SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2016-2017 Zitting 2016-2017
________________
12 juin 2017 12 juni 2017
________________
Question écrite n° 6-1481 Schriftelijke vraag nr. 6-1481

de Güler Turan (sp.a)

van Güler Turan (sp.a)

au ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME, de l'Agriculture, et de l'Intégration sociale

aan de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie
________________
Culture d'entreprise - Amélioration - Catégories d'âge - Groupes cibles Ondernemerscultuur - Verbetering - Leeftijdscategorieën - Doelgroepen 
________________
petites et moyennes entreprises
aide aux entreprises
jeune
jeune pousse
esprit d'entreprise
kleine en middelgrote onderneming
steun aan ondernemingen
jongere
startende onderneming
ondernemingsgeest
________ ________
12/6/2017 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 13/7/2017 )
13/7/2017 Antwoord
12/6/2017 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 13/7/2017 )
13/7/2017 Antwoord
________ ________
Question n° 6-1481 du 12 juin 2017 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 6-1481 d.d. 12 juni 2017 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Dans son plan fédéral PME, le ministre évoque l'augmentation du taux d'activité entrepreneuriale en Belgique, mais également l'amélioration significative de la culture d'entreprise et de l'image que l'on se fait des entrepreneurs.

Pour le gouvernement fédéral, il est important de stimuler l'esprit d'entreprise et de renforcer les compétences entrepreneuriales, depuis le jeune âge jusqu'à la fin de la carrière professionnelle.

Chaque habitant de la Belgique doit en effet pouvoir choisir de devenir un entrepreneur qui réussit, mais aussi d'effacer les stigmates d'un échec et d'éclairer sous un jour positif le processus d'apprentissage des entrepreneurs.

J'aimerais poser les questions suivantes au ministre :

1) Le ministre peut-il donner un aperçu des actions qui ont été lancées ces dernières années pour améliorer l'image de l'entrepreneuriat depuis le jeune âge jusqu'à la fin de la carrière professionnelle pour les diverses catégories d'âge du groupe cible des allochtones ?

2) Est-il question d'octroyer une aide logistique et financière aux organisations de jeunesse dont le rôle est de faciliter l'accès à l'entrepreneuriat ? Dans l'affirmative, le ministre peut-il également nous indiquer de quelles organisations de jeunesse il s'agit et quelle forme d'aide logistique et financière leur est accordée ?

3) Veille-t-on à ce que les institutions pour jeunes informent, aident et accompagnent également ceux-ci sur des aspects liés à l'entrepreneuriat ?

4) Le ministre s'adresse-t-il également aux organisations de jeunesse des milieux allochtones, qui informent et accompagnent les jeunes sur des questions liées à l'entrepreneuriat ? Dans l'affirmative, de quelles organisations s'agit-il ? Dans la négative, le ministre ne juge-t-il pas opportun de le faire ?

 

In zijn federaal KMO-plan spreekt de minister zich uit over het verhogen van de ondernemersgraad in België, maar ook over een significante verbetering van de ondernemerscultuur in België en de beeldvorming die over ondernemers bestaat.

Het stimuleren van ondernemerszin en versterking van ondernemerschapsvaardigheden vanaf de jeugd tot het einde van de professionele loopbaan is een belangrijk werkpunt van de federale regering.

Het moet immers voor elke Belgische inwoner een valabele keuze worden om uit te groeien tot een succesvolle ondernemer, maar ook om het stigma op falen te doen verdwijnen en de leercurve van ondernemers in een positief daglicht te stellen.

Graag stelde ik de volgende vragen aan de minister:

1) Kan de minister een overzicht geven van de acties die de voorbije jaren opgezet zijn om de beeldvorming rond ondernemerschap vanaf jonge leeftijd tot op het einde van de professionele loopbaan aantrekkelijk te maken voor de doelgroep van allochtonen in de diverse leeftijdscategorieën?

2) Is er sprake van logistieke en financiële ondersteuning die gaat naar jeugdorganisaties die functioneren als toegangspoort naar het ondernemerschap? Zo ja, kan de minister ons ook meegeven welke jeugdorganisaties dit dan zijn en welke vorm van logistieke en financiële steun zij krijgen?

3) Is er aandacht voor jeugdinstellingen om jongeren ook daar te informeren, te ondersteunen en te begeleiden inzake ondernemerschapsaspecten?

4) Bereikt de minister ook jeugdorganisaties met een allochtone basis of achtergrond die jongeren informeren en begeleiden naar het ondernemerschap? Zo ja, welke zijn dit? Zo neen, acht de minister dit niet opportuun?

 
Réponse reçue le 13 juillet 2017 : Antwoord ontvangen op 13 juli 2017 :

Comme vous le savez, susciter les vocations entrepreneuriales auprès des jeunes générations est pour moi un enjeu sociétal important. La mise en place du statut de l’étudiant-entrepreneur au 1er  janvier 2017, une des mesures-clés de mon plan PME, répond à ce besoin. Ce statut novateur incitera de nombreux jeunes de toutes origines présents en Belgique à se familiariser à la réalité de l’entreprenariat, cela dès le début de leurs études supérieures. 

Dans les grandes lignes, le nouveau statut concerne les étudiants-entrepreneurs âgés de 18 à 25 ans, régulièrement inscrits à des cours dans un établissement d’enseignement en vue d’obtenir un diplôme reconnu par une autorité compétente en Belgique. Sur le plan du contenu, il comporte un régime de cotisation avantageux, le maintien des droits sociaux en tant que bénéficiaire de droits dérivés et de la qualité de personne à charge sur le plan fiscal. 

