SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2011-2012 Zitting 2011-2012
________________
28 décembre 2011 28 december 2011
________________
Question écrite n° 5-4063 Schriftelijke vraag nr. 5-4063

de Guido De Padt (Open Vld)

van Guido De Padt (Open Vld)

à la ministre de l'Emploi

aan de minister van Werk
________________
Transsexualité - Discrimination - Classification internationale des maladies - Organisation mondiale de la santé Transseksualiteit - Discriminatie - Internationale Classificatie van ziekten - Wereldgezondheidsorganisatie 
________________
minorité sexuelle
discrimination fondée sur l'orientation sexuelle
Organisation mondiale de la santé
chirurgie
statistique officielle
conversion sexuelle
identité de genre
seksuele minderheid
discriminatie op grond van seksuele geaardheid
Wereldgezondheidsorganisatie
chirurgie
officiële statistiek
geslachtsverandering
genderidentiteit
________ ________
28/12/2011 Verzending vraag
28/4/2014 Einde zittingsperiode
28/12/2011 Verzending vraag
28/4/2014 Einde zittingsperiode
________ ________
Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3653 Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3653
________ ________
Question n° 5-4063 du 28 décembre 2011 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-4063 d.d. 28 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

La transsexualité est considérée dans la classification internationale des maladies (CIM-10) de l'Organisation mondiale de la santé comme un trouble pathologique. Une telle classification incite, selon le Commissaire Hammarberg du Conseil de l'Europe, dans son rapport sur la discrimination fondée sur l'orientation sexuelle et l'identité de genre à la stigmatisation et aux problèmes sociaux que connaissent les transsexuels. Le Parlement européen a dès lors adopté le 28 septembre 2011 une résolution demandant à l'Organisation mondiale de la santé de « de retirer les troubles de l'identité de genre de la liste des troubles mentaux et du comportement, et de veiller à la reclassification desdits troubles en troubles non pathologiques lors des négociations sur la 11e version de la Classification internationale des maladies (CIM-11) »

Je souhaiterais obtenir une réponse aux questions suivantes :

1) Quelle est la prévalence de la transsexualité en Belgique (avec une ventilation entre les transfemmes et transhommes) ?

2) Combien d'opérations de changement de sexe le Registre national a-t-il enregistrées depuis l'entrée en vigueur de la loi du 10 mai 2007 relative à la transsexualité, qui a fait du changement officiel de sexe un acte administratif (avec une ventilation par sexe, âge, région et état civil) ? Assiste-t-on à une augmentation significative par rapport au nombre d'enregistrements de changements de sexe avant septembre 2007 ?

3) La ministre soutient-elle la résolution du 28 septembre 2011 du Parlement européen de ne plus considérer le transvestisme dans la prochaine édition de la CIM de l'Organisation mondiale de la santé comme un trouble pathologique ?

4) Dispose-t-elle pour 2009, 2010 et 2011, de chiffres en matière de suicide et de chômage des personnes transsexuelles ? Peut-elle fournir le pourcentage que cela représente par rapport à l'ensemble de la population ?

5) L'Institut pour l'Égalité des femmes et des hommes a-t-il connaissance de cas de personnes transsexuelles qui se sont senties exclues, de par leur identité de genre, de leur quartier ou communauté et ont dès lors décidé de déménager ?

6) Quelles mesures le gouvernement a-t-il prises au cours des trois dernières années pour favoriser l'acceptation sociale des personnes transsexuelles ?

7) La ministre est-elle disposée à supprimer les critères médicaux en matière de changement de sexe, afin de se conformer aux principes de Yogyakarta ? Pourquoi, pourquoi pas ?

 

Transseksualiteit wordt in de Internationale Classificatie van ziekten (ICD-10) van de Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt als een pathologische aandoening. Een dergelijke classificatie nodigt, volgens Commissaris Hammarberg van de Raad van Europa in zijn rapport "Discrimination on grounds of sexual orientation and gender identity in Europe", uit tot stigmatisering en maatschappelijke achterstand van transseksuelen. Het Europees Parlement heeft daarom op 28 september 2011 een resolutie aangenomen waarin ze de Wereldgezondheidsorganisatie verzoekt om "genderidentiteitstoornissen van de lijst van mentale en gedragsstoornissen te schrappen, en ervoor te zorgen dat in de onderhandelingen over de elfde versie van de Internationale Classificatie van Ziekten (ICD-11) tot een niet-pathologiserende herclassificatie wordt gekomen".

Graag kreeg ik antwoord op de volgende vragen:

1) Wat is naar schatting de prevalentie van transseksualiteit in België (opgesplitst naar transvrouwen en transmannen)?

2) Hoeveel geslachtsaanpassingen registreerde het Rijksregister sinds de inwerkingtreding van de wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit die van het officieel veranderen van geslacht een administratieve aangelegenheid maakt (opgesplitst naar geslacht, leeftijd, regio en burgerlijke staat)? Is er sprake van een beduidende toename in vergelijking met het aantal registraties van geslachtswijziging vóór september 2007?

3) Schaart de geachte minister zich achter de resolutie van het Europees Parlement van 28 september 2011 om transvestisme in de volgende editie van de ICD van de Wereldgezondheidsorganisatie niet langer te beschouwen als een pathologische aandoening?

4) Beschikt zij voor 2009, 2010 en 2011 over zelfmoord- en werkloosheidscijfers onder transseksuele personen? Kan zij deze cijfers in verhouding zetten tot de gehele bevolking?

5) Zijn er bij het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen gevallen bekend van transseksuele personen die zich omwille van hun genderidentiteit uitgesloten voelden uit hun lokale buurt en gemeenschap en daarom besloten te verhuizen?

6) Welke maatregelen heeft de regering de afgelopen drie jaar genomen om de sociale acceptatie van transseksuele personen in de samenleving te bevorderen?

7) Is zij bereid om de medische criteria voor geslachtsaanpassing te schrappen om zodoende in overeenstemming te zijn met de Yogyakarta-principes? Waarom wel, niet?