met een maximum aantal werknemers?

7. In het verleden waren er vaak klachten over de procedure inzake de aangifte en facturatie van kosten? Is er door SABAM hiervoor reeds een sluitende regeling uitgewerkt, wie zal dit uitvoeren? Wat zijn de gevolgen voor de betaling van de billijke vergoeding?

8. Hoe worden de tarieven bepaald die aan de bedrijven zullen worden opgelegd? SABAM hanteert vaak heel complexe tarieven die weinig transparant zijn. Werd er specifiek voor de geviseerde bedrijven een eenvoudige tariefstructuur of tariefsimulator uitgewerkt?

Antwoord ontvangen op 3 november 2009 :

1. De onderhandelingen die eerder dit jaar gevoerd werden tussen SABAM en het VBO met betrekking tot het tarief voor de mededeling van muziek binnen de muren van een onderneming, op plaatsen die enkel toegankelijk zijn voor de personeelsleden werden mij inderdaad ter kennis gebracht.

Ondertussen is SABAM in augustus van dit jaar gestart met het versturen van brieven aan ondernemingen met informatie over de inning van dit nieuwe tarief.

2. en 3. Wat betreft mijn houding hiertegenover en mijn concrete acties, kan ik u melden dat ik bij de aanvang van deze nieuwe inning de werkgeversorganisaties Unizo, VBO, UCM, NSZ en LVZ, en de betrokken beheersvennootschappen rond de tafel heb gebracht teneinde verder overleg te plegen omtrent deze nieuwe tarieven. SABAM heeft ingestemd om tijdens de duur van dit overleg en tot uiterlijk begin november haar inning op te schorten.

4. Het overleg is op dit ogenblik volop aan de gang. De bedoeling is om met alle partijen tegen begin november tot een akkoord te komen.

5. a. De oorspronkelijke bedoeling van SABAM was om tarieven te innen voor volgend muziekgebruik in ruimtes binnen de ondernemingen die niet voor het grote publiek bestemd zijn, maar enkel voor het eigen personeel :

In het akkoord met het VBO werd bepaald dat alle ondernemingen waar de personeelsleden geen familie zijn van elkaar en die meer dan vijf voltijdse equivalenten (FTE’s) in dienst hebben, gehouden zijn tot de betaling van een jaarlicentie voor het gebruik van muziek (of audiovisuele werken).

Daarnaast zouden alle ondernemingen die beschermde werken gebruiken als wachtmuziek voor hun telefoonlijnen, of muziek gebruiken op hun website, eveneens gehouden zijn een licentievergoeding te betalen.

b. Aangezien de ondernemingen die muziek gebruiken, verplicht zijn om zelf een toelating te verkrijgen bij SABAM, voor zover de uitzonderingen niet van toepassing zijn, dient SABAM dus geen ‘selectie op basis van bestanden’ te maken van ondernemingen die wel en ondernemingen die niet onder het tarief vallen. De ondernemingen stellen zich in contact met Sabam voor het verkrijgen van de toelating. Wel kan SABAM de bedrijven zelf aanschrijven met informatie over de nieuwe inning. SABAM dient er in dit verband overigens over te waken dat zij geen ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen de verschillende gebruikers.

5.c. Normalerwijze zal een bakkerij die muziek gebruikt in het winkelgedeelte, daarvoor reeds een vergoeding betalen. Indien de bakkerij daarnaast over werkruimtes of een kantine beschikt waar muziek wordt gespeeld en in totaal meer dan 5 werknemers (die geen familie zijn van elkaar) te werk stelt, zou volgens de geplande tarieven een bijkomende vergoeding daarvoor dienen te betalen.

Wanneer en in de mate het bestaande tarief in de werkingssfeer van het nieuwe tarief (124) zou bevinden zou volgens de informatie waarover ik beschik het bestaande tarief worden toegepast wanneer dit voordeliger is voor de gebruiker.

6. Tussen het VBO en SABAM werd overeengekomen dat :

In toepassing van artikel 22, §1, 3° Auteurswet (zijnde de uitzondering voor mededeling van beschermde werken binnen de familiekring), kan de rechtspraak echter geval per geval beslissen dat de criteria die tussen SABAM en het VBO werden overeengekomen, in een concreet geval niet gelden.

7. a. Als onderdeel van de lopende onderhandelingen tussen de werkgeversorganisaties en de beheersvennootschappen wordt de invoering van een website waar ondernemingen op één plaats een aangifte kunnen doen voor alle muziekgebruik binnen hun onderneming, besproken. Op deze site zou zowel een aangifte voor de exclusieve rechten als voor de billijke vergoeding kunnen worden gedaan.

8. Het tarief dat SABAM in samenspraak met het VBO bepaald had, nam als criterium voor de werkruimtes het aantal voltijdse equivalenten dat het bedrijf te werk stelt.

Voor de bedrijfsrestaurants en kantines was het criterium het aantal vierkante meters van de ruimte.

Voor telefonische wachtmuziek was het criterium het aantal telefoonlijnen en voor de websites opnieuw het aantal.

Deze tarieven maken nu echter het voorwerp uit van een verder overleg dat begin november zou afgerond worden.