BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
28 oktober 2008
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1888

de Jacques Brotchi (MR)

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid
________
Wet van 15 mei 2007 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg - Wijzigingen en eventuele verbeteringen
________
gezondheidsverzorging
medische fout
vergoeding
civiele aansprakelijkheid
rechten van de zieke
________
28/10/2008 Verzending vraag
6/11/2008 Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-489
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-1888 d.d. 28 oktober 2008 : (Vraag gesteld in het Frans)

In het verslag namens de commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers over het wetsontwerp houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform van 9 juli 2008 (Kamer, Stuk nr. 52-1257/003), lees ik op bladzijde 77 : “Het Parlement heeft de wet

van 15 mei 2007 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg versneld aangenomen wegens de sterke symboolwaarde ervan. Die wet is in zijn huidige vorm echter onwerkbaar. Ingrijpende aanpassingen

zijn vereist. De vereiste koninklijke besluiten

kunnen onmogelijk worden goedgekeurd.”

Die wet moet uiterlijk op 1 januari 2009 in werking treden.

Deze moeilijke problematiek ligt mij na aan het hart. Ik heb op 13 december 2007 trouwens een wetsvoorstel ingediend om de inwerkingtreding van de wet uit te stellen (stuk Senaat nr. 4-463/1). Op 19 maart 2008 diende ik een wetsvoorstel in om de wet van 15 mei 2007 te amenderen en om de procedures te herzien die volgens de deskundigen niet beantwoorden aan de verwachtingen van de patiënten en de artsen (stuk Senaat nr. 4-656/1).

Ik zal in deze schriftelijke vraag niet nader ingaan op de politieke beweegredenen omdat ik de invoering van een specifieke aansprakelijkheidsregeling voor medische zaken niet in twijfel trek. Ik stel met mijn wetsvoorstel nr. 4-656/1 de nood aan een dergelijke aansprakelijkheidsregeling trouwens ook niet ter discussie. Ik stel voor de procedures te verbeteren, de verschillende juridische leemten op te vullen en de technische problemen te verhelpen die de wet in dit geval inderdaad onwerkbaar maken.

Wat is uw mening over deze zaak? Het gaat om een belangrijk probleem en er moeten snel initiatieven worden genomen. Mijn wetsvoorstel was misschien nuttig voor uw reflectie. Misschien hebben wij uiteenlopende meningen over deze zaak. Ik zou in elk geval graag vernemen hoe u hierover denkt en welke demarches u zult doen.

Antwoord ontvangen op 6 november 2008 :

Het dossier betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg staat in het middelpunt van mijn prioriteiten.

Iedereen is het er de dag van vandaag over eens dat de toepassing van het traditionele stelsel van burgerlijke aansprakelijkheid inzake het domein van de medische fouten en de medische ongevallen, niet meer bevredigend is, noch voor de patiënt, noch voor de beroepsbeoefenaar, noch voor de verzekeraars en dit voornamelijk wegens het feit dat het gewone stelsel van de burgerlijke aansprakelijkheid inadequaat is ten aanzien van het medisch risico.

De wet van 15 mei 2007, betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg, die ingeleid werd door mijn voorganger, had de ambitie om een globaal antwoord te verschaffen op de verschillende problemen waarmee men op het terrein te maken krijgt en wel door het instellen van een origineel systeem van vergoeden van de slachtoffers, dat niet meer gebaseerd is op de fout van de beroepsbeoefenaar.

Zo voorziet de wet dat het slachtoffer zal vergoed worden voor elk ongeval dat het gevolg is van het verlenen van gezondheidszorg. Het slachtoffer zal dus geen fout meer moeten aantonen van de beroepsbeoefenaar. Hij moet alleen aantonen dat hij een vergoedbare schade leed en dat die schade in verband staat met een zorgverlening. De wet voorziet eveneens de oprichting van een Fonds voor vergoeding van ongevallen bij gezondheidszorg.

De wet moest aanvankelijk van kracht worden op 1 januari 2008. Wegens de verlengde periode van lopende zaken die volgde op de federale verkiezingen van juni 2007, werd de datum van inwerkingtreding verdaagd naar 1 januari 2009. Bovendien moesten er voor de inwerkingtreding nog talrijke uitvoeringsbesluiten worden genomen. Hiertoe werd een werkgroep met daarin de vertegenwoordigers van alle betrokken sectoren (artsen, patiënten, ziekenhuizen, ziekenfondsen, verzekeringen) opgericht door de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid.

Deze werkgroep kwam tot de conclusie dat de wet moest geamendeerd worden op bepaalde punten, teneinde een soepele en probleemloze inwerkingtreding te garanderen. Op basis van de resultaten van de werkgroep heb ik op 4 juli 2008 een voorontwerp van wet voorgelegd aan de Ministerraad, teneinde verschillende aanpassingen aan te brengen aan de wet van 2007. Bij die gelegenheid wenste de regering dat de denkoefening over meerdere vragen zou worden voortgezet, die daarna het voorwerp waren van een nieuw overleg met de betrokken sectoren.

Uit het overleg blijkt dat er thans een ruime consensus is ten gunste van een systeem dat soortgelijk is met hetgeen nu van kracht is in Frankrijk, uiteraard met bepaalde varianten en aanpassingen, eigen aan de Belgische context. Deze standpunten bevestigen de trend die reeds naar voor kwam bij het einde van de werkzaamheden van de werkgroep die tijdens de periode van lopende zaken ingesteld werd door de FOD. Het nieuwe element hier is dat er een algemene convergentie is naar het Franse systeem, dat in werking is sedert 2002 en dat sedertdien zijn efficiëntie aantoonde.

Een essentieel element dat in dit opzicht moet vermeld worden, is dat het een zogenaamd “tweewegsysteem” betreft, ’t is te zeggen waarbij het slachtoffer de vergoeding van zijn schade tegelijk kan vragen aan het Vergoedingsfonds en aan de rechter. Het betrof hier een zeer ruim verzoek van op het terrein.

In die voorwaarden heb ik aan de Ministerraad gevraagd om de wet aan te passen, teneinde rekening te houden met dit algemeen verlangen van de verschillende betrokken actoren. De regering heeft zich akkoord verklaard met dit voorstel en ik zal mijn diensten dus belasten met het binnen de beste termijnen overgaan tot het opstellen van een wetsontwerp in die zin. Onder die voorwaarden zal de inwerkingtreding van de wet van 2007 verdaagd worden.

Gelijklopend zal het Federaal Kenniscentrum belast worden met het realiseren van een studie over de budgettaire weerslag die het overzetten zou hebben in België van een systeem dat vergelijkbaar is met het Franse.

Op deze manier zal de effectieve aanwending van het vergoedingsmechanisme kunnen gebeuren met de steun van alle terreinactoren, hetgeen natuurlijk een zeer belangrijk element is de goede voortzetting van het ontwerp.