SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2010-2011 Zitting 2010-2011
________________
29 septembre 2011 29 september 2011
________________
Question écrite n° 5-3238 Schriftelijke vraag nr. 5-3238

de Nele Lijnen (Open Vld)

van Nele Lijnen (Open Vld)

au ministre des Pensions et des Grandes villes

aan de minister van Pensioenen en Grote Steden
________________
Indépendants à titre complémentaire - Cotisations sociales - Droits à la pension Zelfstandige in bijberoep - Sociale bijdragen - Pensioenrechten 
________________
profession indépendante
double occupation
cotisation sociale
régime de retraite
statistique officielle
zelfstandig beroep
dubbel beroep
sociale bijdrage
pensioenregeling
officiële statistiek
________ ________
29/9/2011 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten
29/9/2011 Verzending vraag
7/12/2011 Dossier gesloten
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3237
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3239
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3240
Heringediend als : schriftelijke vraag 5-5101
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3237
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3239
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-3240
Heringediend als : schriftelijke vraag 5-5101
________ ________
Question n° 5-3238 du 29 septembre 2011 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-3238 d.d. 29 september 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

En Belgique, on compte environ 220 000 indépendants à titre complémentaire. Ce chiffre continue à augmenter. Grâce au statut d'indépendant à titre complémentaire, on peut plus facilement franchir le pas et créer sa propre affaire.

L'indépendant à titre complémentaire a l'obligation légale de s'affilier à une caisse d'assurance sociale pour indépendants.

À partir d'un revenu annuel net imposable de 1 341,96 euros pour cette activité d'indépendant, l'indépendant à titre complémentaire est tenu au paiement de cotisations sociales.

Dans la majorité des cas, les cotisations sociales payées pour une activité d'indépendant à titre complémentaire ne génèrent pas de droits sociaux et sont considérées comme de simples cotisations de solidarité.

Mais les indépendants à titre complémentaire qui paient au moins les mêmes montants qu'un indépendant à titre principal se constituent des droits à la pension.

À cet égard, j'aimerais obtenir une réponse détaillée aux questions suivantes.

1) À combien s'élève le total des cotisations sociales payées pour une activité d'indépendant à titre complémentaire, et ce pour chacune des trois dernières années ?

2) Combien d'indépendants à titre complémentaire ne paient-ils pas de cotisation sociale ?

3) Combien d'indépendants à titre complémentaire paient-ils au moins les mêmes cotisations sociales qu'un indépendant à titre principal ?

4) Combien de pensions sont-elles payées à cette dernière catégorie ?

 

Er zijn in België zo'n 220.000 mensen die een zelfstandig bijberoep uitoefenen. Dit cijfer blijft aangroeien. Zelfstandige in Bijberoep vormt voor velen een ideale springplank naar een eigen zaak.

De zelfstandige in bijberoep is wettelijk verplicht zich aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen.

Vanaf een netto-belastbaar jaarinkomen van € 1 341,96 uit die zelfstandige activiteit, is de zelfstandige in bijberoep gehouden tot het betalen van sociale bijdragen.

De sociale bijdragen uit hoofde van een zelfstandig bijberoep genereren in de meeste gevallen geen sociale rechten en worden aanzien als louter een solidariteitsbijdrage.

Zelfstandigen in bijberoep die minstens dezelfde bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep openen wel pensioenrechten.

Graag had ik hieromtrent dan ook een gedetailleerd antwoord ontvangen op volgende vragen:

1) Welke is de totaliteit van de sociale bijdragen uit hoofde van een zelfstandig in bijberoep en dit op jaarbasis voor respectievelijk de laatste drie jaren?

2) Hoeveel zelfstandigen in beroep betalen geen sociale bijdrage?

3) Hoeveel zelfstandigen in bijberoep betalen minstens dezelfde sociale bijdragen als een zelfstandige in hoofdberoep?

4) Hoeveel pensioenen worden betaald aan deze laatste categorie?