Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3092

van Joris Van Hauthem (Vlaams Belang) d.d. 25 februari 2009

aan de eerste minister, belast met de CoŲrdinatie van het Migratie- en asielbeleid

Koninklijke Muntschouwburg - FinanciŽle situatie - Tekortkomingen bij het opstellen van de rekeningen - Ontbrekende informatie betreffende aanvullende pensioenverplichtingen

dramatische kunst
Rekenhof (BelgiŽ)
aanvullend pensioen

Chronologie

25/2/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 26/3/2009 )
25/3/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3092 d.d. 25 februari 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Rekenhof erkent dat de Koninklijke Muntschouwburg de afgelopen jaren een grote inspanning leverde met het oog op een financiŽle gezondmaking. Toch ligt de werkelijke schuldpositie hoger dan uit de rekeningen blijkt. Transacties worden onvolledig of niet correct in de rekeningen verwerkt. Dit bemoeilijkt een tijdige, correcte en transparante financiŽle rapportering. Ook ontbreekt informatie over de impact van de door de Staat gewaarborgde aanvullende pensioenverplichtingen.

Welke maatregelen heeft de geachte eerste minister reeds genomen om de tekortkomingen bij het opstellen van de rekeningen weg te laten werken ?

Welke maatregelen heeft hij reeds genomen om de ontbrekende informatie over de aanvullende pensioenverplichtingen aan het Rekenhof over te maken ?

Antwoord ontvangen op 25 maart 2009 :

1. Op het vlak van de juistheid, volledigheid en transparantie van de rekeningen beveelt het Rekenhof in zijn 165e Boek met name aan werk te maken van een aangepast boekhoudplan. Inmiddels heeft de Koninklijke Muntschouwburg het boekhoudplan aangepast en is ze overgeschakeld op een nieuw boekhoudkundig softwarepakket.

2. De garantie die de federale staat eind 2006 heeft gegeven voor de aanvullende pensioenen van de Koninklijke Muntschouwburg heeft geen onmiddellijke impact op de begroting van de federale overheid. Het is de garantie dat als de Koninklijke Muntschouwburg haar verplichtingen niet meer zou kunnen nakomen tegenover haar personeel op het vlak van aanvullende pensioenen, deze zullen worden nagekomen door de federale overheid.

Op dit ogenblik worden de aanvullende pensioenen immers gedragen vanuit de algemene werkingsmiddelen van de Koninklijke Muntschouwburg. De Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen heeft voor deze aanvullende pensioenen dezelfde garantie gevraagd als deze die werd voorzien in de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen: externalisatie van de reserves voor de uitbetaling van deze aanvullende pensioenen tenzij kon worden aangetoond dat de federale overheid deze aanvullende pensioenlast zou garanderen indien de Koninklijke Muntschouwburg in gebreke zou blijven of zou ophouden te bestaan. 

Aangezien de kostprijs voor het externaliseren via groepsverzekering of pensioenfonds exorbitant hoog lag, werd besloten in overleg met de toenmalige voogdijoverheid om de piste van de staatsgarantie te volgen.

De uitgaven in aanvullende pensioenen bedragen om en bij de 630 000 euro in 2009 maar stijgen door de leeftijdspiramide tot om en bij de 1 850 000 euro (aan de huidige waarde) in 2020. Nadien nemen ze weer geleidelijk terug af.