BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
4 juli 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2670

de Vanessa Matz (cdH)

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen
________
De steun aan TunesiŽ
________
TunesiŽ
diplomatieke betrekking
humanitaire hulp
________
4/7/2011 Verzending vraag
8/8/2011 Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-918
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2670 d.d. 4 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Frans)

In TunesiŽ heeft een buitengewone politieke omwenteling plaatsgevonden, waar we ons allemaal over verheugen.

De toestand blijft evenwel instabiel. Na decennia van autoritair regime moet het politieke systeem volledig worden heropgebouwd. De politieke situatie is gespannen, er waren verschillende manifestaties en op 7 mei 2011 mei werd in Tunis en omgeving, na gewelddaden en plunderingen, voor onbepaalde duur de avondklok ingesteld. Het risico op destabilisering is groot.

De bevolking stelt niet enkel eisen op politiek vlak, maar ook op economisch en sociaal vlak. Daarnaast wordt de Tunesische overheid ook nog geconfronteerd met de opvang van duizenden LibiŽrs en personen die in LibiŽ werken, en die op de vlucht zijn wegens de gevechten in het land.

De Europese Unie (EU) heeft al een aantal maatregelen aangekondigd om TunesiŽ te helpen. Het is echter dringend. Het ongeduld in TunesiŽ voor politieke, economische en sociale veranderingen neemt toe. Voor die veranderingen is financiŽle steun nodig van het buitenland. In dat verband is er de vraag over de schuld van TunesiŽ.

Vier maanden na de Tunesische revolutie en twee maanden voor de verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering op 24 juli 2011, wens ik een balans op te maken over de steun aan TunesiŽ in de overgang naar de democratie.

Ik heb volgende vragen:

1) Welke maatregelen werden tot hiertoe door de EU en door BelgiŽ genomen om TunesiŽ ter hulp te komen?

2) Als er financiŽle hulp werd gegeven, om welk bedrag gaat het dan? Wat is de bestemming van die middelen?

3) Is er binnen de EU een discussie over de Tunesische schuld? Zo ja, wat werd er beslist? Zo neen, staat een dergelijke discussie binnenkort op de agenda?

Antwoord ontvangen op 8 augustus 2011 :

Meteen na de Tunesische Revolutie zijn mijn diensten beginnen uitzoeken over welke middelen Buitenlandse Zaken beschikt om de democratische overgang in Tunesië te steunen en hebben ze deze middelen in kaart gebracht. Hieruit bleek dat de steun op drie verschillende manieren kan worden verleend:

1. Steun voor projecten via de budgetlijn “preventieve diplomatie”;

2. Delen van expertise via de deelname van Belgische deskundigen aan jumelageprogramma’s die door de Europese Commissie worden gefinancierd (Twinning en TAIEX);

3. Financiering van projecten op het budget van ontwikkelingssamenwerking (noodhulp – rehabilitatie, humanitaire hulp, regionale samenwerking, enz.).

Voor al deze vormen van steunverlening zijn er reeds een aantal concrete projecten. Wat de preventieve diplomatie betreft, financiert België ten bedrage van 130 000 euro een project inzake “mediascreening” dat wordt geleid door de UNESCO. Daarnaast zijn momenteel nog een aantal andere projecten ter studie, zoals een programma ter ondersteuning van onderwijs in democratie en mensenrechten aan jongeren dat ook zou worden geleid door de UNESCO en verschillende projecten inzake verkiezingsbijstand.

België is ook een van de medefinanciers van de programma’s humanitaire hulpverlening die door de internationale instellingen worden opgezet om de gevolgen te ondervangen van het Libische conflict op landen zoals Tunesië en Egypte. Zo verstrekte België een bedrag van een miljoen euro aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis voor de bescherming van en bijstand aan burgers, een miljoen euro aan het HCR (High Commissioner for Refugees) om de noden in de kampen in Tunesië te lenigen en de lokale opvanggemeenschappen te steunen, 350 000 dollar voor een dringend landbouwherstelprogramma van de Food and Agriculture Organization (FAO) en een bijdrage van 100 000 dollar voor een studie naar de noden in de regio die wordt uitgevoerd door de FAO. De financiering met een miljoen euro van een project van het United development programme (UNDP) ter versterking van de nationale, regionale en lokale capaciteit van de Arabische landen om uitvoering te geven aan de initiatieven inzake corruptiebestrijding, is nagenoeg rond.

Naast deze initiatieven die uitgaan van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, heb ik mijn diensten ook opdracht gegeven een coördinatievergadering te organiseren met alle Belgische instanties die reeds in Tunesië actief zijn of/en de democratische overgang in het land willen steunen. Op deze vergadering die plaatshad op 20 mei, kon een stand van zaken worden opgemaakt van de samenwerking tussen beide landen en werd informatie uitgewisseld over toekomstige projecten. Deze gelegenheid werd ook aangegrepen om te onderstrepen hoe belangrijk het is dat Tunesië in deze cruciale periode in zijn geschiedenis op onze steun kan rekenen. Ik ben van mening dat een betere coördinatie van de Belgische samenwerking met Tunesië op federaal, gewest- en gemeenschapsniveau ons zal toelaten onze doeltreffendheid en visibiliteit te verbeteren.

Wat de Europese steun betreft, heeft de Europese unie onmiddellijk na het bezoek van Hoge Vertegenwoordiger Ashton aan Tunesië op 14 februari een aantal voorstellen geformuleerd. Deze zijn ingegeven door de verzoeken van de Tunesische autoriteiten, die tijdens het bezoek van de voorzitter van de Commissie en van de Commissarissen Füle en Malmström begin april her en der werden bijgesteld. Er werden verschillende actiegebieden afgebakend die verband houden met vijf punten die van wezenlijk belang zijn voor het welslagen van de democratische overgang in Tunesië. Het gaat met name om de tenuitvoerlegging van de politieke hervormingen, meer bepaald in de aanloop naar de verkiezingen, de steun aan het maatschappelijk middelveld dat het best geplaatst is om een democratische verandering te bewerkstelligen, de steun aan de hervormingen van het rechtssysteem en aan het sociaal-economisch herstel, met name in de arme gebieden van het Zuiden, en de samenwerking inzake mobiliteit en immigratiebeheer. De meeste van deze steunmaatregelen die door mijn diensten op de voet worden gevolgd, bevinden zich momenteel in de uitvoeringsfase. De Commissie heeft te dien einde haar steun aan de hervormingen tot in 2013 opgevoerd tot 159 miljoen euro bovenop het bedrag van 240 miljoen euro dat reeds was uitgetrokken op de samenwerkingsenveloppe van het Europese nabuurschapsbeleid.

Het vraagstuk van de schuld van Tunesië kwam niet ter sprake in het kader van het aan de gang zijnde democratiseringsproces.