BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
28 oktober 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1908

de Karim Van Overmeire (Vlaams Belang)

aan de minister van Buitenlandse Zaken
________
Frontex - Bescherming van de buitengrenzen - Medewerking van Turkije
________
asielzoeker
illegale migratie
politiek asiel
grenscontrole
buitengrens van de EU
Turkije
Frontex
________
28/10/2008 Verzending vraag
4/1/2009 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1908 d.d. 28 oktober 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In een recent advies van de Europese parlementaire commissie Buitenlandse Zaken (15 september 2008) wordt gewezen op het gebrek aan medewerking van de Turkse autoriteiten aan Frontex, het Europees Agentschap dat instaat voor de beveiliging van de Europese buitengrenzen in het kader van migratiestromen. De commissie dringt erop aan dat er in dit verband zo snel mogelijk een overeenkomst komt met Turkije. De Turkse nationale politie, de gendarmerie en de kustwacht dienen nauw bij deze samenwerking betrokken te worden.

De commissie wijst in dit verband ook op het feit dat de laatste onderhandelingsronde over een “ terugnameovereenkomst “ tussen de Europese Unie (EU) en Turkije dateert van december 2006. De Europese Commissie erkent zelfs openlijk dat de onderhandelingen volledig geblokkeerd zijn.

1.Wat is de actuele stand van zaken inzake de medewerking van Turkije aan Frontex ?

2.Wat is de actuele stand van zaken inzake de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Turkije over de “ terugnameovereenkomst “ ?

3.Welk standpunt neemt de regering in voor wat betreft de gebrekkige medewerking van Turkije aan Frontex en voor wat betreft de geblokkeerde onderhandelingen over de “ terugnameovereenkomst “ ?

4.Welke impact heeft deze problematische Turkse medewerking op de onderhandelingen inzake de toetreding van Turkije tot de EU ?

Antwoord ontvangen op 4 januari 2009 :

Ik verzoek het geachte lid volgende elementen van antwoord op zijn vragen te vinden:

Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur van Frontex in juni 2008 kwam de samenwerking van Turkije met Frontex aan de orde. Daarbij bleek dat, in een eerste periode na de ontvangst van een uitnodiging door Turkije van de Raad van Bestuur van Frontex in december 2005, de houding van de Turkse autoriteiten weinig enthousiast was. In het kader van een pilootproject (geleid door Spanje) voor nauwere samenwerking, begaf een belangrijke Turkse delegatie zich in juni 2007 naar de hoofdzetel van Frontex in Warschau. Tijdens dit bezoek, werd een eerste positief signaal uitgestuurd, hoewel het veel inspanningen en tijd nam om de Turkse overheden ervan te overtuigen een Frontex-delegatie in Turkije te ontvangen. Niettemin vond een bezoek plaats in mei 2008. Tijdens dit bezoek ontving de Frontex-delegatie positieve reacties van alle Turkse rechtshandhavingsdiensten. Een eerste ontwerp van werkprogramma werd eind juni 2008 aan de Turkse overheden voorgelegd.

Het gaat hier in ieder geval om een moeilijk proces dat veel tijd in beslag zal nemen om tot een inhoudelijk akkoord te komen. Dit gezegd zijnde, lijkt het erop dat Turkije alles in het werk stelt om de samenwerking tussen agentschappen op vlak van het beheer van de veiligheid aan de grenzen te verbeteren.

Wat betreft de stand van zaken met bettreking tot de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Turkije over een terugnameovereenkomst, kan men enkel vaststellen dat zij op een dood punt zijn aanbeland. Er is al twee jaar geen enkele vooruitgang. Hoewel de standaardtekst voor zulk akkoord door de Europese Commissie op 25 maart 2003 naar Ankara gestuurd werd, reageerde de Turkse Regering pas op 8 maart 2004 met de mededeling dat Turkije van mening was dat het als kandidaat-lidstaat anders moet worden behandeld dan de andere derde landen en dat het al voldeed aan zijn verplichtingen inzake overname. De Europese Commissie, die hiertoe een mandaat van de Lidstaten ontving, was van mening dat geen toetredingsonderhandelingen kunnen plaatsvinden zolang Turkije weigerde om een overnameovereenkomst af te sluiten met de EU. Na de Europese top van december 2004 (die het groene licht gaf voor het starten van toetredingsonderhandelingen met Turkije) aanvaardde Turkije om onderhandelingen met de EU over een overnameovereenkomst te starten.

