Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3407

van Anke Van dermeersch (Vlaams Belang) d.d. 29 april 2009

aan de minister van Justitie

Schijnechtscheidingen - Aantallen - Maatregelen

echtscheiding
fraude
burgerlijke stand
buitenlandse staatsburger
gerechtelijke vervolging
officiële statistiek
OCMW

Chronologie

29/4/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 28/5/2009)
23/9/2009Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3408
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3409
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-3410

Vraag nr. 4-3407 d.d. 29 april 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Antwerpen werd onlangs door de schepen van Sociale Zaken gesteld dat zij weet heeft van schijnechtscheidingen.

Er bestaat bovendien een circuit dat schijnechtscheidingen organiseert. Het zou om een systeem gaan waarbij Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW)-uitkeringsgerechtigde echtparen om “ dringende en voorlopige maatregelen “ vragen. Dat statuut kan als een voorstadium voor een echtscheiding beschouwd worden. De twee partners worden dan door het OCMW als alleenstaand behandeld, waardoor ze twee uitkeringen en huurtoelagen krijgen. Het blijkt ook dat er nogal veel “ Nederlandsonkundigen “ een beroep doen op deze procedure, wat opmerkelijk is omdat het uiteindelijk gaat om erg “ technische “ kennis.

Verder vindt men dit fenomeen ook bij gepensioneerden die wanneer zij voormeld systeem toepassen, scheiden van tafel en bed, aldus ook meer pensioen krijgen als alleenstaande gepensioneerde.

Daarom deze vragen:

1) Is de geachte minister op de hoogte van dergelijke schijnechtscheidingen? Zo ja, over hoeveel gevallen gaat het? Wordt deze vorm van fraude door de politie en het gerecht ook aldus behandeld?

2) In hoeveel gevallen ging het om “ Nederlandsonkundigen “ en / of vreemdelingen?

3) Heeft de geachte minister de indruk dat er achter deze schijnechtscheidingen een circuit schuilgaat? Zo ja, werd er door de gerechtelijke instanties hiertegen reeds stappen ondernomen?

4) Welke maatregelen werden genomen om dergelijke frauduleuze schijnhuwelijken sneller op te sporen en tegen te gaan?

Antwoord ontvangen op 23 september 2009 :

Uw vragen werden overgemaakt aan de gerechtelijke overheden. Op grond van de gegevens die mij door hen werden overgemaakt, kan ik U het volgende meedelen :

1 en 2) Vooreerst wijs ik er op dat het in casu gaat om gevallen van scheiding, opgelegd door de vrederechter op grond van artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek in het kader van dringende en voorlopige maatregelen. Er moet een onderscheid gemaakt tussen de echtscheiding zelf en de scheiding opgelegd op grond van artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek.

Wat betreft de scheiding op grond van artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek, is het mogelijk dat echtgenoten aan de rechter de toelating vragen om apart te gaan wonen met de onderliggende bedoeling hogere sociale uitkeringen of bijdragen te verkrijgen. Het is dan aan de vrederechter om na te gaan of de vraag in kwestie al dan niet frauduleus is en op grond daarvan een passende beslissing te nemen. Echter, indien de scheiding in kwestie frauduleus zou blijken te zijn, dan nog vormt dergelijke scheiding op zich geen misdrijf en kan ze, als dusdanig, niet het voorwerp uitmaken van een strafrechtelijke vervolging.

Indien echtgenoten de echtscheiding vragen met het oog op het verkrijgen van bepaalde voordelen ingegeven vanuit de sociale zekerheid, is de situatie niet anders. Op zich is de “frauduleuze” echtscheiding niet strafbaar. Geen enkele strafrechtelijke vervolging kan worden ingesteld.

Vermits er geen strafrechtelijke vervolging mogelijk is, bestaan er aldus geen statistische gegevens met betrekking tot dit onderwerp. De gerechtelijke overheden wijzen er wel op dat sinds de hervorming van de echtscheidingsprocedure in 2007, de vrederechters minder geadieerd worden op grond van artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek.

3 en 4) Het is ondermeer de taak van de sociale zekerheidsinstellingen om met de hulp van de sociale inspectie en de parketten te verifiëren of de begunstigden van sociale prestaties voldoen aan alle wettelijke voorwaarden. Indien, bijvoorbeeld, ex-echtgenoten slechts fictief gescheiden zijn en in werkelijkheid nog steeds samenleven, kan er sprake zijn van een onverschuldigde betaling. In dat geval kunnen de bedragen in kwestie worden teruggevorderd en kunnen de nodige sancties worden opgelegd (bijvoorbeeld, het intrekken van de sociale voordelen in kwestie of het schorsen ervan gedurende een bepaalde periode). In dergelijke situatie kunnen de betrokkenen, alsook hun medeplichtigen, vervolgd worden op grond van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen. Dergelijke inbreuken zijn een vorm van oplichting.

Deze inbreuken zijn onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen de sociale fraude en worden dan ook opgespoord door zowel de auditoraten bij de Arbeidshoven als de parketten met de hulp van de sociale inspectie indien nodig.