Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3610

van Jurgen Ceder (Vlaams Belang) d.d. 23 juni 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) - Wijzigingen in de aangiften van werkgevers - Tijdige opsporing

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
sociale bijdrage
verjaring van de vordering
Rekenhof (BelgiŽ)

Chronologie

23/6/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 23/7/2009 )
29/9/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3610 d.d. 23 juni 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Er blijven problemen met de behandeling van de driemaandelijkse elektronische aangifte van de werkgevers aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Vanaf 1 januari 2009 werd de wettelijke verjaringstermijn voor de invordering van de bijdragen van vijf naar drie jaar teruggebracht. De nog niet ingediende of behandelde wijzigingen vanaf het vierde kwartaal 2003 tot en met het derde kwartaal 2005 op 1 januari 2009 dreigden daardoor zonder stuiting te verjaren. Het Rekenhof vroeg daarom aan de RSZ om tijdig passende maatregelen uit te werken.

De RSZ werkte hierop eind 2007 een actieplan uit voor de tijdige opsporing van de nog uit te voeren wijzigingen op de aangiften van 2003 en stelde vast dat een belangrijk aantal grote werkgevers Ė met minstens vijftig personeelsleden dus Ė nog steeds geen wijzigingen voor het jaar 2003 had doorgevoerd. Eind juni 2008 bedroeg de financiŽle impact van die maatregel 2,4 miljoen euro.

Volgens het Rekenhof moest de RSZ tegen eind 2008 dringend alle andere wijzigingen vanaf het eerste kwartaal 2004 tot en met het derde kwartaal 2005 bij de werkgevers opsporen om zo de verjaring te stuiten.

1.Werden deze wijzigingen voor de periode 2004-2005 tijdig opgespoord? Als dit niet of niet volledig gebeurde, wat was daarvan dan de oorzaak? Welk percentage van de gevallen kon eventueel niet tijdig afgehandeld worden?

2.Wat was de financiŽle impact van deze operatie?

Antwoord ontvangen op 29 september 2009 :

Er moet worden opgemerkt dat er na de moeizame invoering van de DMFA (multifunctionele aangifte) in 2003 achteraf nog talrijke aangiftes moesten worden aangepast. Toch werd voor het jaar 2003 vastgesteld dat een aanzienlijk aantal grote werkgevers (dit wil zeggen die meer dan vijftig personeelsleden tewerkstellen) geen enkele wijziging heeft aangebracht. Om te voorkomen dat voor mogelijke wijzigingen de verjaring zou worden ingeroepen, is de Rijksdienst voor sociale zekerheid proactief te werk gegaan. Zo werd een lijst aangelegd van het aantal werkgevers (met belangrijkheidscode 5 of hoger : dit wil zeggen die meer dan vijftig personeelsleden tewerkstellen) die voor het ganse jaar 2003 nog geen wijzigingen hadden laten aanbrengen. Vervolgens werden deze dossiers nauwkeuriger onderzocht om na te gaan of wijzigingen al dan niet moesten aangebracht worden. Daartoe werd contact opgenomen met de werkgever (of zijn lasthebber). Indien de wijzigingen niet tijdig konden geregistreerd worden, werd de verjaring gestuit.

Zoals het Rekenhof heeft aanbevolen, werd in de loop van 2008 een gelijkaardig actieplan naar analogie opgesteld voor de vier kwartalen van 2004 en 2005. Deze actie heeft volgend resultaat opgeleverd:

Voor bepaalde werkgevers voor wie er nog wijzigingen verwacht worden (openbare diensten) geldt een langere verjaringstermijn (zeven jaar).

Voor de werkgevers, die nog wijzigingen moeten aanbrengen, werd de verjaring gestuit door middel van een aangetekende brief.

Dankzij deze maatregelen werden alle te registreren wijzigingen tijdig opgespoord en kon de verjaring desnoods worden gestuit door middel van een aangetekende brief.

Intussen werd ook een actieplan voor 2006 opgestart.

Betreffende uw tweede vraag, verwijs ik naar het antwoord op uw eerste vraag.