De eerste officiële onderhandelingsronde vond plaats op 27 mei 2005 in Brussel, met geregelde follow-up inzake technische discussies over de visumversoepeling. De Turken waren open en positief, maar bleven deze overeenkomst in het ruimere kader van de toetreding plaatsen en eisten dat de “echte” onderhandelingen over de overnameovereenkomst pas zouden beginnen na het formeel begin van de toetredingsonderhandelingen. Turkije schoof ook een aantal andere voorafgaande voorwaarden naar voren, namelijk:

(i) waarnemer zijn bij bepaalde Europese werkgroepen en het Agentschap voor de Buitengrenzen;

(ii)steun van de Europese Gemeenschap (EG) voor de uitvoering van het Actieplan, dat in het kader van de toetredingsonderhandelingen uitgewerkt werd;

(iii) (technische en diplomatieke) steun van de Europese Unie, met name voor het sluiten van overnameovereenkomsten met de buurlanden (in het bijzonder Irak, Iran).

De Commissie is niet ingegaan op de Turkse verzoeken. Het hefboomeffect van de visumversoepeling werkt hier niet omdat Turkije vindt dat het al recht heeft op de versoepeling, zelfs op de afschaffing zonder meer van de visumplicht, wegens zijn status als kandidaat-lidstaat van de EU.

Wat de inhoud van de overnameovereenkomst zelf betreft, heeft Turkije schriftelijk een tegenvoorstel gedaan: (1) aangepaste termijnen van overname (de Commissie gaf geen details), (2) een maximale bescherming van zijn onderdanen tegen verwijdering, (3) een uitstel van de uitvoering m.b.t. onderdanen van buurlanden met 5 jaar en enkel indien met betrokken buurlanden specifieke overnameovereenkomsten werden afgesloten; (4) en tenslotte de uitsluiting van zee- en landgrenzen. De Commissie heeft laten weten dat de twee laatste punten (derde onderdanen en uitsluiting van zee- en landgrenzen) nooit zullen worden aanvaard.

De laatste formele onderhandelingsronde had plaats op 7 december 2006, maar leverde geen echte vooruitgang op. Turkije blijft eisen stellen die voor de EU onaanvaardbaar zijn. De Commissie wil verdere toetredingsonderhandelingen dus afhankelijk stellen van het sluiten van een overnameovereenkomst (de wijziging van “progress on readmission” in “conclusion of a readmission agreement” in de formulering van hoofdstuk 24). Op 27 november 2007 heeft de Commissie een laatste poging gewaagd, ter gelegenheid van een ontmoeting tussen de DG Justitie, Vrijheid en Veiligheid/DG RELEX en de Turkse Ambassadeur in Brussel. Turkije heeft verwezen naar interne problemen die de voortzetting van de onderhandelingen over de overname bemoeilijkten. Turkije heeft er zich toe verbonden om vóór het einde van 2007 een document waarin het Turkse standpunt wordt samengevat op te sturen. Dit document is nog steeds niet opgestuurd.

De Raad van de Europese Unie heeft nog niet beslist aan welke voorwaarden Turkije zal moeten voldoen alvorens de onderhandelingen over hoofdstuk 24 (justitie, vrijheid en veiligheid) geopend kunnen worden. Het Raadsbesluit van 18 februari 2008 over de principes, prioriteiten en voorwaarden in het Toetredingspartnerschap met Turkije maakt geen melding van een verplichting voor Turkije om met Frontex een samenwerkingsakkoord af te sluiten. Dit heeft te maken met de bijzondere opdracht en werking van Frontex als agentschap dat ten behoeve van de Lidstaten werkt, maar waarvoor het gros van de bijdragen op vrijwillige basis gebeurt.