Vous l’avez noté, le Plan PME reprend un axe entreprenariat qui vise à combattre les freins qui empêchent les individus à choisir une orientation d’indépendant. À mon sens, cet aspect ne vise pas seulement les jeunes ou les startups ; un salarié qui choisit par exemple de développer une activité d’artisan à titre principal en cours de carrière professionnelle mérite tout autant d’attention. 

Outre le nouveau statut d’étudiant-entrepreneur mentionné ci-dessus, je m’emploie à revaloriser le statut de travailleur indépendant dans la continuité de mon prédécesseur. Les réformes que j’ai engagées ou mises en œuvre visent à donner un signal clair à destination de nos concitoyens : il est possible de s’engager totalement dans une activité, être créatif, créer son job, son activité tout en bénéficiant d’une protection sociale digne. Citons notamment l’alignement de la pension minimale sur celle des salariés, la création du droit passerelle ou encore la réforme du mode de calcul des cotisations qui vise à coller au mieux à la réalité économique des indépendants. 

Il me semble que des actions de sensibilisation telles que la promotion des succes stories ou le partage des expériences d’entrepreneurs sont des bons outils pour promouvoir l’entrepreneuriat. Les jeunes sont des groupes-cibles privilégiés dans ce cadre. Nous sommes cependant au carrefour d’une compétence avec les Régions & Communautés, notamment en matière d’enseignement. Je soutiens ces initiatives qu’elles soient privées ou publiques. 

De manière plus générale et dans le cadre de ses compétences, le Gouvernement fédéral articule son action pour soutenir le dynamisme économique de notre pays. Il ne vous a pas échappé que des réformes ont été portées par le Gouvernement dans le marché du travail, en matière de financement des entreprises (y compris par des particuliers et des plateformes de financement), ou encore en matière fiscale et sociale. Nous remarquons que depuis quelques mois, des institutions telles que le Bureau fédéral du Plan ou la Banque Nationale de Belgique constatent une nette amélioration des fondamentaux économiques de la Belgique. Les réformes portent leurs fruits. 

Pour le surplus, je renvoie à ma réponse à votre question écrite n° 6-1480. Les actions relatives à la création d’une image en matière d’entrepreneuriat et aux organisations de jeunesse relèvent de la compétence des Régions et des Communautés.

Zoals u weet, is voor mij het aanmoedigen van het ondernemerschap bij de jonge generaties een belangrijke maatschappelijke uitdaging. De invoering van het statuut van student-ondernemer op 1 januari 2017, een van de sleutelmaatregelen van mijn KMO-plan, beantwoordt aan deze behoefte. Dit innoverende statuut zal veel jongeren van alle origines die in België aanwezig zijn ertoe aanzetten om de realiteit van het ondernemerschap te leren kennen van bij het begin van hun hogere studies. 

In grote lijnen heeft het nieuwe statuut betrekking op de studenten-ondernemers van 18 tot 25 jaar oud, ingeschreven om regelmatig lessen te volgen in een onderwijsinstelling met het oog op het behalen van een diploma dat erkend wordt door een bevoegde overheid in België. Inhoudelijk bevat het een gunstig bijdragestelsel, het behoud van sociale rechten als begunstigde van afgeleide rechten en de hoedanigheid van persoon ten laste op fiscaal vlak. 

U hebt gezien dat het KMO-plan een as ondernemerschap bevat die gericht is op het wegwerken van de hindernissen die mensen verhinderen te kiezen voor een loopbaan als zelfstandige. Naar mijn mening is dit aspect niet alleen gericht op jongeren of start-ups; een werknemer die er bijvoorbeeld voor kiest om zijn beroepsloopbaan over een andere boeg te gooien en een activiteit als ambachtsman in hoofdberoep te ontwikkelen, verdient evenveel aandacht.  

Naast het bovenvermelde nieuwe statuut van student-ondernemer, werk ik aan de opwaardering van het zelfstandigenstatuut in het zog van mijn voorgangster. De hervormingen die ik heb opgestart of voltooid, willen onze medeburgers een duidelijk signaal geven: het is mogelijk zich volledig toe te leggen op een activiteit, creatief te zijn, zijn eigen job en activiteit te creëren, en dit terwijl men geniet van een waardige sociale bescherming. Denk maar aan de gelijkschakeling van het minimumpensioen met dat van de werknemers, de creatie van het overbruggingsrecht of nog de hervorming van de berekening van de sociale bijdragen die mikt op een betere overeenstemming met de economische realiteit van de zelfstandigen. 

Bewustmakingsacties zoals de promotie van succesverhalen of het delen van ervaringen van ondernemers, lijken me goede instrumenten voor de bevordering van het ondernemerschap. Jongeren vormen een bevoorrechte doelgroep in dit kader. Wij kruisen op dit vlak de bevoegdheden van de Gewesten en Gemeenschappen, en in het bijzonder de bevoegdheid inzake onderwijs. Ik steun deze initiatieven, of het nu gaat om private of publieke. 

Meer in het algemeen en in het kader van haar bevoegdheden, voert de federale regering een beleid dat het economische dynamisme van ons land ondersteunt. Het zal u niet ontgaan zijn dat de regering al hervormingen heeft doorgevoerd op de arbeidsmarkt, inzake de financiering van ondernemingen (ook door particulieren en financieringsplatformen), of nog op fiscaal en sociaal vlak.

Wij merken al enkele maanden dat instellingen zoals het Federaal Planbureau of de Nationale Bank van België een duidelijke verbetering zien van de economische fundamenten van België. De hervormingen werpen hun vruchten af. 

Voor het overige verwijs ik naar mijn antwoord op uw schriftelijke vraag nr.6-1480. De acties inzake beeldvorming rond ondernemerschap en jeugdorganisaties behoren tot het bevoegdheidsdomein van de gewesten en de gemeenschappen.