SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2019-2020 Zitting 2019-2020
________________
16 décembre 2019 16 december 2019
________________
Question écrite n° 7-237 Schriftelijke vraag nr. 7-237

de Peter Van Rompuy (CD&V)

van Peter Van Rompuy (CD&V)

au ministre de la Mobilité, chargé de Belgocontrol et de la Société nationale des chemins de fer belges

aan de minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen
________________
Aéroport national de Zaventem - Travaux de l'été 2020 - Utilisation de pistes alternatives - Piste 19 - Sécurité Nationale luchthaven van Zaventem - Werken in de zomer van 2020 - Alternatieve baangebruik - Baan 19 - Veiligheid 
________________
infrastructure de transport
aéroport
sécurité aérienne
travaux publics
transportinfrastructuur
luchthaven
veiligheid van het luchtverkeer
openbare werken
________ ________
16/12/2019 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 16/1/2020 )
16/1/2020 Antwoord
16/12/2019 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 16/1/2020 )
16/1/2020 Antwoord
________ ________
Question n° 7-237 du 16 décembre 2019 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 7-237 d.d. 16 december 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Justification du caractère transversal de la question écrite: la question traite de la politique de développement de l'aéroport national, notamment quant à l'utilisation des pistes et à la sécurité de celles-ci pendant les travaux de l'été 2020, et relève donc de la compétence fédérale.

Des travaux auront lieu sur la piste 25R/07L de l'aéroport de Zaventem entre le 13 juillet et le 23 août 2020. Brussels Airport Company (BAC), l'exploitant de l'aéroport, a annoncé que lors de ces travaux, il utiliserait principalement la piste 19 (dite "piste diagonale") pour les décollages. En novembre 2019, le Collège des médiateurs aériens a envoyé une lettre à Arnaud Feist, chief executieve officer (CEO) de BAC, dans laquelle il soulève les risques de l'utilisation intensive et continue de la piste 19 pour la majorité des vols (de jour comme de nuit). Le service de médiation se réfère également à l'étude de sécurité réalisée en 2009 à la suite du crash d'un avion de Kalitta Air.

La voie 19 est plus courte que les autres voies, n'est pas équipée pour les sorties à grande vitesse, n'est pas pourvue de zones libres aux extrémités et comprend divers obstacles, etc. En conséquence, le directeur du Service de médiation, Philippe Touwaide, souligne les dangers potentiels d'une utilisation "excessive" de cette voie.

De plus, comme c'est le ministre fédéral de la Mobilité et non BAC qui est compétent pour régler le trafic aérien pendant les travaux, le Service de médiation décline toute responsabilité en cas d'accident sur la piste 19.

Je souhaiterais obtenir une réponse aux questions suivantes:

1) Comment le ministre analyse-t-il les dangers soulignés par le Collège des médiateurs aériens quant à l'utilisation excessive de la piste 19? Sur quelles études fonde-t-il son analyse?

2) Quelles mesures spécifiques sont-elles prises pour garantir la sécurité sur la voie 19?

3) Le Service de médiation recommande d'envisager le recours à d'autres schémas d'utilisation alternative des pistes, tels que les atterrissages sur la 25L et les décollages via la 01 ou les atterrissages sur la 19 et les décollages via la 07R.

J'aimerais obtenir un aperçu clair des schémas d'utilisation des pistes qui seront appliqués lors de ces travaux. Quelles sont les raisons pour lesquelles ces schémas ont été choisis?

 

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag: de vraag kadert in het beleid rond de ontwikkeling van de nationale luchthaven, specifiek over het baangebruik en de veiligheid van het baangebruik tijdens de werken van de zomer 2020 en is bijgevolg federale materie.

In de zomer van 2020 zullen er tussen 13 juli en 23 augustus op de luchthaven van Zaventem werken gebeuren aan baan 25R/07L. Brussels Airport Company (BAC), de luchthavenuitbater, kondigde aan om tijdens deze werken hoofdzakelijk baan 19 (de zogenaamde "dwarsbaan") te gebruiken voor opstijgingen. Het college van luchtvaartombudsmannen stuurde in november 2019 een brief naar Arnaud Feist, chief executieve officer (CEO) van BAC waarin de veiligheidsrisico's van het intensief en continue gebruik van baan 19 voor het merendeel van de vluchtbewegingen (zowel tijdens de nacht als overdag) werd aangekaart. De ombudsdienst verwijst hiervoor ook naar de veiligheidsstudie, uitgevoerd naar aanleiding van het Kalitta ongeval in 2009.

Baan 19 is korter dan de andere banen, heeft geen uitrusting voor uitgangen met hoge snelheid of vrije zones aan de uiteinden, verschillende belemmeringen, enz. Hierdoor wijst de ombudsman Philippe Touwaide op de mogelijke gevaren van een "overmatig" gebruik van deze baan.

Aangezien BAC overigens niet bevoegd is om te bepalen hoe er moet gevlogen worden tijdens de werken omdat dit de bevoegdheid is van de federale minister van Mobiliteit, wijst de ombudsdienst elke verantwoordelijkheid van zich af mocht er zich een ongeval voordoen bij het gebruik van baan 19.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord gehad op onderstaande vragen:

1) Hoe analyseert hij de gevaren aangebracht door het college van luchtvaartombudsmannen in verband met het overmatig gebruik van baan 19? Op welke studies baseert hij zich voor deze analyse?

2) Welke maatregelen worden er concreet genomen om de veiligheid van het gebruik baan 19 te garanderen?

3) Er wordt door de ombudsdienst aanbevolen om het gebruik van andere alternatieve baangebruikschema's te overwegen, zoals bijvoorbeeld landingen op 25L en opstijgingen via 01 of landingen op 19 en opstijgingen via 07R.

Graag had ik van de geachte minister een duidelijk overzicht gekregen van de baangebruikschema's die gehanteerd zullen worden tijdens deze werken. Graag ook een motivering waarom voor deze schema's gekozen werd.

 
Réponse reçue le 16 janvier 2020 : Antwoord ontvangen op 16 januari 2020 :

Au niveau de l’utilisation des schémas de contingence des pistes devant permettre une continuité opérationnelle pendant les travaux lors de l’été 2020, la direction générale Transport aérien du service public fédéral (SPF) Mobilité et Transports (DGTA) est en train de réaliser une analyse ayant pour objectif d’étudier tous les schémas alternatifs tant au niveau de la sécurité aérienne que de l’impact sonore et opérationnel. À l’issue de cette étude, un plan de contingence d’utilisation des pistes sera alors décidé.

Wat betreft de aanwending van de alternatieve baanschema's die voor operationele continuïteit moeten zorgen tijdens de werken in de zomer van 2020, voert het directoraat-generaal Luchtvaart van de federale overheidsdienst (FOD) Mobiliteit en Vervoer (DGLV) momenteel een analyse uit die tot doel heeft alle alternatieve schema's te onderzoeken, zowel naar luchtvaarveiligheid als naar geluids- en operationele impact toe. Na afloop van dit onderzoek zal dan over een contingencyplan voor het baangebruik worden beslist.