Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-187

van Karim Van Overmeire (Vlaams Belang) d.d. 16 januari 2008

aan de minister van Justitie

Justitiepaleis - Kerstversiering

openbaar gebouw
gebruiken en tradities
islam
christendom
scheiding tussen kerk en staat

Chronologie

16/1/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2008 )
3/3/2008 Antwoord

Vraag nr. 4-187 d.d. 16 januari 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Midden december 2007 ontstond er nogal wat deining omtrent de kerstversiering die door een aantal medewerkers, naar verluidt op eigen kosten, werden aangebracht in het Justitiepaleis. Zij zouden immers de instructie hebben gekregen van hun hiėrarchische overste om deze kerstversiering, of minstens een deel daarvan, te verwijderen met als reden dat deze versiering de moslims zou choqueren. Er is zelfs sprake van dat zij berispt zouden zijn door hun hiėrarchische overste.

1. Is het correct dat er instructies werden verspreid om kerstversiering in het Justitiepaleis te verwijderen? Door wie werden deze instructies verspreid en hoe werd dit gemotiveerd?

2. Is het correct dat de betrokken medewerkers werden berispt voor het aanbrengen van kerstversiering?

3. Is het correct dat er in dit verband gerechtelijke procedures werden opgestart door de betrokken medewerkers en wat is het resultaat daarvan?

4. Werd alle kerstversiering na het uitlekken van deze zaak in de pers uiteindelijk terug aangebracht of is effectief al de versiering die moest verwijderd worden, of een deel ervan, niet meer aangebracht?

5. Bestaan er in deze aangelegenheid algemene of specifieke richtlijnen?

6. Wat is het standpunt van de geachte minister terzake en werden er maatregelen genomen in deze specifieke aangelegenheid? Zo ja, dewelke?

Antwoord ontvangen op 3 maart 2008 :

De feiten waarnaar het geachte lid verwijst, gebeurden toen mijn voorgangster, mevrouw Onkelinx, minister van Justitie was. Ik was niettegenstaande volledig op de hoogte door het verslag van het bestuur van de FOD Justitie.

1. De kerstversiering werd niet verwijderd, maar wel aangepast.

2. Geen enkele sanctie werd in acht genomen, noch toegepast ten aanzien van de betrokken personeelsleden, die, in casu, geen fouten hebben gepleegd.

3. Ik las eveneens in de pers dat een advocaat het initiatief nam om aan de betrokken ambtenaren voor te stellen een kortgeding in hun naam aan te spannen. De bedienden hebben dit voorstel niet aanvaard.

4. De aangepaste versiering, minder opzichtig, is gebleven.

5. Geen algemene richtlijnen moeten terzake aangenomen worden. De omzendbrief nr. 025 betreffende de neutraliteit van religieuze symbolen in gerechtelijke gebouwen volstaat om deze zaak te regelen; voor de rest heb ik het volle vertrouwen in de magistraten beheerders.

6. Het incident is gesloten. Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen (zie punt 5).