BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2018-2019
________
3 december 2018
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1982

de Christophe Lacroix (PS)

aan de eerste minister
________
Europees meerjarig financieel kader (MFK) - Europees cohesiebeleid - Toekomst - Standpunt van BelgiŽ
________
meerjarig financieel kader
economische en sociale samenhang
bijdrage van de lidstaten
________
3/12/2018 Verzending vraag
21/12/2018 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 6-1982 d.d. 3 december 2018 : (Vraag gesteld in het Frans)

Het doel van het Europees cohesiebeleid is de solidariteit van de Europese Unie (EU) om te zetten in economische, sociale en geografische cohesie door de kloof tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's te verkleinen. Dit is een van de belangrijkste uitdagingen van het toekomstige meerjarig financieel kader (MFK).

In BelgiŽ wordt het cohesiebeleid gevoerd door de Gewesten.

Overeenkomstig het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, met betrekking tot de vertegenwoordiging van het Koninkrijk BelgiŽ in de Ministerraad van de Europese Unie, wordt over het standpunt van ons land overlegd met de verschillende bevoegde beleidsniveaus.

In het kader van de onderhandelingen over de toekomstige Europese begroting gaat het om een zeer groot aantal bevoegdheden en dus de facto om alle Belgische beleidsniveau's. Het Belgische standpunt over het MFK - en dus ook over het cohesiebeleid - wordt bijgevolg verondersteld het resultaat te zijn van een compromis tussen de federale Staat en de deelstaten. Daarover gaat deze vraag aan u, die ons land in de Europese Raad vertegenwoordigt.

Ik was in dat verband dan ook verbaasd de verklaringen van Vlaams minister-president Bourgeois in de pers te lezen.

Volgens hem zou het huidige voorstel van de Europese Commissie voor het MFK een aanzienlijke verhoging van de Belgische bijdrage met zich brengen. Hij is van mening dat er dus keuzes moeten worden gemaakt. Volgens hem moet het cohesiebeleid, dat tot doel heeft de ontwikkeling van de Europese regio's te harmoniseren en dat het hele land, en meer in het bijzonder het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ten goede komt, door een forse inkrimping ter discussie worden gesteld.

Aan de ander kant is hij voorstander van de oprichting van een steunfonds voor de landen rond de Noordzee voor de gevolgen van de brexit. Kortom, een oplossing "op maat" voor Vlaanderen in het kader van het cohesiebeleid.

Deze verklaringen zijn in strijd met het compromis dat was bereikt tussen de federale Staat en de deelstaten over een gemeenschappelijk standpunt betreffende het ontwerp van de toekomstige Europese begroting.

Dit standpunt vormt vooral een bedreiging voor een concreet Europees beleid van solidariteit en leidt eens te meer tot egoÔsme en euroscepticisme.

Ik heb dan ook volgende vragen:

1) Wat is het standpunt van BelgiŽ in het kader van de onderhandelingen op Europees niveau over het volgende MFK aangaande de toekomst van het cohesiebeleid? Welk standpunt wordt ingenomen met betrekking tot de begroting die voor dit beleid wordt toegewezen?

2) Zal u in de Raad pleiten voor het behoud van de drie bestaande soorten van regio's die in aanmerking komen voor het cohesiebeleid?

Antwoord ontvangen op 21 december 2018 :

Het cohesiebeleid blijft inderdaad een belangrijk beleidsterrein van de Europese Unie. Het vormt een uitdaging bij de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader.

Zoals u aangeeft, wordt het Belgische standpunt bepaald in overleg met de deelgebieden. Overeenkomstig de samenwerkingsakkoorden van 1994 zorgt de directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie voor de coördinatie van de Belgische standpunten.

In februari 2018 heeft België zijn standpunt bepaald in overleg met alle deelgebieden. Dat standpunt werd en wordt verdedigd in alle Europese onderhandelingsfora.

Op Europees niveau heeft de Europese Commissie in mei 2018 haar voorstel over het toekomstig financieel kader ingediend. De onderhandelingen over het financieel kader worden formeel gevoerd door de Raad Algemene Zaken overeenkomstig het reglement van orde van de Raad. De Europese Raad zal een definitief akkoord moeten bereiken voordat het Europees Parlement zijn goedkeuring verleent.

In dit stadium heeft het fungerend voorzitterschap van de Europese Unie een onderhandelingspakket voorgesteld dat alle technische bepalingen van het toekomstige akkoord bevat, maar zonder de bedragen. Ik wens te benadrukken dat de onderhandelingen nog geen betrekking hebben op bedragen voor de verschillende beleidsterreinen, maar alleen op technische en wettelijke bepalingen.

De verklaringen van de Vlaamse minister-president, de heer Bourgeois, zijn volledig voor zijn eigen rekening en weerspiegelen de gezamenlijk bepaalde standpunten niet. De geuite standpunten worden niet door België verdedigd op Europees niveau.

Tijdens de laatste Europese Raad is het financieel kader besproken. We hebben lang van gedachten gewisseld over het onderwerp en meer bepaald over het tijdschema. Het is de bedoeling om tegen het najaar van 2019 tot een akkoord te komen.

1) Tijdens de persconferentie heb ik herinnerd aan de standpunten die België tot hier in dit dossier verdedigt. Het landbouwbeleid en het cohesiebeleid zijn belangrijk. Ik heb erop gewezen dat we bijzondere aandacht blijven schenken aan de kwestie van de regio’s in transitie, in overeenstemming met het gezamenlijk bepaalde standpunt.

2) In dit stadium hebben we op Belgisch niveau nog geen beslissing genomen over de vraag welke bedragen aan de verschillende beleidsterreinen van de Europese Unie moeten worden toegewezen. Die kwestie zou op de agenda moeten terugkomen op het ogenblik dat het fungerend voorzitterschap van de Europese Unie concrete compromisvoorstellen zal doen.