BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
23 december 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-3990

de Guido De Padt (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken
________
Mensenhandel en mensensmokkel - Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding - Geďntegreerde aanpak - Betrekking lokale besturen
________
mensenhandel
Unia
Myria
plaatselijke overheid
________
23/12/2011Verzending vraag
13/3/2012Antwoord
________
Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3775
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-3990 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In haar recentste jaarverslag (2010) over mensenhandel en -smokkel stelt het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) dat een belangrijk onderdeel van een geďntegreerde aanpak van mensenhandel en -smokkel onderbenut blijft, namelijk de inzet van de lokale besturen. In het kader van haar ketenaanpak gaat het CGKR dieper in op de mogelijkheid om lokale besturen te betrekken.

Het CGKR verwijst daarbij naar het voorbeeld van Nederland waar het belang van het lokale bestuurlijke niveau al langer wordt erkend en benut. Onze noorderburen haalden de mosterd dan weer uit New York waar bestuurlijke en strafrechtelijke bevoegdheden als complementair worden beschouwd in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Inmiddels stapten ze in Nederland over op een programmatische aanpak, die daar ook nog fiscale maatregelen aan toevoegt.

Een onderdeel van deze programmatische aanpak is het barričremodel waarbij hindernissen worden opgeworpen om criminele activiteiten te bemoeilijken. Voor elk van de hindernissen worden een aantal illegale facilitators opgesomd, alsook de opsporings- en handhavingsorganen die bevoegd zijn om op te treden. Inmiddels zijn ook de legale dienstverleners toegevoegd omdat barričres ook op legale wijze kunnen worden overbrugd.

De strategische ketenpartners in de bestrijding van de criminele activiteiten zijn deze die relevante informatie kunnen leveren over de daders, de facilitators, en de slachtoffers. De samenwerking en informatie-uitwisseling met deze partners is van groot belang voor de opsporing en de bestrijding de criminele activiteiten. De inzichten die het barričremodel opleveren in de (il)legale facilitators voor criminele activiteiten zorgen ervoor dat allerhande maatregelen kunnen worden getroffen om de processen te verstoren.

In ons land verloopt de samenwerking tussen strafrechtelijke en bestuurlijke overheden zeer vlot bij praktijken van huisjesmelkerij. Over het hele grondgebeid gebruik de onderzoeksrechter blijkbaar een versie van het barričremodel om te zien wat allemaal kan worden gecontroleerd en waar die controles kunnen plaatsvinden.

In dit kader een aantal vragen:

1) Erkent de eerste minister dat de inzet van de lokale besturen als onderdeel van een geďntegreerde aanpak van mensenhandel en -smokkel in ons land onderbenut blijft? Wil hij zijn antwoord motiveren?

2) Gelooft de eerste minister in de Nederlandse programmatische aanpak en het barričremodel? Hoe zou zo een aanpak en hindernissenmodel er in ons land volgens hem moeten uitzien? Kan hij zijn visie toelichten? Welke strategische ketenpartners zijn er in ons land bijvoorbeeld in deze problematiek aanwezig? Welke maatregelen kunnen, m.a.w., worden opgeworpen om de illegale processen hier te verstoren? O welke manier kan daar best op worden toegezien?

3) Op welke wijze kunnen de strategische partners best samenwerken en informatie uitwisselen?

Antwoord ontvangen op 13 maart 2012 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

De aangehaalde problematiek behoort tot de bevoegdheid van de minister van Justitie en de Staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie, en voor Maatschappelijke Integratie.