Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3493

van Nahima Lanjri (CD&V) d.d. 20 mei 2009

aan de minister van Migratie- en Asielbeleid

Asielprocedure - Weigering - Aantekening van beroep - Aflevering van een uitwijzingsbevel

asielzoeker
politiek asiel
verblijfsrecht
migratiebeleid
buitenlandse staatsburger
verwijdering
rechtsmiddel

Chronologie

20/5/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 18/6/2009 )
25/11/2009 Dossier gesloten

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-877
Heringediend als : schriftelijke vraag 4-6124

Vraag nr. 4-3493 d.d. 20 mei 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In het kader van de evaluatie van de asielprocedure werden er in de Senaatscommissie Binnenlandse Zaken en Administratieve Aangelegenheden hoorzittingen gehouden met de instituties en organisaties die met deze procedure bezig zijn. Deze hoorzittingen gaven een goede kijk op de realiteit op het terrein. Ook werden er een aantal problemen aangekaart.

Eén van die problemen werd aangekaart door de afgevaardigde van de Orde van de Vlaamse Balies. Zo krijgen asielzoekers die een negatief antwoord hebben gekregen op hun aanvraag een bevel om het grondgebied te verlaten. Zij kunnen hier nog bezwaar tegen aantekenen. Dit duurt echter even voor dit voor de rechtbank komt. Ondertussen kan het zijn dat ze naar een vliegtuig worden gebracht met de bedoeling hen te repatriëren. Als ze zich dan tegen de uitwijzing verzetten met het argument dat hun bezwaar nog moet voorkomen, worden ze terug naar een gesloten centra gebracht. Dit gebeurt echter met een nieuw bevel tot uitwijzing waardoor het bezwaar tegen het eerste bevel vervalt, net zoals de behandeling ervan voor de rechter. Gevolg is dat er opnieuw bezwaar moet worden aangetekend, nu tegen het nieuwe uitwijzingsbevel. De behandeling voor de rechtbank vindt dan ook weer later plaats waardoor de kans bestaat dat de asielzoeker opnieuw naar een vliegtuig wordt gebracht, waarna hij wederom een nieuw uitwijzingsbevel krijgt.

Dit is werkelijk een Kafkaiaanse toestand. Telkens opnieuw wordt de cyclus immers herhaald.

Graag had ik hieromtrent de volgende vragen gesteld:

1. Is de geachte minister op de hoogte van deze situatie?

2. Is zij bereid om deze procedure te veranderen? Zou het niet beter zijn slechts éénmaal een bevel tot uitwijzing af te geven aan de asielzoeker dat dan voor de rechter behandel kan worden, ook als er in tussentijd een poging tot repatriëring is ondernomen?

3. Heeft zij een ander voorstel om deze Kafkaiaanse toestand in de toekomst te vermijden?